denken@nrc.nl

Wat Rutte naliet aan ons en aan Erdogan te vertellen

vertelt Bastiaan de Jong partijraadslid van GroenLinks en lid van COC Haaglanden

Het bezoek van de Turkse premier Erdogan aan Nederland ging gepaard met veel rumoer. Premier Rutte heeft het in de discussie rondom het pleegkind Yunus nagelaten moreel leiderschap rondom het thema homoseksualiteit te tonen. Hij heeft daarmee de Nederlandse samenleving een slechte dienst bewezen.

Tijdens zijn werkbezoek deed de Turkse premier Erdogan ferme uitspraken over het Turks-Nederlandse pleegkind Yunus tijdens de persconferentie met premier Rutte. Volgens hem strookt het onderbrengen van een kind bij een homo-echtpaar niet met de normen en waarden van een islamitisch volk. De reactie van Premier Rutte was ronduit teleurstellend. Hij reageerde op bureaucratische wijze door te stellen dat de pleezorg in Nederland een zaak is van de Nederlandse instanties.

Over het onderwerp homoseksualiteit bleef het echter akelig stil. Dat is een buitengewoon slecht signaal naar de Nederlandse samenleving, die nog altijd worstelt met de acceptatie van homoseksualiteit.

Dat de Nederlandse samenleving nog steeds moeite heeft met de acceptatie van homoseksualiteit blijkt mede uit recent onderzoek van ‘Edudrivers’, het kenniscentrum voor onderwijs en seksuele diversiteit. Uit dit onderzoek naar de houding van jongeren ten opzichte van homoseksualiteit blijkt, dat tweederde van de middelbare scholieren afstand houdt van homoseksuele medeleerlingen of zich onzeker voelt over contact met hen. Daarnaast vindt slechts éénderde homoseksualiteit ‘een natuurlijke seksuele oriëntatie’.

Dit beeld wordt bevestigd door een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit 2010. Dat onderzoek concludeert ook dat vooral bij laagopgeleiden, religieuzen, Turkse en Marokkaanse Nederlanders de acceptatie van homoseksualiteit een reden tot zorg blijft.

Juist daarom had premier Rutte tegenover de boodschap van premier Erdogan de tolerante boodschap over de plaats van homoseksualiteit in de Nederlandse samenleving moeten plaatsen. Had hij dat gedaan dan had hij niet alleen een sterk signaal afgegeven naar de Turkse premier, maar vooral naar de Nederlandse samenleving die nog altijd worstelt met de acceptatie van homoseksualiteit. Door dit na te laten, heeft hij de Nederlandse samenleving een slechte dienst bewezen.