Irak, tien jaar later: terugblikken en sorry zeggen

Ondertussen in Irak… Vorige week woensdag, 20 maart, was het tien jaar geleden dat de Amerikaans-Britse inval in Irak begon. Dat was voor een aantal media aanleiding om groots terug te blikken op ‘tien jaar Irak’. Vooral natuurlijk voor Britse en Amerikaanse media, omdat hun landen direct, en langdurig, bij de oorlog betrokken waren. Sommige

Schade na aanslag met autobom in Irak, februari 2013. Foto Reuters

Ondertussen in Irak…

Vorige week woensdag, 20 maart, was het tien jaar geleden dat de Amerikaans-Britse inval in Irak begon.

Dat was voor een aantal media aanleiding om groots terug te blikken op ‘tien jaar Irak’. Vooral natuurlijk voor Britse en Amerikaanse media, omdat hun landen direct, en langdurig, bij de oorlog betrokken waren. Sommige van die kranten steunden de oorlog, en enkele zagen de afgelopen jaren reden om dat standpunt te herzien of op lacunes in de berichtgeving terug te komen.

Een kort overzicht.

The Guardian zette hoog in, met een lange serie die hier te lezen is. Ook The New York Times publiceerde een reeks artikelen over Irak ‘voor en na de inval’ die je hier kunt lezen, naast verschillende opinestukken over de oorlog.

Daarnaast schreef de ombudsvrouw van die krant over de aandacht van de Times voor de oorlog, die ze aanvankelijk nogal rustig vond. Een adjunct-hoofdredacteur legde uit waarom:

De oorlog is al zo uitgebreid beschreven en geanalyseerd, dat je wel iets heel speciaals of nieuws moet hebben om er een apart katern aan te besteden.

Maar er kwamen dus wel allerlei losse artikelen. En een commentaar, waarin de krant de balans opmaakte.

De oorlog in Irak was onnodig, kostbaar en schadelijk op elk niveau. Hij was gebaseerd op onjuiste informatie die om ideologische redenen werd gemanipuleerd. De verschrikkelijke menselijke en economische kosten maken duidelijk dat dit nooit meer moet gebeuren.

Dat is volgens de krant vooral een les voor de politiek, want:

Irak herinnert ons eraan dat politieke leiders de juiste vragen moeten stellen voor militaire actie wordt goedgekeurd. President Bush leidde de aanval, maar zowel Democraten als Republikeinen steunden hem. Irak maakt ook de beperkingen duidelijk van Amerika’s invloed in streken waar sektarisme sterk blijft en democratie geen echte geschiedenis heeft.

The New Republic kwam in 2006 al terug op eerdere steun voor de inval, in deze spijtbetuiging.

Andere Amerikaanse kranten blijven achter de oorlog staan, althans zij beoordelen de uitkomst al met al positiever. Zoals de populaire, pro-oorlog The New York Post, met dit standpunt:

Wij geloven dat twee feiten de moeite van het herhalen waard zijn. Allereerst: ook al was Saddam Hussein dan niet betrokken bij de aanslagen van 11 september 2001, hij was wel een bedreiging voor de vrede. Ten tweede: het Midden-Oosten is nu een hoopvoller regio, met een, toegegeven, wankele democratie in plaats van Saddam’s meedogenloze repressie.

Veel media, zoals The Huffington Post, probeerden ook de vraag te beantwoorden welke lessen de media zouden kunnen of moeten trekken uit de oorlog. Eén les, in elk geval: blijf kritisch, ook tegenover officiële informatie.

Al jaren eerder stak The Times de hand in eigen boezem, omdat de krant in de aanloop naar de oorlog te veel was meegegaan met informatie van de regering-Bush over de vermeende massavernietigingswapens van Saddamn Hussein, zoals in dit voorpaginastuk. De krant ging door het stof in een hoofdartikel, een pijnlijk moment.

Toenmalig hoofdredacteur Bill Keller kwam er jaren later, bij zijn afscheid, nog eens uitgebreid op terug in dit stuk.

Hoogleraar journalistiek en blogger Ed Wasserman ziet in het ‘falen’ van de Amerkaanse media rond Irak zelfs aanleiding voor deze klaagzang over de teloorgang van kritische journalistiek.

Al dat spijt betuigen en handenwringen leidde tot dit sarcastische stuk in The Atlantic: een heel nieuw genre in de journalistiek: sorry voor de oorlog!

Ook media in Frankrijk en Duitsland, landen die zich tégen de oorlog keerden, besteedden fors aandacht aan de verjaardag van de inval. Le Monde bracht onder de verzamelnaam Bagdad, dix ans après reconstructies en opiniestukken, waarin het Franse standpunt duidelijk doorklinkt. Zoals in dit stuk, met de veelzeggende titel Échec d’une guerre pour le pétrole

In Duitsland bracht Die Welt onder meer een reportage uit Bagdad. Intro van dat stuk:

Tien jaar na de inval is het vertrouwen tussen de verschillende bevolkingsgroepen verstoord. Het land dreigt in chaos weg te zinken.

Der Spiegel Online bracht eveneens een eigen reportage, een fotoserie en andere stukken.

Die krant trok ook tien lessen uit de oorlog, met een zeer negative lading. De eerste, met een verwijzing naar een uitsraak van Obama: het was een ,,domme oorlog’’. Andere lessen: het ‘merk’ USA is geschaad door de oorlog, het was de oorlog van de ‘neocons’, die er bovendien niets van hebben geleerd.

Voor Nederlandse media, op grotere afstand van de oorlog, was er minder reden om zo uitgebreid terug te blikken of zichzelf te kastijden. Redacteur Midden-Oosten Carolien Roelants deed in haar column in NRC Handelsblad deze bekentenis:

Als er iets is dat ik haat is het verjaardagsjournalistiek. Eén jaar Arabische Lente, twee jaar Arabische lente, drie jaar (als het die haalt). Honderd dagen kabinet. Honderd dagen ná het kabinet. Vrouwendag, mannendag. Alle kranten vol met hetzelfde en dan ga je eens een keer voor de tv zitten: wéér die verjaardag. Ik vind: een onderwerp moet zich opdringen en dat is per definitie niet doordat het zijn zoveelste verjaardag viert.

Dat neemt niet weg dat de krant consequent en veel over Irak heeft geschreven, en dat nog doet, zoals in een recente reportage uit het Koerdische gebied in Noord-Irak. Op de opiniepagina van NRC Handelsblad herhaalde H.J.A. Hofland nog eens zijn bezwaren tegen de oorlog.

De site van de krant pakte wel flink uit op de dag zelf, vooral met beeld en met stukken uit de Angelsaksische pers, zoals deze longread en dit stuk over de Amerikaanse vice-president Dick Cheney.

En ook in Nederland leidde het jubileum hier en daar tot zelfonderzoek. Correspondent Arie Elshout van de Volkskrant, destijds een van de weinige Nederlandse columnisten die de inval (met politieke en humanitaire argumenten) steunden, schreef in een persoonlijke terugblik dit:

Ook voor mij was dat het moment dat ik moest concluderen dat het er erg op leek dat het middel (de interventie) erger was dan de kwaal (Saddam). Toch merkte ik tegelijkertijd dat als ik dat opschreef, ik het toch nooit over mijn hart kon verkrijgen om de inval tot een volstrekte mislukking te verklaren.

En:

Zoals ik ook morgen in het stuk over de neoconservatieven schrijf: twee van de drie bevolkingsgroepen (sjiieten en Koerden) gingen erop vooruit. Voorts bespeur ik bij mezelf dat ik steeds geïrriteerd raak als de tegenstanders hun tirades beginnen af te steken als de Irak-oorlog ter sprake komt.

Die ontboezeming tekent de onwrikbaarheid van de standpunten over de oorlog, die nog altijd sterk ideologisch beladen is. Tien jaar later blijven de meningen verdeeld - ook hier.