Internet bedwingt juist sociale angsten. Neem koekjes van vreemden aan

Tieners en twintigers zijn opgegroeid met internet. Een contactgestoorde generatie, zegt het ene kamp. Verscholen achter hun schermen durven ze geen echte contacten – met alle blikken, intonaties en handdrukken van dien – meer aan te gaan. Onzin, zegt het andere kamp: sociale media versterken de contactuele activiteiten.

Demo van Blendr, een geosociale App waarmee vreemden elkaar kunnen uitpeilen.

Tieners en twintigers zijn opgegroeid met internet. Een contactgestoorde generatie, zegt het ene kamp. Verscholen achter hun schermen durven ze geen echte contacten - met alle blikken, intonaties en handdrukken van dien -  meer aan te gaan. Onzin, zegt het andere kamp: sociale media versterken de contactuele activiteiten.

Tot die laatste groep behoort Caitlin Dickson. Op Thedailybeast.com schreef ze een goed ingevoerd en zelfreflectief essay over haar eigen generatie. ‘Generatie Naïef’, zoals ze het zelf noemt. Een artikel over ‘waarom jonge mensen het niet kunnen helpen dat ze zo gemakkelijk voor vreemden vallen’. Volgens haar komt dat omdat we online de ontbrekende lichaamstaal invullen met positieve, vertrouwenwekkende aannames. Zolang er geen informatie is die argwaan wekt gaan we ervan uit dat iemand deugt.

Zo kan het gebeuren dat sommige mensen maandenlang een relatie hebben met een nepfiguur. Het overkwam onlangs nog een populaire football-speler. Een situatie die ook centraal staat in de film Catfish. “Wanneer hebben we ons schild laten zakken?”, vraagt Dickson zich af. Toen internet nog jong was hield iedereen zich immers schuil achter een pseudoniem. Nu worden we via Facebook, Twitter en allerlei Apps gedwongen alles over onszelf te delen: wie we zijn, waar we zijn, wat we doen. Zelfs of we in zijn voor seks. Na de ‘gay radar’ Grindr is er nu ook een hetero-App in opkomst: Blendr.

Dicksons verhaal is een verademing vergeleken met dat van doempredikers als  technieksocioloog Sherry Turkle (boek Alone Together - ‘hoge verwachtingen van techniek, minder van elkaar’) en psycholoog Larry Rosen (boek iDisorder: ‘internet cultiveert gedragsstoornissen’). Couch-surfing, het online regelen van slaapplekken bij vreemden onderweg, haalt ze aan als een soort sociale evolutie.

De ‘Generatie Naïef’ mag dan risico lopen, ze krijgt er ook veel voor terug. Namelijk het besef dat de meeste mensen het beste met elkaar voorhebben, meent Dickson. Of zoals ze J. Keith Murnighan, een hoogleraar aan de Northwestern’s Kellogg School of Management, citeert: “Positieve ervaringen met vreemden via internet doen ons meer dan ooit realiseren dat mensen over het algemeen betrouwbaar zijn.”