Machtsgreep Centraal Afrikaanse Republiek

Rebellen uit het noorden van de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR) hebben gisteren de macht gegrepen in het land. Na dagen van gevechten namen ze de hoofdstad Bangui in. President François Bozizé is halsoverkop naar buurland Congo gevlucht.

De machtsgreep draagt bij aan de instabiliteit in het hart van Afrika. Een hele reeks landen kampt met gewapende opstanden, van Soedan in het oosten via Nigeria tot aan Mali in het Westen. De meeste landen hebben een zwakke staat en poreuze grenzen, waardoor rebellen en extremisten vrij spel hebben.

De Centraal Afrikaanse Republiek staat bekend als het zwarte gat van Afrika: een instabiel, corrupt en straatarm land, ondanks aanzienlijke rijkdom aan grondstoffen. De nu gevluchte president Bozizé greep zelf met geweld de macht in 2003. Sindsdien zijn in het achtergestelde noorden verschillende opstanden uitgebroken.

In januari nog sloot president Bozizé een vredesakkoord met de oprukkende rebellen, waarmee hij inname van de hoofdstad wist af te wenden. De rebellen kregen enkele belangrijke ministersposten in een eenheidsregering en een van hun leiders werd benoemd tot vicepremier.

Maar de rebellen beschuldigden Bozizé er van wederom zijn beloftes te breken, en hervatten daarom donderdag hun offensief.

Ze hebben gisteren gezegd dat de huidige premier Nicolas Tiangaye kan blijven zitten als hoofd van een nationale regering, en dat er binnen drie jaar verkiezingen zullen worden gehouden.

De situatie in de hoofdstad Bangui is chaotisch en gespannen. Bronnen meldden gisteren dat er zware plunderingen plaatshebben. De stad zit sinds zaterdag zonder elektriciteit en stromend water. Frankrijk stuurde eind vorige week al troepen om het vliegveld Bangui te bewaken.

Volgens de VN is de situatie in het binnenland nog veel erger. Naar schatting ruim 170.000 mensen zijn ontheemd geraakt door de gevechten en tienduizenden anderen zijn gevlucht naar Tsjaad en Congo.