'Ik geef toe dat Cubanen mij raar vinden'

Dissidente Yoani Sánchez geloofde pas toen het vliegtuig wegvloog uit Cuba dat vrij reizen geen grap is. Maar: „Het komt niet uit dat ik nieuws ben.”

Ykje Vriesinga.

Haar blog ‘Generación Y’ heeft van Yoani Sánchez misschien wel de bekendste Cubaan gemaakt die geen Castro heet. Tot ongenoegen van het regime: de 37-jarige hispanologe is in elkaar geslagen, opgepakt door de politie en uitgescholden en bespuwd door aanhangers van de communistische partij.

„Ik ben bang. Maar elke keer dat ze me intimideren maakt het me dapperder”, zegt Sánchez in Silent Voices, een documentaire die werd vertoond op het festival Movies That Matter in Den Haag. „Mijn duizenden lezers rond de wereld beschermen me als een schild.”

Jarenlang mocht Sánchez niet reizen. Nu is ze in Nederland, als onderdeel van een reis rond de wereld in tachtig dagen. Ze bezoekt Latijns-Amerika, de VS en Europa.

Sinds januari mogen Cubanen zonder toestemming van de regering naar het buitenland. Tot haar verrassing lieten ze ook Sánchez gaan. „Pas toen het vliegtuig opsteeg, kon ik geloven dat ze geen grap met me uithaalden,” zegt ze in de auto naar Amsterdam, waar ze alsnog de Prins Claus Prijs krijgt die ze in 2010 ontving voor haar gevecht voor persvrijheid.

Tussen de interviews en afspraken door blogt ze op haar iPad. Een cadeau van een fan. „Ik ben verslaafd aan internet. Pagina’s openen hier in een flits!”, zegt ze. „En sites die in Cuba gecensureerd worden, kan ik hier openen.”

Een groot verschil met Cuba. Bijdragen voor haar blog verstuurt ze via trage verbindingen in hotels. Kosten: 6 euro per uur, meer dan een week salaris voor de gemiddelde Cubaan. Haar site is voor haar landgenoten afgeschermd en sinds een paar dagen is hij gehackt. „Dat gebeurt vaker als ik in het nieuws ben. Dat komt mijn regering niet uit.”

U leeft in een utopie die niet de uwe is, zegt u. Zijn er nog Cubanen die wel geloven in het socialisme van de Castro’s?

„Dat is moeilijk te zeggen, want zonder persvrijheid weet je niet wie wat denkt. Mijn thermometer zegt dat 10 procent het systeem steunt en 10 procent het een dictatuur vindt. De rest is bezig met overleven.”

Waarom zijn er geen demonstraties in Cuba? Zoals in Iran, waar de documentaire ook speelt.

„In Iran heb je veel jongeren en ze hebben toegang tot technologie. Van de Cubanen heeft slechts 3 procent thuis internet. De regering controleert de aansluitingen. Cuba is bovendien vergrijsd. Jongeren gaan weg zodra ze kunnen. Mensen uiten hun ongenoegen niet door te demonstreren, maar door te migreren.”

U heeft in Zwitserland gewoond en bent toch terug gegaan.

„Ik had heimwee en ik wilde in Cuba zijn om het land te veranderen. Toen ik terug kwam ben ik gaan bloggen. Maar ik geef toe dat Cubanen mij maar raar vinden.”

Heeft het zin gehad?

„Ja. Steeds meer Cubanen bloggen en twitteren. Veel van hen heb ik opgeleid. We gaan Cuba niet democratisch maken met technologie alleen. Maar het helpt. We onthullen informatie die de regering geheim wil houden. We doorbreken haar monopolie op de waarheid.”

Hoe erg is het? Voor ons is Cuba een zonnig vakantieland.

„Toeristen willen de romantiek van het revolutionaire Cuba niet doorbreken. Maar ga maar een maand in Havana wonen zoals een gewone Cubaan. Zonder geld, zonder internet, met nauwelijks eten. Je kunt al opgepakt worden als je rundvlees koopt op de zwarte markt.”

Raúl Castro heeft gezegd dat hij in 2018 stopt. Een grote stap?

„Het is een lege aankondiging: hij is tegen die tijd 87 en te oud om nog te regeren. Zijn opvolger heeft hij al aangewezen. Alles om de belangen van de familie Castro te beschermen. Hun macht is enorm.”

U heeft mij eerder gezegd dat het regime al voor die tijd valt.

„Ja. Raúl is gedwongen om te hervormen. Maar telkens zijn er onverwachte gevolgen. Neem mobiele telefoons. Hij had ze nooit toegestaan als hij had geweten dat ze de belangrijkste wapens zouden worden van de dissidenten. Het glipt steeds meer uit zijn handen. Het zal geen Tahrir-revolutie zijn. Maar de verandering komt.”