Irakoorlog was best een goed idee

Tien jaar na de invasie in Irak horen we dezelfde mantra: het was een heilloze onderneming. De werkelijkheid is ingewikkelder, schrijft Dirk-Jan van Baar.

Voor Henk Hofland is het tien jaar na dato nog altijd heel simpel. Het fiasco van de Irakoorlog, schreef de columnist vorige week in deze krant, was te wijten aan de verzinsels van de neocons over een bloeiende democratie in de Arabische wereld, de leugens over de gevaren van Saddam Hoessein en massavernietigingswapens die er niet bleken te zijn, de stemmingmakerij in de rechtse media, en het misdadige onbenul van George W. Bush, die voor massamoord vervolgd zou moeten worden. Dat praat je hem niet meer uit zijn hoofd, voor ‘de journalist van de twintigste eeuw’ is het Westen altijd schuldig. Toen het Westen in de jaren negentig langdurig toekeek hoe Serviërs Sarajevo belegerden, sprak Hofland er schande van. Er had moeten worden ingegrepen. En toen er in Kosovo wel preventief ten behoeve van bedreigde moslims werd geïntervenieerd, zat Hofland weer bij de zwartkijkers. Als criticus zit je dan altijd goed.

Het was vorige week tien jaar geleden dat de Amerikaanse invasie in Irak begon, en dus werd in de media dezelfde mantra eindeloos herhaald: de Irakoorlog was een catastrofale, heilloze onderneming. De werkelijkheid is ingewikkelder, waarbij de militaire invasie in Irak nog het minst ingewikkeld was. Die verliep op rolletjes. Binnen drie weken was het met het bewind van Saddam gedaan en tot de aanslagengolf in augustus 2003, waarbij de Braziliaanse VN-gezant Sergio Vieira de Mello om het leven kwam, kon de wereld na een eerste serie plunderingen hopen op een vrij Irak. Dat was misschien naïef van de Amerikanen, maar zulk ingrijpen had in Koeweit, Bosnië, Kosovo en zelfs Afghanistan (the good war voor Barack Obama) tot snelle verbeteringen geleid. De neocons waren nu ook weer niet zulke fantasten, en Dick Cheney en Donald Rumsfeld kon je als aanhangers van de knalharde realistische school al helemaal geen dromers noemen. Dat de Amerikaanse macht om orde te scheppen in het Midden-Oosten op grenzen zou stuiten, moest nog bewezen worden.

Toegegeven: daar zijn Al-Qaeda en alle elkaar bestrijdende moslimfacties in Irak glansrijk in geslaagd. Zij – en niet Bush – zijn dan ook grotendeels verantwoordelijk voor de 655.000 doden die er in Irak zijn gevallen. Het Amerikaanse ingrijpen mocht geen succes worden. Je mag de regering-Bush verwijten dat zij het nihilisme van haar tegenstanders en het cynische dubbelspel van haar bondgenoten heeft onderschat. Irak bleek een nog veel diepere put dan gedacht, waarin de vermoede massavernietigingswapens spoorloos waren verdwenen en de Saddamgetrouwen bleven doorvechten nadat hun leider – die zich acht maanden schuilhield – uit een hol onder de grond was opgepakt. Dit was een onwaarschijnlijk scenario. Zoiets verzin je niet, ook niet als je Bush heet. En degenen die dit wel voor mogelijk hielden, hadden uitermate lage verwachtingen van de Arabische wereld, waarin leugens en bedrog zo normaal zijn dat zij iedereen – inclusief de machthebbers zelf – op het verkeerde been zetten.

We weten nu beter, er zijn althans geen illusies meer over een heilzaam ingrijpen van buiten. Wat niet wil zeggen dat dit niet nog steeds gebeurt. Zo werd er zonder plan in Libië ingegrepen, onder leiding van Frankrijk (tijdens de Irakoorlog in het kamp van de critici), omdat dictator Gaddafi als een dolleman in Benghazi een bloedbad dreigde aan te richten en de prille geest van de Arabische Lente om zeep leek te brengen. Het kostte Gaddafi de kop, maar leidde ook tot een nieuwe instant-invasie, in Mali. In Syrië daarentegen kijkt de wereld bedachtzaam toe hoe het Ba’ath-bewind van Bashar al-Assad met grof geweld om zich heen slaat. Moet het Westen na alle ervaringen in Irak ingrijpen, in een wespennest waar niemand – zelfs de Israëli’s niet – een flauw benul heeft wie die opstandelingen zijn? Illusies over de Arabische Lente, zo mooi begonnen in Tunesië en Egypte, waar dictators door het volksprotest ten val zijn gebracht, zijn er niet meer. Toch zijn er ook nu weer critici die vinden dat het Westen het Syrische volk in de steek laat, hoewel Assad altijd een cliënt van Rusland en Iran is geweest.

Waar mogelijk (en ook waar het niet mogelijk was, zoals in Afghanistan) heeft het Westen de democratische krachten in de moslimwereld ondersteund, zoals in Libanon, waar in 2005 na de moord op premier Rafik Hariri de cederrevolutie uitbrak die het Syrische leger tot de aftocht dwong. De islamitische regering in Turkije, die zich op het laatste moment tegen de inval in Irak keerde, geldt in Washington nog steeds als democratisch model voor de regio. Het zijn de Koerden in Irak, én het boomende Turkije, die het meeste profijt hebben gehad van de val van Saddam. Niet Iran, wat vaak wordt gezegd; de sjiieten in Irak (zestig procent van de bevolking die nu van het soennitische terreurbewind van Saddam is verlost) lopen echt niet aan het lijntje van Teheran. Je kunt ook niet zeggen dat de Irakezen de ‘opgelegde’ democratie niet op prijs hebben gesteld. Tijdens verkiezingen was de opkomst hoog, waarbij Irakezen met gevaar voor eigen leven gingen stemmen. De Arabische Lente, die al geen lente meer is, bewijst met terugwerkende kracht dat de (jonge) bevolkingen in het Midden-Oosten snakken naar verandering. Dat hadden de neocons goed gezien. En zou Saddam zonder ingrijpen van buiten ten val zijn gebracht? In Syrië zien we elke dag dat dit niet makkelijk is. Bedenk hoe Irak en de regio eruit zouden hebben gezien als de Amerikanen en de Britten onverrichter zake waren vertrokken en Saddam de handen weer vrij had gehad.

Natuurlijk hebben de Amerikanen in Irak blunders begaan, vooral na de inval, toen er op de tast een Arabisch land moest worden bestuurd. Maar voor veel critici, onder wie de eeuwige Hofland, kon het Westen toch al geen goed doen. Dat helpt niet echt, en zorgt ervoor dat we tien jaar na de Irakoorlog alleen nog leugens en bedrog zien. Niet van de regimes die de boel werkelijk hebben bedonderd, maar van westerse leiders die hoe onvolkomen ook schoon schip hebben willen maken.