Vier maanden hield de oppositieleider het vol, nu is hij alweer weg

Syrië //

Gisteren stopte de voorzitter van de oppositieorganisatie Hij wilde onderhandelen De rest niet

Vier maanden na zijn aantreden is Moaz al-Khatib alweer opgestapt als voorzitter van de overkoepelende Syrische oppositieorganisatie. In zijn mededeling op zijn Facebookpagina meldde hij meer vrijheid van handelen te willen dan in zijn officiële functie mogelijk was. Ook bekritiseerde hij de internationale gemeenschap, die te weinig doet om een einde te maken aan de oorlog in Syrië.

Maar dat zijn niet de werkelijke redenen. Het was bekend dat Al-Khatib zich moeilijk kon vinden in de verkiezing van een uitvoerende interim-premier, Ghassan Hitto, door zijn eigen organisatie vorige week. Ook was bekend dat omgekeerd zijn achterban moeite had met hem, wegens zijn bereidheid tot onderhandelingen met het Syrische regime. Het staat vast dat zijn opstappen het beeld van een volstrekt verdeelde oppositie opnieuw versterkt. En dat op een moment waarop de oorlog in Syrië steeds bloediger wordt (inmiddels op zijn minst 70.000 doden) en burgers dagelijks met duizenden naar de buurlanden vluchten.

Moaz al-Khatib is een zeer gerespecteerde sunnitische geestelijke die minder dan een jaar geleden nog in Syrië woonde, en pas na een wekenlang verblijf in president Assads gevangenis naar het buitenland vluchtte. Hiermee onderscheidt hij zich van de meerderheid van de leden van de Syrische Nationale Coalitie, die vorig najaar onder zware druk van westerse landen en Arabische Golfstaten werd gevormd. De meeste van hen wonen allang in het buitenland en hebben de groeiende repressie binnen Syrië niet aan de lijve ervaren. De gewapende oppositie binnen Syrië, de rebellen, wil daarom weinig van deze „leunstoel-opposanten” aannemen.

Doel van de vorming van de Coalitie – die meteen door zo’n 100 landen als ‘wettige vertegenwoordiger van het Syrische volk’ werd erkend – was de hopeloos verdeelde politieke oppositie in het buitenland te verenigen en haar banden met de eveneens verdeelde rebellen binnen Syrië te verbeteren. Alleen op die manier, zo was en is de overtuiging in het Westen, is het mogelijk om Assads regime zodanig in het defensief te drukken dat het instemt met onderhandelingen met de oppositie over een politieke oplossing van de crisis. Alleen met zo’n stevige oppositie zou het bijvoorbeeld mogelijk zijn wapens aan de rebellen te gaan leveren zonder dat die ook terecht komen bij de extremisten die een steeds belangrijker rol op het slagveld tegen Assad spelen.

Het Westen wil zo’n politieke oplossing, dat wil zeggen, onderhandelingen die tot Assads vertrek leiden. Het wil geen oorlog tot het einde waarbij onzeker is wie de winnaars worden en waarbij mogelijk het hele land wordt verwoest.

Moaz al-Khatib wil ook onderhandelen. Voor zijn vertrek uit Syrië nam hij al verscheidene malen het initiatief daartoe. Eind januari lanceerde hij opnieuw een oproep aan het regime om te praten. Maar een aanzienlijk deel van zijn eigen Syrische Nationale Coalitie wil er niets van weten.

Moaz was tegen een interim-premier, omdat diens aanstelling de al minieme kans op onderhandelingen zou wegnemen. Een interim-premier betekent immers: jullie in Damascus bestaan voor ons niet meer. Ten overvloede onderstreepte Ghassan Hitto vorige week na zijn verkiezing dat hij niet met het regime wil onderhandelen.