Straatruzie

Misschien kwam het door de snerpende, maartse guurheid, misschien was het een toevallige botsing van twee slechte humeuren, misschien was het een combinatie van dergelijke factoren, hoe dan ook – er ging iets fout.

Ik liep op een stoep in Amsterdam-West toen een voorbijganger mij pijnlijk in de flank raakte. Het was op een doordeweekse middag, de lucht was grauw van de kou, wie niet naar buiten hoefde bleef binnen. Ik keek opzij en zag een man van een jaar of veertig, die zich met zijn fiets aan de hand moeizaam naar het fietspad langs het trottoir manoeuvreerde. Aan beide kanten van zijn stuur hing een volle boodschappentas.

„Kijk een beetje uit waar je loopt”, zei ik – een nogal klassieke openingszin in dergelijke situaties. „Kijk zelf uit”, zei hij – een minstens zo klassieke repliek. Hij voegde er nog iets aan toe dat ik niet verstond. Ik draaide me naar hem om en liep enkele passen in zijn richting. Hij was blijven staan. „Wat zei je?” vroeg ik. Op papier klinkt dit dreigend, ik besef het, maar ik was werkelijk nieuwsgierig naar zijn rechtvaardiging.

„Jij liep tegen mij op”, zei hij. Ik reageerde schamper: „Ah, je draait het gewoon om, dát is gemakkelijk.” „Toch was het zo”, zei hij.

Zo bleven we mokkend tegenover elkaar staan. Er hing geen fysieke dreiging in de lucht, zelfs daar was het te koud voor. Er heerste aan weerskanten eerder een berustende boosheid over de nooit versagende onredelijkheid van de medemens. Ik draaide me om en liep weg, terwijl ik nog over mijn schouder volkomen overbodig opmerkte dat die stoep niet van hém was. Hij riep iets onverstaanbaars terug, maar ditmaal zette ik met waardig opgetrokken schouders mijn tocht voort.

Een belachelijke ruzie, analyseerde ik even later. Afstand maakt milder. Ik vond dat hij tegen mij was opgelopen, in zijn beleving was het omgekeerd. Of deed hij maar alsof en was hij er zich wel degelijk van bewust dat hij fout gehandeld had? Jawel, maar dat kon hij toch ook van mij denken? Misschien was ik als wandelaar wel even van mijn rechte lijn afgeweken.

Ik zou het voorval snel vergeten zijn als ik die dagen niet op YouTube een filmpje had gezien over een soortgelijke straatruzie die wel uit de hand liep. Een scooter met een jonge man en vrouw rijdt in Rotterdam bijna een marktkoopman op een zebrapad aan. De geschrokken koopman loopt op de scooterrijder af en geeft hem een tik, zodat diens bril op de grond valt.

Grote verontwaardiging bij de scooterrijder. Hij noemt het tegen een toegesnelde politieman ‘tweevoudige mishandeling’, hij eist schadevergoeding en wil aangifte doen. De politieman ziet daar niets in, hij wijst hem erop dat hij de koopman op het zebrapad voorrang had moeten verlenen. De koopman biedt vergoeding aan, maar de scooterrijder blijft erbij dat hij aangifte wil doen. „En anders zet ik het op YouTube”, zegt hij. Hij blijkt alles gefilmd te hebben.

Dit is in deze straatruzie een interessant nieuw element met toekomstkansen: je chanteert de tegenpartij en de politie door met een filmpje op YouTube te dreigen. ‘See you in court’ wordt ‘See you on YouTube’. De marktkoopman trok zich er niets van aan en liep weg. Flink, maar nu kan heel Rotterdam zien dat hij een tik uitdeelde. Het enige wat we in het filmpje missen is de manoeuvre van de scooterrijder op het zebrapad.

Mijn sympathie ligt bij de koopman, maar ik geef toe dat ik partijdig ben.