In Brussel moet je niet altijd eerlijk zijn

Beurzen schrokken van de opmerking van Jeroen Dijsselbloem dat de redding van Cyprus het toekomstmodel is. „Zijn uitspraak kon niet op een slechter moment komen.”

Caroline de Gruyter

Een voorzitter van de eurogroep hoeft niet altijd de waarheid te spreken. Dat was de stelling van Jean-Claude Juncker, de voorganger van Jeroen Dijsselbloem. „Als het serieus wordt, moet je soms liegen.”

Juncker, ook premier van Luxemburg, schaamde zich hier niet voor. In 2011 riep hij, middenin de Griekse crisis, enige euro-kopstukken naar Luxemburg voor crisisoverleg. Juncker instrueerde zijn woordvoerder om dit te ontkennen. Junckers verdediging was later dat „Wall Street op dat moment nog open was”.

Juncker had jarenlang twee petten op. In Luxemburg sprak hij voor kiezers. Maar als eurogroepvoorzitter moest hij middenin een existentiële crisis van de muntunie zorgen dat financiële markten weer vertrouwen in de euro kregen. Dijsselbloem heeft minder ervaring met dit schizofrene bestaan. Hij is sinds november minister en sinds januari eurogroepvoorzitter. In een interview met persbureau Reuters en de Financial Times zou hij gisteren hebben gezegd dat de redding van Cyprus het nieuwe model is: „De risico’s overhevelen van de financiële sector naar de belastingbetaler is niet de juiste benadering.” Hij wil de sector, en zijn klanten, laten meebetalen. Bail-in heet dat. „Deze benadering moeten we nu consequent gaan volgen.”

Overheden hebben geen geld en politiek krediet van de kiezer meer om banken overeind te houden en willen dat de financiële sector meebetaalt. Europese regeringen werken bovendien aan een gezamenlijk resolutiemechanisme waarbij bail-in standaard onderdeel is. Dit mechanisme moet bankfaillissementen vanaf 2018 helpen voorkomen of ordentelijk afwikkelen.

Inhoudelijk valt er weinig af te dingen op wat Dijsselbloem zei. Noordelijke Europese landen zijn het bovendien met hem eens. Daar is de crisis in 2007-2008 begonnen, met banken die omvielen. Duitsland, België, Nederland, Groot-Brittannië en Oostenrijk werden het hardst getroffen. Daar is de rekening voor belastingbetalers het hoogst.

De vraag is: is het verstandig om dit bail-in-mechanisme uitvoerig aan de orde te stellen, de dag nadat er opnieuw een euroland bij de afgrond is weggehaald? Is het slim om nu directe kapitalisatie van banken, een belofte van de regeringsleiders, in twijfel te trekken? Velen in Brussel vinden van niet. Bankaandelen kelderden. „We willen maar één ding”, zegt een hoge Europese ambtenaar: „dat beleggers weer vertrouwen krijgen in ons. Dat ze investeren in de eurozone. Het laatste wat we nodig hebben, is dat ze denken: wegwezen, ons geld is in Europa niet veilig. Dijsselbloems opmerkingen konden op geen slechter moment komen.”

Gisteravond stuurde Dijsselbloem een verklaring uit dat „Cyprus een specifiek geval is met uitzonderlijke uitdagingen”. Ofwel (maar dat stond er niet): dat rekeninghouders meebetalen op Cyprus, betekent niet dat dit straks in andere landen ook gebeurt. Maar het was te laat. De invloedrijke commentator Wolfgang Munchau schreef vanmorgen in de Financial Times: „Hij had net zo goed gezegd kunnen hebben: Take your money and run.” ECB-directielid Benoît Coeuré zei vanmorgen op de Franse radio dat „Dijsselbloem in de fout ging toen hij zei wat hij zei.”

In Brussel wordt men een beetje moe van deze Hollandse schoolmeester. Velen zeggen dat hij een efficiënte eurogroepvoorzitter is, maar nog te weinig politiek gewicht heeft. De algemene opvatting is dat hij het eerste hulppakket voor Cyprus niet had moeten laten passeren, waarbij kleine rekeninghouders werden gekort. Daarna maakte Dijsselbloem een communicatieblunder door deze deal niet uit te leggen in een perszaal vol journalisten die alle details al hadden en vol vragen zaten. Nu hij aan de communicatie werkt, is hij weer te eerlijk. Deze incidenten ondermijnen zijn positie en, erger, de geloofwaardigheid van de eurozone.

Commentaar: pagina 2

Redding Cyprus: pagina 21- 23