Deventer museumschandaal

Deventer bouwt een ‘stadskantoor’ van 70 miljoen euro en moet een museum sluiten. Bouwgekte zonder gevoel voor tradities, meent Henk Slechte.

De wegen van de lokale politiek zijn soms angstaanjagend. De gemeente Deventer wil het Historisch Museum sluiten en de zestiende-eeuwse Waag op de Brink waarin het is gevestigd een andere bestemming geven. Dat moet volgens de wethouder van Cultuur 500.000 euro opleveren. De gemeente heeft besloten om 700.000 euro te bezuinigen op cultuur.

De wethouder wil het grootste deel daarvan in één klap binnenhalen met de sluiting van het museum. Een lumineus en vooral een chic idee. In 2013 bestaat het museum namelijk honderd jaar. Dat wordt in mei luisterrijk gevierd met de uitgave van een boek over de geschiedenis van het museum met veel aandacht voor zijn prominente rol in het culturele en didactische leven van Deventer. De wethouder heeft gelijk. Als dat op papier staat en uitgebreid geïllustreerd en gedocumenteerd is, kun je het museum net zo goed sluiten en de Waag een andere en beter renderende bestemming geven. De gemeente kan het monument, in navolging van het Rijk, te koop zetten, desnoods op Marktplaats. Dat wiel hoeft de wethouder niet opnieuw uit te vinden.

Dezelfde gemeente Deventer bouwt voor 70 miljoen euro een nieuw stadskantoor dat het huidige moet vervangen. Dit is 26 jaar geleden geopend en ontworpen door de gemeentelijke architect, die toen bij het bestuur in hoog aanzien stond. Zo vergaat de glorie van de wereld…

De Deventenaren hebben jarenlang geprotesteerd tegen het plan voor dat nieuwe en onnodige stadskantoor, maar het college van B en W negeerde dat met als keihard argument dat men niet moest zeuren over 70 miljoen euro, want dat alleen de rente die daarover betaald moet worden werkelijk op het budget van de gemeente drukt. Dat die 70 miljoen voor altijd als een donkere wolk boven de stad blijft hangen deert een wethouder niet. Hij is een voorbijganger, die op weg naar een betere positie zijn eigen monument wil achterlaten.

De wethouder van Cultuur heeft een sterk geformuleerd argument: „Het Historisch Museum levert op dit moment een te beperkte bijdrage aan erfgoedambities”, aldus Robin Hartogh Heys (D66) in de Stentor van 22 maart. En hij vervolgt: „Het museum is geen zelfstandige publiekstrekker en de kosten van instandhouding wegen niet op tegen het relatief geringe aantal bezoekers”. Zo’n wethouder voor Cultuur zou je iedere gemeente gunnen. Dan zijn de bezuinigingen snel geregeld en kunnen overal nieuwe stadskantoren verrijzen.

Zoals bij veel lokale politici ontbreekt bij deze bestuurder ieder historisch besef, en telt kennelijk geen andere redenering dan die van het getal. En daarom hier geen bezoekersaantallen of bijdragen aan erfgoedambities, maar een paar woorden over het grote belang van dit en van alle vergelijkbare musea.

Iedere inwoner van een stad kan zich beter met zijn of haar stad identificeren en dus ook meer voor die stad betekenen als hij of zij hij de geschiedenis ervan kent. Alleen door het verleden te kennen kan men het heden begrijpen en zinnig nadenken over de toekomst. Natuurlijk kunnen stedelingen die kennis verwerven door boeken te lezen, maar directer en wellicht aangenamer lukt dat in een goed ingericht museum dat de identiteit van de stad uitdraagt en daardoor onmisbaar is voor de stad.

Dat geldt zeker voor Deventer met zijn rijke geschiedenis en ook voor dit schitterende en met liefde en kennis ingerichte museum met zijn rijke historische collectie, die in meer dan honderd jaar door de burgers bij elkaar is gebracht. Voor die burgers uit het verleden van Deventer toont de wethouder geen respect. En de burgers van nu hebben met zoveel afschuw van zijn plan kennis genomen, dat een tweetal de directeur heeft laten weten dat het een legaat dat groter is dan de beoogde bezuiniging terugtrekt.

Henk Slechte was acht jaar directeur van de gemeentemusea van Deventer, en publiceerde in 2010 een boek over de geschiedenis van die stad.