Jongeren knappen het kasteel op

Werkgelegenheid voor jongeren, levende Limburgse historie én publiekstrekker. Kasteel Schaesberg zou het allemaal kunnen zijn.

Kristiaan (zwarte jas), Randy (grijze jas) en Rachelle bij het bezoekerscentrum van kasteel Schaesberg in Landgraaf, Limburg. Foto Chris Keulen

Daniel Finster (26) baalde als kind als zijn ouders hem tijdens vakanties meesleepten naar „weer zo’n hoop stenen”. Nu gaat zijn afstudeerscriptie als student bouwmanagement aan de Hogeschool Zuyd over kasteel Schaesberg. Hij brengt in kaart wat er moet gebeuren en welke vergunningen nodig zijn om het slot, nu niet meer dan een ruïne, komend najaar toegankelijk te maken voor bezoekers.

Door een bezoek aan het Thermenmuseum in Heerlen en bezichtigingen in het buitenland kreeg Rachelle Baukes (14), leerlinge aan de Praktijkopleiding Parkstad Limburg, wat met geschiedenis. Met medescholieren Kristiaan, Randy en Ricardo doet ze nu onder begeleiding van een docente één dag per week werkervaring op bij het bezoekerscentrum van Kasteel Schaesberg, een voormalige school. „Allerlei klusjes: schoonmaken, onkruid uittrekken, prullenbakken opruimen.” Ze verheugt zich op het moment dat ze in de loop van deze maand bij de ruïne zelf aan het werk mag: stenen rapen.

Finster en Baukes horen bij de eerste jongeren die betrokken zijn bij de herbouw van Kasteel Schaesberg in Landgraaf. Als het project, dat vermoedelijk een jaar of dertig duurt, straks goed loopt, verwacht projectleider Aryan Klein alleen al meer dan vijftig bouwvakkers in opleiding te hebben rondlopen. Voor Klein is bouwen met historie niet helemaal nieuw. Hij werkte twintig jaar op de Bataviawerf in Lelystad, waar zeventiende-eeuwse schepen herleefden.

Kasteel Schaesberg ligt in een groot stuk groen midden in de Limburgse Mijnstreek. De geschiedenis van het slot gaat terug tot de veertiende eeuw en mogelijk nog veel verder. De schamele restanten die nu nog zichtbaar zijn, herinneren aan een bouwwerk in Maaslandse renaissancestijl uit de zeventiende eeuw. Het huis zelf werd vanaf 1733 niet meer bewoond en raakte in de eeuwen daarna in verval. De hoeve ervoor, tevens een soort voorburcht, was tot 1964 in bedrijf en werd vier jaar daarna gesloopt.

Een nauwkeurige reconstructie is mogelijk, omdat in de jaren tachtig van de negentiende eeuw een hele reeks foto’s en bouwtekeningen werden gemaakt. Klein: „Zelfs het kasteel zelf was toen nog redelijk intact.”

Voor de komende vier jaar is zo’n twee miljoen euro voor het project beschikbaar. De helft komt van de gemeente Landgraaf. De provincie Limburg en de Parkstadraad, een regionaal samenwerkingsverband van gemeenten, zijn elk goed voor een kwart. Garanties voor de gehele bouwduur geeft niemand. „Als het geld op is, moeten we op zoek naar nieuwe financiering. Tegen die tijd gaat ook het bezoek langzaam maar zeker wat opbrengen.”

Als Klein op de Bataviawerf één ding geleerd heeft, is het om de verwachtingen niet torenhoog op te schroeven. Maar ooit moet het kasteel toch evenveel uitstraling kunnen krijgen als de overdekte skibaan Snowworld of het Pinkpopfestival in de gemeente. „Op den duur moet 150.000 bezoekers op jaarbasis haalbaar zijn. De eerste jaren, met vooral voorbereidingen voor de herbouw, zullen dat er veel minder zijn.”

Geschiedenis moet zichtbaar worden op de bouwplaats in een heemkundetuin, in een boerderij met oude dierrassen en in ambachtelijke werkplaatsen. Behalve een groep professionals en leerlingen van diverse opleidingen rekent Klein op vrijwilligers.

Kees Hessels (56) is er nu al een. Hij groeide op in Heerlen en hing als jongen veel rond bij het kasteel. „Spelen op het erf van de hoeve. Kikkervisjes vangen in de gracht.” De ruïne intrigeerde hem toen al. „Ik stelde me het kasteel en de geschiedenis voor.” Nu, vele jaren later, is hij als amateurhistoricus op zoek naar het echte verhaal. Sinds hij twee jaar geleden zijn baan als ICT’er kwijtraakte, stopt hij nog meer tijd in die hobby. Een paar dagen per week werkt hij op het bezoekerscentrum.

De jongeren van het eerste uur hopen te kunnen blijven. Leerlinge Rachelle Baukes wil er later werk vinden in de horeca. Student bouwmanagement Daniel Finster heeft door zijn afstudeerproject steeds meer hart voor historie gekregen. „Iets nieuws maken is mooi. Aan de slag gaan met iets bestaands is vaak nog complexer. Een toekomst als renovatiedeskundige lijkt me ook wel wat.”