Kleinere rol voor Cito bevoordeelt 'ons soort mensen'

Niet de Citoscore, maar het schooladvies bepaalt straks de toegang tot de middelbare school. Dat leidt tot ongelijkheid, voorspelt Jaap Dronkers.

De komende tien jaar zal het percentage havo- en vwo-adviezen van basisscholen verder groeien, hoewel de gemiddelde Citoscore nauwelijks zal stijgen. Als gevolg van deze groei zullen populaire havo- en vwo-scholen toelatingsexamens of regelingen invoeren die de ongelijkheid tussen hoog- en laaggeschoolden zullen vergroten. De slag om de toegang tot havo- en vwo-scholen zal daarom nog heftiger worden dan hij nu al is: de stress rond de huidige Citotoets is daarmee vergeleken kinderspel. Dit zullen de onbedoelde gevolgen zijn van het politieke compromis om het advies van de basisschool leidend te maken bij de toegang tot het voortgezet onderwijs en om de Citotoets pas in mei, na de schoolkeuze, af te nemen.

Het advies van de basisschool is geen objectief gegeven, want tot op de huidige dag houden leerkrachten rekening met de maatschappelijke achtergrond van de leerlingen. Kinderen van hoger geschoolde ouders en uit tweeoudergezinnen krijgen hogere adviezen dan kinderen van lager geschoolde ouders en eenoudergezinnen, ook bij gelijke capaciteiten. Dat is in 2013 nog steeds het geval, net als in 1973, kort na de invoering van de huidige regeling. Wie dit die ontkent (zoals de Vereniging Openbaar Onderwijs), ontkent de waarheid of leeft in een papieren werkelijkheid van convenanten en goede bedoelingen.

Het vervangen van een objectieve toets van de capaciteiten van leerlingen (bijvoorbeeld de Citotoets) door een schoolkeuze alleen op grond van het advies, zal de druk van ouders vergroten om hun kinderen een hoger advies te geven dan zij verdienen. De afwezigheid van een objectieve toets in groep 8 zal het voor basisscholen steeds moeilijker maken die druk te weerstaan. En zo zal het gemiddeld advies gaan stijgen zonder dat dit gepaard gaat met een stijging van de Citoscores.

Hooggeschoolde ouders zullen beter in staat zijn het advies voor hun kinderen te verhogen, terwijl ouders uit de lagere klassen hun enige middel (een objectieve toets) uit handen is geslagen. Citotoets-training voor leerlingen zal vervangen worden door een ‘hoe overtuig ik leerkrachten’-training voor ouders. Daarna is het wachten op het eerste geval van omkoping. Omdat in tegenstelling tot Finland basisschoolleerkrachten niet hooggeschoold zijn en ook niet goed betaald worden, zal het zeer de vraag zijn of zij dit „niet te weigeren aanbod” weten te weerstaan.

Een dergelijk scenario heeft zich al eens eerder gedeeltelijk voltrokken in Nederland. Amsterdam schafte in de jaren tachtig een externe toets af met bijna het zelfde argument: leerkrachten geven een goed advies. Het gevolg: Amsterdamse leerlingen kregen ieder jaar een hoger advies. De voorspellende kracht van dat advies werd dan ook elk jaar geringer. Het heeft veel moeite gekost om de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs in Amsterdam weer op het spoor te krijgen – dit gebeurde onder andere door herinvoering van een Cito-toets. Zonder harde externe toetsing kan geen instelling goed werken en zich beschermen tegen druk van belanghebbenden: dat geldt ook voor het onderwijs.

Deze jaarlijkse toename van havo- en vwo-adviezen zal leiden tot steeds langere aanmeldingslijsten bij de populaire havo- en vwo-scholen. Deze scholen zullen de ongefundeerde groei van havo- en vwo-adviezen immers niet kunnen en willen verwerken zonder dat zij hun kwaliteit verliezen. De overheid zal geen nieuwe havo- en vwo-scholen kunnen en willen stichten om deze ongefundeerde groei op te vangen. Als gevolg daarvan zullen formeel of informeel weer toelatingexamens ontstaan, net zoals vroeger voor het gymnasium en de HBS.

De stress van een extra test zal nog veel groter zijn dan de huidige Citostress. Denk aan de score van de entreetoets van groep 7, die bij de aanmelding vereist zal worden en dan gaat dienen als onbedoeld selectiemechanisme.

Als de overheid deze toelatingsexamens verbiedt en dat verbod ook weet te handhaven, zullen toegangsregelingen ontstaan die familieleden van leerlingen, of leerlingen uit bepaalde postcodes voorrang geven op de aanmeldingslijst. In Parijs zijn dit soort toelatingsregelingen schering en inslag, uiteraard niet bij de lycées in de banlieues, maar wel bij prestigieuze scholen.

Wat ook de uitkomst is, toelatingsexamen of regelingen vergroten de maatschappelijke ongelijkheid bij de toegang tot een van de belangrijkste ‘erfenissen’ van ouders aan hun kinderen: een goede opleiding. Succes bij deze examens of regelingen vereist veel sociaal en cultureel kapitaal van de ouders, dat vooral aanwezig is bij de hogere klassen.

Dat VVD en D66 een toelatingsregeling voorstellen die de kinderen van ‘ons soort mensen’ bevoorrecht is, gezien hun kiezerscorps, begrijpelijk. Maar dat de PvdA dit ook doet, laat zien dat zij geen sociaaldemocratische partij meer is, maar een verdwaalde bestuurderspartij zonder geheugen en visie.

Jaap Dronkers is hoogleraar International comparative research on educational performance and social inequality aan de Universiteit Maastricht.