Met bijstand in de fout

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waar- over de rechter zich onlangs uit- sprak. Vandaag: werkloos in de EU.

Gemeenten >

Werkloze uit ander EU-land heeft in Nederland geen recht op bijstand

< Raad van Beroep

Recht op bijstand hangt af van recht op verblijf en daar gaan gemeenten niet over

Het waren routinebesluiten voor gemeenten als Enschede, Cuijk, Almere en Groningen. Wie als buitenlander in Nederland een bijstandsuitkering aanvraagt, krijgt nul op het rekest. Want hij bewijst daarmee onrechtmatig in Nederland te verblijven. En verspeelt daarmee het recht op bijstand. Ook als het om EU-burgers gaat. Die hebben weliswaar recht op verblijf in andere lidstaten, maar voor langdurig verblijf in een andere lidstaat geldt de eerste vijf jaar wel de voorwaarde dat die EU-burger voor zichzelf kan zorgen en dus geen beroep doet op bijstand of, onverzekerd, op de gezondheidszorg.

Wie een uitkering aanvraagt, verspeelt dus zijn recht op verblijf in Nederland, zo oordeelden de sociale diensten van die gemeenten na bijstandsaanvragen van burgers uit Duitsland, Polen en België. Wie bijstand aanvraagt kan niet voorzien in eigen levensonderhoud en verblijft hier onrechtmatig. Een redenering op ambtelijk niveau die in beroepsprocedures gevolgd werd door de betrokken colleges van B en W en daarna ook bij de bestuursrechter.

In het dossier van de Duitse vrouw die bijstand aanvroeg in de gemeente Cuijk (LJN: BZ3853), leek de weigering nog meer voor de hand te liggen. Ze had weliswaar sinds 1999 een voorlopige verblijfsvergunning, maar vertrok in 2005 „met onbekende bestemming” – naar achteraf bleek om een gevangenisstraf in Noorwegen uit te zitten.

In 2007 werd zij in Nederland „ongewenst” verklaard. Toen het ministerie daar in 2009 op terugkwam, vroeg ze meteen een bijstandsuitkering aan, die door Cuijk twee keer geweigerd werd. Ook de bestuursrechter verklaarde haar bezwaren ongegrond.

Maar deze maand oordeelde de Centrale Raad van Beroep, de hoogste bestuursrechter in Nederland, in al deze dossiers anders. Gemeenten mogen niet zomaar op de stoel van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie gaan zitten. Alleen de staatssecretaris gaat over de vraag of iemand rechtmatig in Nederland verblijft.

Pas als daarover duidelijkheid is, kunnen gemeenten bijstandsuitkeringen weigeren. De simpele aanvraag daarvan is onvoldoende om ervan uit te gaan dat een EU-burger zichzelf diskwalificeert als iemand die niet in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien en dus onrechtmatig in Nederland verblijft.

Zo had de gemeente Cuijk bij het ministerie moeten nagaan of het intrekken van die ‘ongewenstverklaring’ gevolgen heeft voor de verblijfsstatus van die Duitse vrouw. Het afwijzen van haar bijstandsaanvraag was dus „onvoldoende zorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd”.

Voor de Poolse vrouw die na een kortstondig huwelijk met een Nederlandse man moest rondkomen van een klein Pools pensioentje uit haar moederland, geldt volgens de Centrale Raad van Beroep hetzelfde (LJN: BZ3854). Ze had na de scheiding om bijstand gevraagd en die had de gemeente Almere niet zomaar mogen afwijzen. Want ook Almere was niet bevoegd om te oordelen dat ze onrechtmatig in Nederland verbleef.

Ook in dit dossier was de besluitvorming „onzorgvuldig voorbereid” en genomen op „onjuiste grondslag”, aldus de Raad, omdat het oordeel van de staatssecretaris was overgeslagen. Het is niet aan gemeenten om te oordelen over de verblijfsstatus van EU-burgers, maar aan de staatssecretaris.

En zolang daar geen duidelijkheid over is, kunnen EU-burgers in Nederland gewoon recht op bijstandsuitkering hebben. Daarom moeten de betrokken gemeenten hun afwijzing binnen zes weken opnieuw motiveren. En daar het oordeel van de Raad in betrekken.

Tips? Mail naar ecorecht@nrc.nl.