Niet dat ze er minder van gaan roken

Het Longfonds wil alle schoolpleinen rookvrij maken. Een aantal scholen doet nu al mee. De leerlingen „lopen wel even naar de overkant”.

Op het schoolplein van het Stedelijk Gymnasium in Utrecht mag straks alleen nog in een hoekje gerookt worden. Foto Ilvy Njiokiktjien

Tara (17) – groen shirt, afgetrapte gympen en een grote zonnebril – zit op een houten picknicktafel op het schoolplein van het Stedelijk Gymnasium in Utrecht. In haar rechterhand een sigaret. Ze heeft een tussenuur, want gymnastiek valt uit. Aan de andere kant van het plein is een speciale rookplaats, maar Tara heeft geen zin om daar naartoe te lopen. Het waait er hard, en er is nu toch niemand op het plein.

Wat gaat ze doen als er een rookverbod op school komt? Tara: „Dan loop ik even naar het winkelcentrum aan de overkant en rook ik daar mijn sigaretje.”

Het Longfonds, tot voor kort het Astmafonds, riep gisteren op tot een rookverbod op alle schoolpleinen van Nederlandse middelbare scholen. Uit onderzoek van het fonds blijkt dat een kwart van alle middelbare scholen al een rookvrij schoolplein heeft. De helft van alle rokende Nederlanders rookt de eerste peuk op het schoolplein, stelt het fonds. Dat zou het met een rookverbod op het plein willen ontmoedigen.

Per 1 januari 2014 wil het kabinet de minimumleeftijd voor rokers verhogen van 16 naar 18 jaar. Een rookverbod op schoolpleinen sluit daar volgens Longfonds-directeur Michael Rutgers goed bij aan. „Zien roken doet roken. Daarom roepen we alle schooldirecteuren van het voortgezet onderwijs op hun schoolterrein rookvrij te maken.”

Volgens het Longfonds staat 70 procent van de middelbare scholen positief tegenover het voorstel. In zijn kamer zegt conrector Erik Kamerbeek van het Utrechts Stedelijk Gymnasium dat zijn school tot die groep behoort. „We hebben net besloten roken op ons schoolplein helemaal te verbieden. Overigens hebben we het al grotendeels verbannen. Rokers mogen bij ons alleen een sigaret opsteken in een speciaal hoekje op het schoolplein.”

De conrector loopt naar buiten om het te laten zien. Het rookhoekje – een paar vierkante meter – ligt in een uithoek van het schoolplein. Er zijn speciale ‘tabakstegels’, waar leerlingen hun sigaretten in een rooster kunnen gooien. Er is een wit lijntje om het plekje geschilderd. Het blijkt dat juist búiten die witte lijntjes nogal wat peuken liggen. De conrector: „Tja, de leerlingen moeten eigenlijk in de rookhoek staan, maar blijkbaar zitten ze liever aan de picknicktafels op het terrein. Nou ja, dat mag dus straks helemaal niet meer.”

Op het plein staan Stijn (19) en Maarten (18) uit de zesde klas met een sigaretje in de hand. Ze moeten een beetje lachen om het plan van het Longfonds. Ze zijn allebei niet begonnen met roken op het schoolplein, maar op een vakantie met vrienden. Stijn: „We zijn oud genoeg om zelf te bepalen of we willen roken of niet. Trouwens, ook geen probleem als ze het afschaffen. Dan lopen we gewoon even van het terrein. Ik zal er geen sigaret minder door roken.”

In de aula zitten Paul (17), Hidde (17) en Alexandra (18) aan tafel. Ze roken allemaal niet, en zijn niet onder de indruk van het naderende rookverbod. Paul: „Ik denk niet dat er ook maar één leerling door stopt met roken.” Alexandra: „Ik erger me ook helemaal niet aan rokers hier op school. We hebben een groot, open schoolplein. De rook waait meteen weg, dus je staat nooit in een rookwalm.” Hidde: „Je mag hier op school niet meer roken voor de ingang, maar alleen achter op het plein. Anders is het slecht voor het imago van de school. Als ze het verbieden, gaan groepjes in de buurt staan. Dat lijkt me ook niet de bedoeling.”

Aan dat effect heeft ook Kamerbeek gedacht. Hij is bang dat de rokers de aangrenzende woonwijk in trekken. Aan de ene kant van de school liggen studentenflats. Van die bewoners verwacht de conrector geen klachten als er groepjes in de buurt roken. Als ze de woonwijk aan de andere kant van het schoolgebouw in trekken om te roken, zal hij dat verbieden. Kamerbeek: „Verbieden klinkt stoer, maar betekent vaak ook een verplaatsing van het probleem. Daar moeten we op letten.”

Veel rokers zijn er niet op het Stedelijk Gymnasium. Kamerbeek schat enkele tientallen, op achthonderd leerlingen. Dat beamen de leerlingen. Pal voor de deur roken mogen ze niet meer, zowel bij de voor- als bij de achterdeur. Dan krijgen ze ‘milieudienst’ en moeten ze weggegooide peuken opprikken.

Op de picknicktafel zegt Tara dat het vaak dezelfde groepjes zijn die roken. De stoere groepjes, meent ze. Tara: „Als roker heb je toch een soort imagosticker op je hoofd. Beetje stoer, beetje populair. Daardoor zouden andere leerlingen het interessant kunnen vinden om te beginnen. Zelf vind ik dat onzin. Ik rook niet om stoer te doen. Ik rook gewoon.”