Dolende Andy

W at doen we met Andy Schleck? Ik stel de vraag aan mezelf. Zal ik hem vandaag ten tonele voeren, of is het nog te vroeg? Het actuele wielergeweld speelt zich af op de Vlaamse wegen waar Andy niets te zoeken heeft. Hij hoort er pas te staan in de Ardense klassiekers, en veel later nog, in de honderdste Tour de France. Maar de jongen zit als een bromvlieg in mijn hoofd, ik maak me zorgen om hem. Andy Schleck is aan een gevaarlijke afdaling bezig.

De dag dat Andy opgaf in de Tirreno-Adriatico werd hij gespot in een hotellift in München door de Franse parlementariër Pierre-Yves Le Borgn’. Deze startte meteen een conversatie met enkele Facebook-vrienden. Dat hij had gezien hoe een beschonken type met moeite de lift binnen raakte en er niet in slaagde op de goede knop te drukken. Een deprimerende aanblik was het, want het ging hier om een groot wielerkampioen. De vrienden begonnen te gissen. Was het Jan Ullrich? Klöden misschien? Bij dronken wielrenners denken Fransen kennelijk aan Duitsers. Dan verklapt de parlementariër de juiste naam: het was Andy Schleck. Hij benadrukt nog een keer de treurigheid van het tafereel, en om het helemaal invoelbaar te maken schrijft hij plastisch: “Ik heb op de knop gedrukt die correspondeerde met zijn etage.”

J’ai appuyé sur le bouton correspondant à son etage.

Pierre-Yves Le Borgn’ heeft zich onlangs geëxcuseerd voor zijn loslippigheid. Hij was er niet op bedacht geweest dat zijn woorden op Facebook tot headlines in de sportpers zouden leiden. Een groot fan van Andy is hij, altijd geweest ook. Daarom was hij zo van slag na de pijnlijke ontmoeting met de wielergod. Andy, ter verantwoording geroepen door de Luxemburgse sportpers, doet het Facebook-verslag af als belachelijk. „Ik ben het al vergeten, en wil er niet op reageren.”

Ik vrees dat Andy bedoelt: ik kan het me maar vaag herinneren, dus kan ik er niks zinnigs over zeggen. Wat Andy de Luxemburgse pers nog wel toevertrouwt is dit: „Ik geloof dat ik weer een groot renner kan worden.”

Andy Schleck is dolende. Sinds zijn val in de Dauphiné van vorig jaar – hij brak zijn heiligbeen – is hij zijn lichaam kwijt. Keer op keer beweert hij zich fysiek in orde te voelen, maar rijdt hij geen koers meer uit. Hij mist zijn broer Fränk die geschorst is vanwege een dopingakkefietje. Hij is ziek van Armstrong-gate, hij heeft angst voor zijn eigen biotoop. Tijdens de wintermaanden vergat hij hoe een beroepsrenner moet leven. Als Jan Ullrich in zijn beste dagen liet hij zich gaan. Van de frisse, op een vrouwelijke manier relativerende Andy Schleck is weinig meer over dan een hoopje stof.

Dat hij überhaupt uit zijn eenzaamheid ontwaakte op die hotelkamer in München is pure winst.