Omzet: 1,6 miljard. Net als Hema

Nieuwsanalyse

In het ziekenhuiswezen ontstaat een nieuwe reus: de Amsterdamse academische centra AMC en VUmc gaan bestuurlijk fuseren. Ook in de zorg geldt dat je te groot kan worden om failliet te laten gaan.

En dat is drie. Na het Erasmus MC en het Universitair Medisch Centrum Groningen komt er een derde ziekenhuis in Nederland dat door de omzetgrens van 1 miljard euro stoot. De voorgenomen bundeling van de twee Amsterdamse academische centra levert op termijn een zorginstelling op met een jaaromzet van ruim 1,6 miljard euro – net zoveel als de Hema (600 winkels) jaarlijks draait.

De alliantie in Amsterdam past in een trend. Vorig jaar fuseerden veertien ziekenhuizen, een op de zeven, en ook dit jaar verwacht de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) minstens zoveel samenvoegingen.

Ziekenhuizen hebben goede redenen om samen te gaan. Medisch specialisten worden steeds specialistischer. De algemene chirurg, bijvoorbeeld, bestaat amper nog – hij legt zich toe op een paar soorten operaties die hij vervolgens heel vaak uitvoert. Ondertussen stellen de beroepsgroepen kwaliteitsnormen op onder druk van zorgverzekeraars: het medisch team dat een bepaalde operatie maar sporadisch uitvoert, mág die niet meer doen. Een ziekenhuis dat te klein is, en te weinig patiënten ziet, haalt die ondergrenzen dus niet.

Druk om te fuseren komt dus in de zorg ook van het personeel. De artsen organiseren zich steeds vaker in reuzemaatschappen die verschillende ziekenhuizen in één regio bedienen.

Concentratie in de zorg is een voorspelbaar gevolg van die super-specialisatie waarbij de universitaire medische centra in Nederland de moeilijkste operaties doen. Patiënten die minder complexe behandelingen nodig hebben, zoals een knie-operatie, zullen sneller bij een algemeen ziekenhuis of in een (private) kliniek terechtkomen.

De markt wordt zo verdeeld op medische gronden. En dat mag in deze gereguleerde ‘markt’. Leidend principe: volume is kwaliteit. Maar de vraag is waar de nadelen van groei de voordelen overvleugelen.

Zo zijn Nederlandse ziekenhuizen in internationaal perspectief bovengemiddeld groot. Volgens onderzoek van de Technische Universiteit Delft zitten de ziekenhuizen vanuit bedrijfseconomisch oogpunt al ver boven de ideale schaalgrootte. Daardoor lopen die ziekenhuizen productiviteitsgroei mis en zijn ze onnodig duur, is de conclusie.

Als ziekenhuizen samengaan heeft de patiënt minder keuze – of die keuze nu verbeterd is of niet. De NMa kijkt niet naar de kwaliteit van de zorg, maar toetst een voorgenomen fusie alleen op het gevaar of de concurrentie in belangrijke mate beperkt wordt.

Eind vorig jaar werd die toets volgens critici behoorlijk opgerekt. Toen vreesde de toezichthouder inderdaad bovengemiddelde tariefstijgingen als gevolg van drie ziekenhuisfusies. Maar de autoriteiten lieten zich overtuigen dat verzekeraars in de toekomst via hun inkoopmacht zullen afdwingen dat de tarieven in die ziekenhuizen niet te snel zullen stijgen.

Er werd nog een tijdelijk prijsplafond aan toegevoegd, geschreven en bedacht door de advocaten van de ziekenhuizen. „Een vrijbrief voor toekomstige ziekenhuisfusies”, noemden drie in de zorg gespecialiseerde wetenschappers het NMa-besluit. Zij vrezen de doodsteek voor de in Nederland beoogde concurrentie binnen het zorgstelsel.

Duidelijk is dat fusies onder zorgverzekeraars – vier organisaties bezitten meer dan 90 procent van de markt – krachtenbundeling bij de ziekenhuizen heeft gestimuleerd. Er wordt een nieuw machtsevenwicht gezocht aan de onderhandelingstafels.

Het stelt de samenleving voor vragen die aan het bankwezen doen denken. Worden verzekeraars en ziekenhuizen niet te groot om ze failliet te kunnen laten gaan? Too big to fail betekent ook: redding verzekerd.