Wat zal Willem-Alexander zeggen?

Zoals u wellicht weet zal koningin Beatrix binnenkort plaatsmaken voor haar zoon Willem-Alexander. Bij een troonswisseling hoort een rede. Willem-Alexander kan niet volstaan met de woorden: „Hartstikke bedankt allemaal, altijd al geweten dat ik aan de beurt zou komen, ik hoop er het beste van te maken.”

Maar wat kan of zal hij wel zeggen? Zou hij bijvoorbeeld zo kunnen beginnen? „Dat ik hier op het ogenblik in uw midden ben om de eed op de Grondwet af te leggen, vervult mij met weemoed.”

In theorie wel, maar het lijkt me sterk dat hij dat zal doen. Weemoed heeft iets treurigs, iets negatiefs. Je wordt maar één keer koning en wij leven in een tijd dat je daar zin in moet hebben. Nieuwe uitdaging, schouders eronder, er volle bak tegenaan.

Zou hij kunnen zeggen: „Ik ben geroepen tot een taak die zo zwaar is, dat niemand die zich daarin ook maar een ogenblik heeft ingedacht, haar zou begeren, maar ook zo mooi dat ik alleen maar zeggen kan: ‘Wie ben ik, dat ik dit doen mag’.”

Ook dat lijkt mij sterk. Natuurlijk is het koningschap een zware taak, al schamperen republikeinen dat je vooral goed lintjes moet kunnen doorknippen. Dat vind ik een veel te simplistische benadering van een functie die weliswaar in hoge mate symbolisch is, maar wel voor iets essentieels: de Nederlandse nationaliteit.

Hoe dan ook is het niet van deze tijd om een nieuwe baan te beginnen met de vaststelling dat die onbegeerlijk zwaar is. Wij leven met het credo: hoe zwaarder, hoe groter de uitdaging.

Bovendien, wie begint met de vraag: „Wie ben ik, dat ik dit doen mag?”, diskwalificeert zichzelf. Als jij al niet weet waarom jij zo’n klus zou mogen doen, waarom zouden wij dan in jou geloven? Eerst zelfvertrouwen graag, dan ons vertrouwen.

Zou een koning of koningin ooit met dergelijke woorden de troon hebben aanvaard? Jazeker, deze citaten zijn letterlijk overgenomen uit de rede die koningin Juliana op 6 september 1948 uitsprak in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. De weemoed die zij noemt in de eerste zin, lichtte zij toe in de tweede: „Want het is een gevolg van het feit, dat mijn lieve moeder een halve eeuw lang haar krachten in dienst van het Vaderland en het Rijk heeft gegeven in een mate, dat zij nu eindelijk de zware last niet langer dragen kan.”

Ik denk niet dat Beatrix het waardeert als Willem-Alexander zoiets over haar zegt. Zonder twijfel vond zij haar taken af en toe zwaar – alle banen hebben minder leuke kanten – maar het is niet de bedoeling dat je daar te veel de nadruk op legt. Wij zeggen liever dat we dankbaar zijn voor de geboden kansen.

Die rede van Juliana is zeer de moeite waard (voor de complete tekst, zie bijvoorbeeld bit.ly/wh-rede). 1948, slechts 65 jaar geleden, maar wat een verschil! En wat een tijdsbeeld. In de derde zin zegt Juliana: „Het vervult mij ook met de troost, dat ik haar [Wilhelmina] mag verlichten door die last met mijn onervaren handen, maar sterkere want jongere kracht, over te nemen en dat ik daarmee iets voor mijn moeder doen kan.”

Ontwapenend eerlijk, maar ik eet mijn hoed op als Willem-Alexander dit zijn grootmoeder nazegt.

Taalhistoricus en journalist Ewoud Sanders schrijft wekelijks op deze plek over taal.