Vertrouw op ons geheel op ons

De belangrijkste vraag over de Citotoets wordt niet gesteld: moet je wel het vermogen van één leerling testen terwijl hij deel is van een collectief brein?

Een vriend vertelde mij laatst vol trots dat zijn dochter een score van 550 op de Citotoets had behaald. Nadat hij me op het hart had gedrukt dat hij de antwoorden niet op Marktplaats had gekocht, feliciteerde ik hem. Het kabinet stond echter een paar weken later op zijn achterste poten. Een goed resultaat op de Cito was leuk, maar niet bindend. Sterker nog, de plannen zijn nu zo dat de toets dusdanig laat wordt afgenomen dat die niet meer bepalend is voor de middelbare school. Misschien is de volgende stap dat we te werk gaan zoals in het land met het beste onderwijs van Europa: Finland. Daar doen ze niet eens meer aan toetsen.

In plaats van zich te buigen over de vraag wanneer een toets al dan niet verplicht moet worden afgenomen is het relevanter om de vraag te stellen of een toets eigenlijk enige voorspellende waarde heeft van de slagingskansen van een kind in de huidige wereld? We laten 11-jarig Nederland tenslotte ook niet eigenhandig een kip slachten of een vuur maken om te laten zien dat ze zich in de oerwereld zouden kunnen handhaven.

Het aanbod aan wereldwijde kennis neemt dagelijks exponentieel toe. Daarbij was de toegang tot al deze informatie nooit zo laagdrempelig. Dat was ooit anders. Rond 1300 waren boeken een zeldzaam fenomeen. Als je geluk had, kreeg je eenmalig een paar uur de kans om in een stoffige kloosterbibliotheek een calligrafisch werk te ontcijferen (overigens zonder spaties, zonder register, zonder inhoudsopgave). De kunst was om in korte tijd zoveel mogelijk informatie in je geheugen te prenten. Je zou het immers nooit meer opnieuw kunnen opzoeken. Dat vergde een heel ander hersenvermogen dan dat van een mens die binnen enkele seconden het antwoord vindt op Wikipedia. Vanuit Darwinistisch oogpunt rijst de vraag: welke eigenschappen bezit het best aangepaste brein van deze tijd?

Om iets te kunnen zeggen over de werking van onze hersenen is het zinvol te kijken naar de uitvindingen van de mens. De meeste uitvindingen zijn namelijk vaak imperfecte imitaties van de natuur. Een fotocamera is een oog met een netvlies, een fietsdynamo is een Na-K-ATP-ase pomp, echo-apparaten zijn vleermuisoren en het werkingsmechanisme van een auto is eigenlijk niet veel meer dan een lichaam dat zich voortbeweegt op brandstof (voedsel), communiceert met elektriciteit (zenuwstelsel) en afvalstoffen uitstoot (uitlaatgassen). Het was slechts een kwestie van tijd voordat de mens in zijn ontwikkeling ook een evenbeeld van de hersenen en bijbehorende processen zou maken: de computer en het internet.

De uitvinding van de computer heeft ons in staat gesteld tijdrovende en uitermate complexe processen voor vele mensen toegankelijk te maken. Er zijn allerlei programma’s die ingewikkelde berekeningen kunnen doen terwijl wij slechts een paar waarden invoeren, tekstverwerkers maken ons handschrift leesbaar en duizenden mapjes en documenten ondersteunen ons feilbare geheugen. De computer is het verlengde van ons brein. De ontdekking van het internet gaf deze machine echter een exponentieel krachtige meerwaarde. Het wereldwijde netwerk zorgde ervoor dat onze ideeën aan elkaar verbonden werden. Voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid kunnen we nieuwe theorieën, observaties en experimenten binnen enkele seconden met de hele wereld delen. Dat is een ongekende sprong vooruit.

Het doel van een toets is meestal tweeledig. Een toets test enerzijds een aantal vaardigheden en anderzijds parate kennis. Hiermee wordt uiteindelijk beoogd een beeld te kunnen geven van het huidige niveau van één unieke leerling. Maar is het relevant om het vermogen van één enkele leerling te testen in een tijd waarin we deel uitmaken van een collectief brein? Het lijkt even zinvol als concluderen dat de deur van een ijskast geen koelend vermogen heeft. U vindt dat uw kind op eigen benen moet kunnen staan? Dat het zich zelfstandig moet kunnen handhaven?

Net als fysieke onafhankelijkheid is geestelijke onafhankelijkheid een illusie. Uw kind zal, tenzij hij zich als jagende voedselverzamelaar terugtrekt uit de maatschappij, altijd afhankelijk zijn van het systeem om hem heen. Niemand bezit de kennis om ook maar één van de producten die we dagelijks gebruiken te maken. In zijn essay I, pencil beschrijft de Amerikaanse econoom Leonard Read de autobiografie van een potlood. Aan de hand van zo’n simpel houten ding waar leerlingen de antwoorden van hun Citotoets mee inkleuren, legt hij uit hoe een potlood een product is van miljoenen geesten. De iPhone, de gymschoen, een printer; ze zijn allemaal het resultaat van een collectief brein. In zo’n wereld zijn wellicht hele andere kwaliteiten veel belangrijker dan rekenen.

Onlangs publiceerden onderzoekers van Duke University (North Carolina) een revolutionair experiment. Twee rattenbreinen werden op duizenden kilometers afstand aan elkaar gekoppeld. De ene rat leerde hoe hij aan voedsel kon komen door op een knopje te drukken. De andere rat leerde dit niet. Door de breinen te koppelen en de informatie door te sturen kon de ongetrainde de rat even later ook de opdracht uitvoeren. Voor de pessimist biedt dit doembeelden waarbij wij over niet al te lange tijd allemaal een chip ons hoofd hebben en ons eigen handelen niet langer controleren. Maar deze ontdekkingen bieden juist een oneindige schat aan mogelijkheden.

Uitwisseling van kennis is onontbeerlijk voor ontwikkeling. Internetpleinen zoals Reddit, Twitter en Facebook zijn vergelijkbaar met de thermen in de Griekse oudheid en de cafés en bibliotheken tijdens de Middeleeuwen. Het zijn plaatsen waar kennis gedeeld kan worden. De enige vereiste is vertrouwen en dat is precies waar het kabinet en veel ouders moeite mee hebben.

Het collectieve vertrouwen heeft de laatste jaren immers forse schade opgelopen. De systemen werden groter, abstracter en onoverzichtelijker. Het is vergelijkbaar met de afnemende kracht van een aardbeving. Hoe verder je verwijderd bent van de kern, hoe kleiner het vertrouwen. Na de val van reuzen als Lehman, ABN en AIG kan je burgers en consumenten niet vragen te vertrouwen in een collectief. In onze extreem geïndividualiseerde maatschappij vertrouwen we alleen nog onszelf. Het is ieder voor zich en zelfs geen God meer voor ons allen. Onze idolen zijn eenlingen die de show stelen op het voetbalveld, op het podium, in een actiefilm. Vertrouwen in je medemens staat gelijk aan domme naïviteit. We zijn gestrand in het verlichtingsideaal: de ontwikkeling van het individu is het hoogst haalbare. Bijgevolg debatteert de kamer tot diep in de nacht over de vraag hoe we onze unieke kinderen het beste kunnen testen.

Maar juist als we willen dat Nederland een pionierend kennisland blijft, moeten we inzien dat we het als individuen niet gaan winnen van de Chinezen. De gemiddelde Chinese 11-jarige overtreft op zijn sloffen zijn Nederlandse tijdgenoot. Leonard Read benadrukt dat ‘the invisible hand’ waarmee we potloden en andere fantastische zaken kunnen maken, het resultaat zijn van een collectief. Een slimme overheid tracht creativiteit te stimuleren en deze niet te controleren. Het antwoord ligt in het heropbouwen van het vertrouwen in het collectief. Vertrouwen dat zich uitbreidt als een olievlek van familie, naar vrienden, naar buren, naar stadsbewoners, landgenoten en verder. Had uw kind ook een score van 550? Ik hoop dat ze hun buurman hebben laten afkijken.