‘Zola verkocht honderdduizenden boeken zonder ook maar een interview te geven’

Oek de Jong/ Foto Katrijn van Giel

De roman is zijn plek in het centrum van de cultuur aan het verliezen, betoogt auteur Oek de Jong in een essay in NRC Boeken. Een kwalijke zaak, want juist in deze tijd van gelijkvormigheid hebben we behoefte aan authenticiteit.

‘De roman’, zo schrijft De Jong in zijn essay ‘Peil het menselijk leven steeds dieper’, ’mag gelden als een van de grote uitvindingen van de westerse cultuur:

‘Sedert de achttiende eeuw heeft het genre een hele reeks technologische en culturele revoluties overleefd. Romanschrijvers hebben de roman steeds weten aan te passen aan veranderde omstandigheden en hem weten te vernieuwen. Aan het begin van de 21ste eeuw zijn we opnieuw getuige van een technologische en culturele revolutie. De context waarin romans worden geschreven is ingrijpend aan het veranderen.’

Met die ‘context’ doelt De Jong op de beeldcultuur die de afgelopen kwart eeuw de schriftcultuur heeft overschaduwd. De maatschappij, en het literaire bedrijf, is vercommercialiseerd. De Jong: ’Het grote nieuwe woord is hier niet de naam van een nieuwe literaire stroming of een nieuw type roman, het grote nieuwe woord is ‘marketing’.

‘Emile Zola verkocht in heel Europa honderdduizenden exemplaren van zijn romans zonder dat er één interview aan te pas kwam. De schrijver van nu is een mediafiguur en heeft de media nodig om zijn werk te verkopen.’

De Jong zegt zelf die omslag goed te merken. Hij moet steeds meer moeite doen om zijn roman ‘de wereld in te krijgen’. Steeds meer tijd is hij kwijt aan het onderhouden van ‘public relations’. En dat, zo schrijft De Jong, terwijl er inhoudelijk bij de auteur niets is veranderd:

‘Ik laat me nog steeds  inspireren door grote schrijvers uit de negentiende en twintigste eeuw. Stendhal, Tolstoj, Proust en Joyce vormen voor mij de top van het pantheon en daaromheen staat de schare van evenzeer bewonderenswaardige schrijvers als Babel, Tsjechov, Salinger, Carver en anderen.’

Ook gelooft De Jong nog steeds in de definitie van het schrijverschap die door deze literaire grootheden is gegeven: ‘innerlijke noodzaak, een persoonlijke stijl, een persoonlijke visie en het werk dat principieel niet-commercieel is’.

‘Juist nu geloof ik sterker dan ooit in deze definitie van het schrijverschap, want in een wereld die door consumentisme en mediacultuur steeds gelijkvormiger wordt, hebben we meer dan ooit behoefte aan authenticiteit.’

Daarin schuilt volgens De Jong de overlevingskracht van de roman:

‘in het onuitroeibaar voortbestaan van het type jongmens dat om de een of andere duistere reden wil schrijven. De roman overleeft ook door het onuitroeibaar voortbestaan van een bepaald type schrijver: een schrijver die niet alleen een verhaal vertelt, maar in zijn roman ook een esthetische ambitie heeft, een schrijver die uitgaat van zijn eigen obsessies, haast met een zekere naïveteit, hoe slim en sensibel hij verder ook moge zijn.’

De Jong geeft in zijn essay te kennen zich steeds meer voor de evolutie van de roman zijn gaan interesseren. En hij steeds meer overtuigd geraakt van de vitaliteit van het genre:

‘In een van zijn aanstekelijke colleges over Russische literatuur schrijft Nabokov: ‘De hele geschiedenis van de literaire fictie als een evolutionair proces kan worden beschouwd als het peilen van steeds diepere en diepere lagen van het menselijk leven.’ Dit lijkt mij de sleutel tot de toekomst van de roman.’

Oek de Jong, met zijn meest recente roman Pier & Oceaan genomineerd voor de belangrijke literaire prijzen van Nederland, sprak zich op woensdagavond 13 maart in De Balie al uit over zijn zorgen over de staat van de romankunst in Nederland. Dat deed hij op uitnodiging van Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam (SLAA), in het kader van de driedelige reeks ‘De toekomst van de roman’. Op dinsdag 2 april spreken onder andere Kees ’t Hart en Vonne van der Meer en Désanne van Brederode zich over het thema uit. Meer informatie vindt u op de site van SLAA. Daar kunt u tevens kaarten bestellen.
Het hele essay van Oek de Jong stond afgelopen vrijdag in de Boekenbijlage van NRC Handelsblad.