Hyperlokaal sloppenwijkje

Sinds kort heeft Amsterdam een sloppenwijkje. Je vindt het op Oostenburg, een oud haventerrein. Freezing Favela heet deze tijdelijke stad. ‘Freezing’, omdat het er tochtig is. En ‘favela’ omdat men er werkt met afval, onder primitieve omstandigheden. „De ruimte is groot, onverwarmd en het lekt”, zegt de website.

Er is een miniboerderij. Er staat een huisje van karton, een tent, een toren van krantenpapier. Er zijn aquaria met meervalletjes: hun poep dient als mest voor cherrytomaatjes en sla. Er is de White Trash Liquor Factory, waar ‘hyperlokale’ jenever en wodka worden gestookt. Er is de Favela Sauna.

Ik ben maar een paar keer in sloppenwijken geweest, maar die zagen er anders uit. De Freezing Favela is dan ook een kunstproject van Mediamatic, gesponsord door de Gemeente Amsterdam, het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en Stadgenoot. Het is een knutselruimte voor geprivilegieerden. Heel urban , sustainable, social, 2.0, do-it-yourself, hyperlokaal – alle subsidiepotjestrefwoorden.

Wat alleen ontbreekt, is enige betrokkenheid met echte sloppenwijken. Daarvan geen spoor. Dit zijn hipsters met microprobleempjes met een minihorizon die sloppenwijkje spelen. Dat je knutselen kunst noemt, soit, maar zolang er elders op aarde nog daadwerkelijk mensen van afval leven, noem het dan geen sloppenwijk. Dat is pervers.

Zei ik elders op aarde? Correctie, zo ver hoef je niet van huis. Zaterdag was er nog een andere tijdelijke stad, op het Museumplein. Daar stond een tentenkampje als protest tegen de behandeling van asielzoekers. Er was een gaarkeuken met linzensoep, er waren in elkaar geknutselde tentjes – heel local, heel social. Onze omgang met asielzoekers is een objectief vastgestelde bloody shame. Tienduizenden leven onder ons op sloppenwijkniveau. Hyperlokaal. Daar is relatief weinig ophef over, omdat we de praktijk zorgvuldig buiten beeld houden. De verdienste van de Vluchtkerk is dat die zichtbaar maakt wat er stinkt. De opvang is ook een soort sloppenwijkje, zonder veel faciliteiten, maar met compassie.

„Mediamatic gaat over kunst en ontwerp dat zich bemoeit met de maatschappij”, staat in het Bedrijfsplan Mediamatic 2013–16. En ook: „Het ontwikkelen van alternatieve strategieën na de 20e eeuw is nodig maar het moet wel leuk blijven. En mooi als het kan. En lekker. Of anders toch weer hard confronterend. Kunst dus.”

Destilleer zo veel wodka als je wilt; vingerverf desgewenst een goudvis groen; print voor mijn part duurzame varkenspiemels in 3D, maar als je zo graag een sloppenwijkje wilt spelen – dan is hier een plan. Komend weekend moet de Vluchtkerk sluiten. De asielzoekers gaan dan de straat op. Mediamatic moet de deuren voor hen openzetten. De ruimte is groot zat. Er staan al tenten. Ja, het dak lekt, maar daar zijn ze aan gewend.

Een sloppenwijkje met echte verschopten. Heel puur. Heel rauw. Heel hyperlokaal.

Think about it.