Rob Wijnberg verkoopt Sterren Schrijven

Een grotere afstand lijkt niet denkbaar: Reinout Oerlemans en Rob Wijnberg. Beiden waren vorige week te gast in De wereld draait door. De eerste verkocht zijn amusementsshow Sterren springen aan China en Engeland. Patty Brard bleek daarin een belangrijke ‘asset’ te zijn. De ander probeerde zijn initiatief voor diepgravende onafhankelijke kwaliteitsjournalistiek De Correspondent.nl te verkopen aan het Nederlandse publiek.

Even dacht ik dat Wijnberg ook een format had bedacht: Sterren schrijven. Hij had zijn ‘assets’ meegenomen om Nederland te overtuigen: Jelle Brandt Corstius en Femke Halsema. Op de site trof ik nog meer BJ’ers, zoals die gedoopt werden: Henk Hofland, Arnon Grunberg. Joris Luyendijk zegt er iets fascinerends over in een filmpje op de site. Hij vertelt dat het er in deze tijd om gaat een weg te vinden in het woud van de actualiteit. „Ik koop iedere dag een paar kranten en ik lees alleen de mensen die ik interessant vind. Als ik een onderwerp interessant vind, maar het is geschreven door iemand die ik een prutser vind, dan sla ik dat artikel gewoon over. Maar als het gaat over een onderwerp waar ik nog nooit over heb nagedacht, maar het is geschreven door een van mijn favoriete mensen, dan zal ik het waarschijnlijk ook interessant vinden.”

Dat is herkenbaar. Er zijn mensen die zich nu interesseren voor elektrische auto’s en derivaten dankzij Luyendijk, en zelf ga ik altijd naar de toneelstukken van Adelheid Roosen en Lineke Rijxman. Toch bespeurde ik bij mezelf teleurstelling bij het zien van al die gearriveerde coryfeeën (Grunberg, Hofland) als ‘vernieuwende’ journalistiek– al zijn het zeker mensen die voor mij ook tot de categorie ‘interessant’ behoren.

Volgens historicus Warren Susman hebben we de afgelopen eeuw een overgang gemaakt van ‘The Culture of Character’ naar ‘The Culture of Personality’. Waar eerst deugden als serieus, gedisciplineerd en eervol werden gewaardeerd, en de graadmeter van ‘goed’ niet was hoe je publiek presteerde, maar of je je fatsoenlijk gedroeg (voorbeeld: Lincoln), kent de huidige cultuur van persoonlijkheid een extrovert ideaal. Daarin gaat het om je soepele sociale performance en je zelf-representatie (Prem e.v.a). Wie zichzelf op de kaart wil zetten moet een ‘personality’ ontwikkelen. Dat heeft een vermoeiende handel in bekendheid opgeleverd, waarbij je op een gegeven moment niet meer precies weet wat iemand nu eigenlijk doet of kan, maar wel dat hij een ‘personality’ is (Özcan Akyol).

Is er iets mis met The Culture of Personality? Susan Cain stelt in haar boek Quiet: The Power of Introverts in a World that Can’t Stop Talking (2012) dat de persoonlijkheidscultus aanmoedigt om extroverte waarden te ontwikkelen in een competitieve en commerciële maatschappij: je mening uiten, enthousiasme, spontaniteit, vlotheid en snelle communicatie die gericht is op onmiddellijk scoren en opvallen. De persoonlijkheidscultus is gericht op het ego en bevordert narcisme. Ik herinner me dat de wetenschap aan de Universiteit van Amsterdam een ‘gezicht’ kreeg en oraties ineens verschenen met een grote foto van de prof in kwestie op het omslag. Dat heeft positieve bij-effecten: ineens werd (gebrek aan) emancipatie en diversiteit zichtbaar (zo ook meteen bij De Correspondent), en wetenschap werd niet langer als ‘objectief’ en ‘neutraal’ voorgesteld. Maar er zijn negatieve effecten: de wetenschapper wordt een presterende ster, met wellicht als trieste narcistische uitkomst Diederik Stapel. Volgens Cain komen introverte waarden als reflectie, stilte of twijfel in de verdrukking, aldus Cain.

De Correspondent lijkt de idealen uit The Culture of Character te verkopen maar doet dat heel vlot volgens de wetten van The Culture of Personality. Geen advertenties, schrijft Wijnberg, maar de sterjournalist is de advertentie. Vooralsnog ben ik met de presentatie van het sterrenelftal van Wijnberg dan ook nog niet helemaal overtuigd van het vernieuwende ‘karakter’.

Filosoof, schrijver en tv-maker Stine Jensen schrijft elke dinsdag over media, populaire cultuur en hypes.