Yunus in media: eerst de context, dan pas feiten

De zaak Yunus blijkt er een van lang juridisch touwtrekken. Media gingen te snel over op de duiding, meent ombudsman Sjoerd de Jong.

Een gebroken arm en een opgezwollen hoofd.

Dat waren de aanwijzingen dat de baby Yunus was mishandeld, en reden voor Jeugdzorg om het kind weg te halen bij de biologische ouders.

Negen jaar later werd het kind de inzet van een diplomatieke rel tussen Nederland en Turkije, en een heuse Kulturkampf in de media over islamitische versus moderne waarden. Waarom zou een kind niet mogen worden opgevoed door twee vrouwen? Waar bemoeien die Turken zich mee? En waarom zijn er zo weinig islamitische pleeggezinnen?

Alleen, veel meer feiten over de gang van zaken rond het kind kwam je niet te weten, behalve die gebroken arm en het feit dat de ouders uit de ouderlijke macht waren gezet.

Maar hoe zat het? Was dit nu een oprisping van die ouders, na negen jaar, of een slepende kwestie? Ook andere media, inclusief de kranten, boden vooralsnog weinig uitsluitsel. Nu is dat ook lastig meteen uit te zoeken. Jeugdzorg doet geen uitspraken over individuele gevallen. Rechterlijke uitspraken over Yunus zijn geanonimiseerd en dus niet zomaar terug te vinden. Het kan dus heel goed gebeuren dat feiten maar langzaam, en beetje voor beetje, boven water komen. Maar werd het ook geprobeerd?

Pas afgelopen donderdag, ruim een week nadat de rel in volle hevigheid was uitgebroken en de zaak uitgebreid in talkshows en nieuwsrubrieken was besproken, werd er meer duidelijk.

Opiniesite Joop.nl onthulde een rechterlijke uitspraak uit 2007, waarin werd bepaald dat de broers van Yunus terug moesten naar de ouders. Naar Yunus moest nader onderzoek worden gedaan. Jeugdzorg had volgens de rechter niet aannemelijk kunnen maken dat het kind was mishandeld, en ook niet dat de ouders ongeschikt waren om het kind op te voeden.

Een pijnlijke tik op de vingers voor Jeugdzorg dus, in elk geval procedureel. Het nadere onderzoek liet daarna zo lang op zich wachten dat de rechter in een nieuwe procedure in 2010 bepaalde dat Yunus bij zijn pleegouders moest blijven, omdat hij zich inmiddels aan hen had gehecht. De biologische ouders werden van het ouderlijk gezag ontheven.

Joop.nl concludeert: „De moeder van Yunus verloor haar kind dus niet als gevolg van mishandeling of onbekwaamheid, maar gewoon als gevolg van bureaucratie.”

Dat was ook weer voorbarig, want die uitspraak uit 2007 was er maar één in een lange reeks, waarin Jeugdzorg uiteindelijk gelijk kreeg.

Maar na die onthulling kwamen in elk geval meer details los over het jarenlange juridische touwtrekken om het kind. Jeugdzorg gaf een feitenrelaas vrij, met een samenvatting van de rechtsgang rond het kind. Daaruit bleek onder meer dat er opnieuw twijfels waren gerezen over de ouders, en dat hun hoger beroep tegen de rechterlijke uitspraak uit 2010 was afgewezen. In januari 2012 bevestigde het hof dat „aan alle wettelijke vereisten voor een ontheffing van het gezag over de minderjarige is voldaan”.

Na het feitenrelaas van Jeugdzorg kwamen ook de kranten met feitelijke reconstructies van de hele zaak.

Kortom. De kwestie-Yunus woedde al negen jaar als een veenbrand. En ontvlamde in de Nederlandse media tot een opinie-oorlog, toen de concrete gang van zaken rond het kind, de ouders en Jeugdzorg nog maar heel summier bekend was. Eerst de context, dan pas de feiten.

Dat is des te opmerkelijk, omdat in het verleden in verschillende kranten gedetailleerd – en kritisch – is geschreven over dossiers van Jeugdzorg. Daarin wordt de instantie bekritiseerd omdat kinderen te snel uit huis zouden worden geplaatst.

Waarom werd er nu dan zo snel overgeschakeld op duiding en achtergrond?

Dat komt allereerst door de Turkse politici en media die van Yunus een symbool hebben gemaakt. Het was de voorzitter van de parlementaire commissie voor mensenrechten in Turkije die de naam Yunus het eerst, half februari, in de Nederlandse media bracht.

Maar er spelen ook twee andere factoren mee.

De journalistieke neiging om uit te zoomen in plaats van in te zoomen. Dat zie je met name op televisie, waar het nieuws dat ‘iedereen al kent’ zo snel mogelijk wordt becommentarieerd. En wat iedereen al wist was dat de Turken boos waren op Nederland omdat een islamitisch kind terecht was gekomen bij lesbische pleegouders. Niets mis met al die duiding, op zichzelf. Over het verschil tussen Nederlandse en Turkse normen en waarden, jeugdzorg in beide landen, en de rol van culturele factoren bij uithuisplaatsing, valt heel veel interessants te zeggen. En dat gebeurde ook. Alleen, je wilt er graag ook de basale feiten bij, die de aanleiding vormden tot alle ophef.

Ten tweede: die duiding draait al helemaal op volle toeren zodra het gaat om integratie, moslims en moderne Nederlandse waarden. Dat is de erfenis van het tijdperk-Fortuyn. Culturele factoren zijn vaak dominant in het debat over integratie van met name niet-westerse allochtonen. Het is ‘de cultuur’, dus dan weet je het wel.

Maar nee, soms weet je het dan nog lang niet.

is ombudsman van NRC Handelsblad.