Het recht op veiligheid

Gepest worden is gênant en pesten is stoer. Erg beschaafd is het niet, maar zo liggen de verhoudingen in de jungle van de schoolklas (en ook op de werkvloer, maar dat is een subtieler verhaal). Slachtoffers gaan zich als slachtoffer gedragen en voor je het weet wekken ze geen medelijden maar weerzin: hij is ook een beetje raar en zij heeft het aan zichzelf te danken. Ze moeten tegen een grapje kunnen. En dat is waar.

Maar volgens onderzoek wordt één op de tien basisschoolleerlingen zo fel getreiterd dat er sprake is van systematische mishandeling. Mensen raken mentaal gewond, soms voor de rest van hun leven. Vandaar dat staatssecretaris Dekker (VVD, Onderwijs) scholen bij wet wil verplichten het treiteren tegen te gaan met een gedegen, door de Inspectie te controleren, anti-pestprogramma.

Naar het zich laat aanzien zal deze wet oproepen om pestproblemen in het ruimste groepsverband aan te pakken: de hele klas, de leerkrachten, de ouders, iedereen om pester en slachtoffer heen wordt aangesproken. De vraag is hoe beheersbaar zo’n groep is, want daar moet alweer rekening worden gehouden met de ongeschreven regels van de groepsdwang.

Zo helder als de staatssecretaris erover praat, ligt het niet. Pesten en gepest worden is een individuele kwestie. Of het nu om de potentiële kwelgeest gaat of over het mogelijke slachtoffer, voor beiden geldt: de een lukt het zich geslaagd te gedragen en de ander gaat aan dezelfde situatie onderdoor.

In de schoolklas moet een kind voor de eerste keer zijn weg zoeken buiten het vertrouwde familieverband. Provoceren, strategisch wegduiken, grenzen zoeken en grenzen stellen – je leert het op school. Het kind ondervindt daar dat elkaar niet liggen een gegeven is. Dat er geen ontkomen is aan de omgang met mensen die zo compleet van jou verschillen dat je blij bent dat je niet zelf zo bent. Dat gaat meestal goed. Maar het kan ook fatale angst wekken. Of het leidt tot agressie, zeker als die van huisuit al een beetje de norm is.

Algemene regels zullen dus allerindividueelst moet worden toegepast. Want de grens tussen een grapje en een onhoudbare aanval, ligt voor iedereen anders.

Wat voorligt kan dan ook geen wet tegen het pesten zijn. Het is een wet die als het goed is de sociale veiligheid van leerlingen waarborgt. Van het verdrukte kind, maar ook die van het kind dat zich al treiterend verweert. En dat is een ongemakkelijk inzicht.

Pesten is niet het einde. De pester kan eindigen als loser en het buitenbeen kan later hoge ogen gooien: success is the best revenge. Dekkers wet zal geslaagd zijn als hij leidt tot controle van excessief groepsgedrag. Meer hoeft niet. ‘Iedereen leuk’ is een angstaanjagend visioen.