Joop Schafthuizen verliest ook bodemprocedure

Joop Schafthuizen, oud-partner van de in 2006 overleden schrijver Gerard Reve, heeft de bodemprocedure verloren die hij had aangespannen tegen uitgever Van Oorschot, zo weet Het Parool. Schafthuizen en Van Oorschot vechten al jaren over deel 3 van Nop Maas’ Reve-biografie.

Schafthuizen had verzocht of deel drie van die Reve-biografie, dat eind vorig jaar na lang juridisch getouwtrek toch uitkwam, uit de schappen gehaald mocht worden. Volgens Schafthuizen is met het verschijnen van dat deel zijn privacy geschonden. Ook zou er zonder diens toestemming gebruik zijn gemaakt van de Reve-correspondentie die in het bezit is van ‘matroos Vos’.

Vandaag is bekend geworden dat de Amsterdamse rechtbang definitief de bezwaren van Schatfhuizen verwerpt. Volgens de rechter heeft Schafthuizen van Van Oorschot genoeg inzage gehad in het schrijf- en drukproces om controle te houden over de publicatie. Zelfs de wijzigingen die Schafthuizen na het lezen van de drukproef wilde zien, zijn volgens de rechter doorgevoerd. Het boek blijft dus in de boekhandel liggen.

In haar recensie van deel late jaren 1975-2006 schreef NRC Boekenredacteur Elsbeth Etty eind vorig jaar dat de lezer biograaf Nop Maas te kort doet deel drie van de Reve-biografie puur te beschouwen ‘als een verslag van de relatie tussen twee aan drank, pillen en seks verslaafde oude nichten’. ‘Maar’, schreef Etty, ‘veel wezenlijkers is er eigenlijk niet te melden over die laatste drie decennia van Reves leven’.

‘En wat er wel te vertellen valt, bijvoorbeeld over het in deze periode verschenen werk, zijn ruzies met uitgevers, racistische uitspraken en andere provocaties, is al grotendeels per snipper papier door Schafthuizen te gelde gemaakt.’

Volgens Etty slaagt Maas erin de relatie tussen Schafthuizen en Reve ‘ingetogen’ te beschrijven. Dat terwijl de relatie als turbulent bekend stond. De passages waarin hun functioneren samen aan bod komt, lezen volgens Etty ‘als scènes uit een traditioneel huwelijk waarin de ongelijkwaardige partners niet met elkaar, maar nog minder zonder elkaar kunnen leven’:

‘Reve kon niet schrijven als Schafthuizen in de buurt was, maar werd nog wanhopiger als hij soms tijdelijk verdween. In brieven aan vrienden noemde hij Matroos ‘een geschenk des hemels’ en ‘de troost van mijn late leven’.

‘Daarbij moet’, zo vervolgt Etty, ‘worden aangetekend dat Schafthuizen Reves inkomende en later ook zijn uitgaande post en andere schrijfsels controleerde. Hij ging zelfs zover de blanco vellen schrijfpapier van zijn partner te nummeren, zodat hij kon nagaan of Reve (die hem regelmatige dood wenste) iets voor hem achterhield.’

De biografie bezit inderdaad ‘schokkende’ informatie. Meer nog dan hun geldzucht, schrijft Etty op te hebben gekeken van de geldsommen die de media betaalden voor ‘diffamerende citaten’ van Reve, ‘de beroepsprovocateur’:

‘Schokkender dan de geldzucht van het duo was dat media grif betaalden voor een paar racistische of anderszins diffamerende citaten van de beroepsprovocateur om wie het publiek zo kon lachen. K.L Poll, chef kunst van NRC Handelsblad, gaf Reve in 1985 zelfs een honorarium voor een ingezonden brief.’

Eind vorig jaar maakte Schafthuizen nog bekend van een bodemprocedure af te zien. Schafthuizen zei in december tegen persbureau Novum:

‘Ik ben al anderhalf jaar bezig met procederen, maar nu gooi ik de handdoek in de ring. Ik heb hele hoge kosten moeten maken en het is niet mogelijk om hiermee door te gaan zonder mijn eigen nachtrust te verstoren. Ik heb geen zin om er nog langer wakker van te liggen.’

Het boek dat Schafthuizen een ‘monument van onfatsoen’ noemt, blijft vooralsnog in de handel.