Leider Syrische oppositie stapt op

De oorlog in Syrië wordt steeds bloediger. Maar de Syrische oppositie slaagt er niet in eenheid te vinden. Gisteren is zijn voorzitter opgestapt.

Het beeld van een volstrekt verdeelde Syrische oppositie is gisteren weer versterkt met het opstappen van Moaz al-Khatib als voorzitter van de overkoepelende Syrische oppositieorganisatie. In zijn mededeling op zijn Facebookpagina meldde hij meer vrijheid van handelen te willen hebben dan in zijn officiële functie mogelijk was. Ook kritiseerde hij de internationale gemeenschap, die te weinig doet om een einde te maken aan de oorlog in Syrië.

Maar dat zijn niet de werkelijke redenen. Het was bekend dat Moaz zich moeilijk kon vinden in de verkiezing door zijn eigen organisatie van een uitvoerende interim-premier, Ghassan Hitto, vorige week. Ook was bekend dat omgekeerd zijn achterban moeite met hem had wegens zijn bereidheid tot onderhandelingen met het regime. Intussen wordt de oorlog in Syrië steeds bloediger (op zijn minst 70.000 doden) en vluchten burgers dagelijks met duizenden naar de buurlanden.

Moaz al-Khatib is een zeer gerespecteerde sunnitische geestelijke die minder dan een jaar geleden nog in Syrië woonde. Hiermee onderscheidt hij zich van de meerderheid van de leden van de Syrische Nationale Coalitie, die in november onder zware druk van westerse landen en Arabische Golfstaten werd gevormd. De meesten wonen al lang in het buitenland en hebben de groeiende repressie binnen Syrië niet aan den lijve ervaren. De gewapende oppositie binnen Syrië, de rebellen, wil daarom weinig van deze „leunstoel-opposanten” aannemen.

Doel van de vorming van de Coalitie – die meteen door zo’n 100 landen als ‘wettige vertegenwoordiger van het Syrische volk’ werd erkend – was de chronisch verdeelde politieke oppositie in het buitenland te verenigen en haar banden met rebellen binnen Syrië te verbeteren. Alleen op die manier, zo is de overtuiging in het Westen, is het mogelijk om president Assads regime zo in het defensief te drukken dat het instemt met onderhandelingen met de oppositie over een politieke oplossing. Alleen met zo’n stevige oppositie zou het bijvoorbeeld mogelijk zijn wapens aan rebellen te gaan leveren zonder dat die ook terecht komen bij de extremisten die een steeds belangrijker rol op het slagveld tegen Assad spelen. Europees beraad over eventuele wapenleveranties leidden dit weekeinde niet tot een besluit.

Het Westen wenst zo’n politieke oplossing, dat wil zeggen onderhandelingen die tot Assads vertrek leiden. Het wil geen oorlog tot het einde waarbij onzeker is wie de winnaars worden.

Moaz al-Khatib wil dat ook. Voor zijn vertrek uit Syrië nam hij al het initiatief daartoe. Eind januari lanceerde hij opnieuw een oproep aan het regime om te onderhandelen. Maar een aanzienlijk deel van zijn eigen Syrische Nationale Coalitie wil er niets van weten. Moaz was tegen een interim-premier, omdat diens aanstelling de al minieme kans op onderhandelingen zou wegnemen. Een interim-premier betekent immers: jullie in Damascus bestaan voor ons niet meer. Ten overvloede onderstreepte Ghassan Hitto vorige week meteen na zijn verkiezing dat hij niet met het regime wil onderhandelen.