Werk voor het oprapen voor handige handjes en slimme bèta's

De banen in de techniek liggen voor het oprapen. Maar de sector heeft een saai imago. Veel jongeren weten niet dat techniek ook opwindend kan zijn.

De liefde voor de techniek is helemaal terug. Marjolein Hermans (43) moet ook wel. Ze studeerde in 1994 af aan de faculteit lucht- en ruimtevaarttechniek van de TU Delft en werkte daarna als projectleider bij een bedrijf dat radarsystemen maakt voor de lucht- en scheepvaart.

Inhoudelijk was ze niet veel bezig met techniek, ze vormde de schakel tussen de gebruiker en de technici. Vorig jaar raakte ze werkloos. Er volgden een paar sollicitatiegesprekken bij technisch georiënteerde bedrijven, maar ze werd niet aangenomen. „De bottom line in de gesprekken was dat ik niet genoeg gespecialiseerde technische kennis had.”

Daar moet verandering in komen, realiseerde Hermans zich. Ze volgt nu een cursus op academisch niveau van de TU Delft en Croon Elektrotechniek: het Professional Engineering Programme. Het is een versnelde opleiding, opgezet voor afgestudeerde technici die ooit voor een andere sector kozen en nu weer willen terugkeren naar hun oude liefde.

Het verhaal is om twee redenen tekenend voor de situatie in de technische sector. Ten eerste is het veelzeggend dat Croon mensen gratis een cursus aanbiedt. Het bedrijf doet dit omdat het hard op zoek is naar technisch gekwalificeerd personeel. Croon heeft op dit moment 130 technische vacatures.

En ten tweede is het typerend dat mensen die ooit een technische studie volgden, maar er in hun carrière weinig mee gedaan hebben, nu terugkeren: zij zien volop arbeidsperspectieven in de technische sector. En gelijk hebben ze.

Je hebt nog net geen baangarantie als je nu voor de technische industrie kiest, maar het scheelt weinig. In 2016 is in Nederland een tekort van ruim 155.000 technisch geschoolde mensen, blijkt uit cijfers van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt van de Universiteit Maastricht. Het gaat om 61.800 laagopgeleiden, 58.000 middelbaar opgeleiden en 35.500 hoogopgeleiden.

Er is dringend behoefte aan meer handige handjes en slimme bètatechnici in Nederland. Het is de paradox op de arbeidsmarkt: de werkloosheid is erg hoog (7,7 procent), maar in de techniek liggen de banen de komende jaren voor het oprapen.

Hoe kan het dat het tekort zo is opgelopen? Het imago van de sector is niet goed. „De beeldvorming van techniek blijft achter bij de realiteit, dat is al twintig jaar de kern van het probleem”, zegt André van der Leest, voorzitter van TechniekTalent, een samenwerkingsverband om meer jongeren te laten instromen.

Van der Leest: „Jongeren denken bij techniek nog aan timmerman, smid of lasser. Het is vechten tegen de bierkaai. Terwijl er zo veel ontwikkelingen zijn, bijvoorbeeld op het gebied van voedingtechnologieën en techniek in de gezondheidszorg.”

De laatste jaren zijn er talloze promotiecampagnes uit de grond gestampt met als doel jongeren aan de sector te binden. Maar het is moeilijk ze te overtuigen.

„Veel jongeren weten niet dat techniek spannend, opwindend en sexy kan zijn. Ze denken dat het werk vuil, of saai en moeilijk is”, zegt deskundige Martin Schuurmans, onder meer oud-hoogleraar aan de TU Eindhoven en de TU Delft en al sinds 1968 in verschillende functies werkzaam in de technische industrie.

Wat moet er gebeuren om meer mensen te interesseren voor techniek? Start op de basisschool, roept de sector in koor. „Begin vroeg. En laat aan jonge kinderen zien waar de techniek in zit en hoe die werkt”, aldus Schuurmans.

Er lijkt sprake van een voorzichtige kentering. Het aantal aanmeldingen voor technische studies op het hoger onderwijs stijgt: op het hbo waren er vorig jaar 19.411 aanmeldingen, tegenover 16.442 vijf jaar eerder. In het wo steeg het aantal in dezelfde periode van 12.441 naar 16.636. De vele inspanningen om de sector onder de aandacht te krijgen, lijken effect te hebben.