Insluiper

Schedel en veer van een huiswinterkoning uit Suriname. Foto Het Natuurhistorisch

Op mijn bureau bewaar ik in een rommelhoekje losse natuurhistorische voorwerpen waar ik niet direct raad mee weet. Een buisje met veren, een verdroogd visje, ronde steenachtige voorwerpen die verdacht veel op fossiele keutels lijken. Weggooien doe ik niet zo gauw, dus wachten die spullen geduldig op een eindoordeel – de determinatie – zodat ze netjes genummerd en gecatalogiseerd een standplaats in de collectie kunnen krijgen.

Het glazen buisje met daarin een vogelschedeltje en acht losse veertjes staat er al sinds november vorig jaar. Aanwinstnummer 12-072 werd bezorgd door medewerkers van Douanekantoor Rotterdam Haven/Maasvlakte. Het zijn de overblijfselen van een vogeltje dat volkomen verdroogd werd gevonden tussen een partij hardhout in een container afkomstig uit Suriname. De douanier noemde het lijkje treffend een ‘insluiper’. Twee andere verstekelingen – kakkerlakken – overleefden de zeereis en wisten te ontsnappen op de Maasvlakte.

Het schedeltje met een spitse, lange, lichtgekromde snavel is onmiskenbaar van een insecteneter. De totale lengte inclusief snavel bedraagt 33,1 mm en de snavel meet 16,7 mm. Op het schedeldak zitten grijsbruine kopveertjes. De losse vleugelveren zijn roestbruin met grijze dwarsbanden en ze doen me denken aan het verenkleed van onze winterkoning, die juist niet voorkomt in Zuid-Amerika. Blijven er 75 andere soorten winterkoninkjes over in de Nieuwe Wereld, waarvan er zes inheems zijn in Suriname. Met de maat van de snavel als enige harde kenmerk, blijft alleen de huiswinterkoning (Troglodytes aedon) over.

De auteur is bioloog en conservator van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam.