J.L. Heldring ziet om naar de twintigste eeuw

Jérome Louis Heldring (95) in gesprek met Frénk van der Linden.

Heldrings dagen. Een laatste gesprek Ned. 2, 22.59 - 23.37 uur

„Als ik dertig jaar eerder was weggegaan had er geen haan naar gekraaid.” Aldus J.L. Heldring, sprekend met journalist Frénk van der Linden over de ophef rond het stoppen van zijn rubriek ‘Dezer dagen’ in NRC Handelsblad, nu bijna een jaar geleden.

Relativering van zijn roem past bij de analytische en cerebrale stijl die Heldring eigen is. En hij heeft gelijk: veel aandacht ging uit naar de opmerkelijke cijfers. Geboren in 1917, werkzaam bij NRC sinds 1945, columnist sinds 1960. 52 jaar lang columns, dat is nogal wat.

Maar er is meer, en dat komt gelukkig ruimschoots aan bod in deze zeer onderhoudende productie van Gisèla Mallant, gemaakt in samenwerking met zes journalistiekstudenten.

Heldring spreekt vrijuit over zijn in materieel opzicht bevoorrechte, maar emotioneel armoedige jeugd. Slimheid was thuis de norm, en nog altijd maakt hij zich eerder boos over domheid dan over slechtheid. „Slechte mensen kunnen nog buitengewoon intelligente dingen zeggen.” Hoewel Van der Linden zichzelf introduceert als fan, schroomt hij niet om Heldring te vragen naar zijn NSB-sympathie als gymnasiast en een gemiste primeur toen hij hoofdredacteur was. Het heden komt ook nog voorbij: „De economische voordelen van Europa heb ik nooit betwist, maar een politieke eenheid komt er niet.”

De wereld is niet mooi, maar J.L. Heldring kan er mooi over spreken.