Column

Don’t mention the euro

Een toestel van de Royal Air Force vervoerde vorige week dinsdag een miljoen euro cash naar de 3.000 Britse troepen op Cyprus om te voorkomen dat ze zonder geld zouden komen te zitten. Verstandige actie. Maar waarom weten we dit? Omdat Downing Street het zelf heeft verteld. Dat is merkwaardig. Als je een miljoen euro in cash ergens naartoe stuurt, is het dan niet het verstandigst om het vooral niet van tevoren te vertellen? Extra service: het toestel was een Voyager, het vertrok van de basis Brize Norton en landde op de Cypriotische basis Akrotiri.

Het telt op bij de stemmingmakerij over Cyprus die vorige week in het gezicht van Londen ontplofte. Oud-minister van Financiën Darling waarschuwde openlijk voor een bankrun in Italië en Spanje. „Oneerlijk, kortzichtig en zelfdestructief”, zo schoot The Economist afgelopen weekend daags na de aankondiging van het eerste reddingsplan voor Cyprus uit de heup. „Als je een spaarder bent in een van de perifere landen, die wellicht meer geld nodig hebben van de eurozone, wat zou je calculatie dan zijn?” In de Financial Times werd voorspeld dat een bankrun nu een rationele keuze zou zijn.

De stemmingmakerij in Londen rond de reddingsoperatie was, kortom, in het weekend van 16 maart al in volle gang. En, o, wat zou er een slachting komen op de financiële markten maandagochtend. Maar in plaats dat de markt de Britse stemmingmakerij volgde, deed zij helemaal niets. En dat sterkte Duitsland vervolgens in zijn volhardendheid om zijn zin in Cyprus volledig door te drukken. hetgeen afgelopen weekend bleek.

Dat het voormalige Fleet Street zo door de City in zijn hemd werd gezet kan verklaren waarom gisteren, na het definitieve reddingsplan voor Cyprus, Jeroen Dijsselbloem als voorzitter van de eurogroep zo hard werd aangepakt. Handig was het niet van hem om openlijk te suggereren dat Cyprus een laboratoriumproef kan blijken voor volgende operaties. Daarvoor is de toestand op de markten nog wat te teer. Maar hij heeft wel gelijk. Banken, hun financiers en grote depositohouders gaan niet langer vrijuit.

Dat zou zeer gezond zijn: consumenten en financiers zullen in dat geval veel risicobewuster opereren en hun bank eerst goed tegen het licht houden voordat ze ermee in zee gaan. Banken zullen zelf geneigd zijn hogere buffers aan te houden en geen al te gekke capriolen uit te halen, in plaats van zich te moeten voegen naar het knotsgekke stelsel van steeds meer regels dat hen nu van overheidswege in toom moet houden. De markt, kortom, zou de oplossing gaan bieden. Al zal een fors toezicht altijd nodig blijven.

Zo ver zijn we nog lang niet, en de financiële sector zal er ook niet happig op zijn. Het impliceert namelijk ook dat banken klein genoeg moeten worden om, net als de Cypriotische, te mogen falen. Het suggereert ook lagere winstmarges voor de toekomst. Maar uiteindelijk moeten we daar wel naartoe. Nu de Britten nog, die aan de buitenkant van de eurozone nog half in de ontkennende fase verkeren. „De politieke prijs om in een noodprogramma van de eurozone te gaan, is zojuist omhoog geschoten”, waarschuwde The Economist vorig weekend. Inderdaad. Maar, beste fellow gentlemen, dat is dus het goede nieuws.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.