Waarom verdienen wij geen geld als olie?

Het jaarverslag van een van de grootste buitenlandse ‘aandeelhouders’ van het Koninkrijk der Nederlanden trekt hier doorgaans weinig aandacht. Wie kent het Statens pensjonsfond utland? Of het Government Pension Fund Global? Achter deze namen gaat het Noorse oliefonds schuil, inmiddels goed voor meer dan 500 miljard euro. Het fonds belegt de staatsopbrengst van de Noorse oliewinning.

Het oliefonds grossiert in grote getallen. Belangen in aandelen van 7.247 verschillende ondernemingen. Het fonds bezit volgens zijn eigen becijferingen 1,2 procent van alle ter beurze genoteerde ondernemingen. De drie grootste winnaars onder de aandelenbeleggingen waren vorig jaar bank HSBC, Apple en voedingsbedrijf Nestlé. Op de Oliefondswebsite www.nbim.no loopt een teller mee die de omvang probeert bij te houden.

Deze Bekende Noor is ook voor ons relevant. Het fonds is formeel natuurlijk geen aandeelhouder van het Koninkrijk, al was het maar omdat een land geen eigenaren heeft. Maar Nederland is wel nummer negen op de lijst van landen waar het Noorse fonds het meeste kapitaal investeert. Dat is dezelfde klassering als in 2011. De negende plaats is een markante score omdat deze categorie superbeleggers volgens een vrij simpele methode zijn kapitaal verdeelt: hoe groter de economie c.q. de effectenbeurs, hoe meer kans op een belegging.

Het oliefonds belegt 2,5 procent van zijn vermogen in ons land. Het percentage obligatiebeleggingen is ten opzichte van 2011 gedaald tot 1,3 procent van het vermogen. Het percentage aandelenbeleggingen is gelijk gebleven op 1,2 procent.

Vrijwel alle (middel)grote beursgenoteerde Nederlandse bedrijven zitten in de beleggingsportefeuille. Verzekeraar Aegon: 1,79 procent van de aandelen. Verfgigant AkzoNobel: 1,95 procent. Bodemonderzoeker Fugro: 2,49 procent. KPN: 2 procent. Kabelbedrijf Ziggo: 3,25 procent. En ja, in SNS Reaal hadden zij ook nog 1,74 procent. En Shell (2,34 procent van de aandelen) staat er nog niet eens bij – dat is officieel een Brits bedrijf.

De omvang en het rendement vorig jaar van 13,4 procent geven een indicatie van wat Nederland als spaarpot had kunnen krijgen als de regering vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw de gasopbrengsten (Slochteren) niet aan de begroting had toegevoegd maar zoals de Noren als een apart fonds had aangemerkt.

Juist de financiële reikwijdte van het fonds en de hoge klassering nu van Nederland illustreren het belang van een stabiele kredietreputatie. Het oliefonds vermindert het percentage van zijn beleggingen in Europa en kijkt bij zijn beleggingen in staatsobligaties niet langer naar de hoogte van die staatsschuld maar naar de omvang van de economie.

Wie zich afvraagt waarom Nederlandse ministers van Financiën zo hun best doen om het begrotingstekort te beheersen, vindt het antwoord mede in Noorwegen. De opvattingen en beslissingen van deze belegger bepalen mede hoe hoog de rente is die Nederland op zijn staatsschuld moet betalen.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.