Ideale passie is er niet, maar Leertouwers intimiteit raakt

Passiemuziek

Bach, Johannes Passion. Nieuwe Philharmonie Utrecht o.l.v. Johannes Leertouwer. ****Bach, Johannes Passion. Barokorkest Il Gardellino & Cappella A’dam o.l.v. Daniel Reuss. ***Bach, Matthäus Passion. Ned. Bachvereniging/P. Dijkstra. T/m zaterdag in Naarden; bachverenging.nl ****

Het Nederlandse web van passie-uitvoeringen kun je vangen in een kaart vol lijnen en pijlen. Het is veelvoorkomend dat dirigenten en solisten niet aan één maar aan meer passies meewerken, Algehele trend: koordirigenten leiden ‘kleine’, authentieke versies met hun eigen koor en worden daarnaast door symfonieorkesten gevraagd voor een uitvoering op een modern instrumentarium. De grote vraag dicteert een rijk aanbod.

Dirigent Peter Dijkstra (34), de beste Nederlandse koordirigent van zijn generatie (en meer), is zelf oud-koorlid van de Bachverenging en is daar dit jaar de gastdirigent van de Matthäus – gisteren na een korte tour ‘geland’ in Naarden en daar tot en met Stille Zaterdag te beluisteren.

Dijkstra opteert voor een veelzijdige, intense en dramaturgisch eigenzinnige ‘young mans’-Matthäus: rijk aan drift, fel in emotie. Zo wordt het kalme, maximaal wiegend gezongen openingskoor sneller en harder waar ‘unsere Schuld’ aan bod komt. Rondom passages waar Christus vooruitblikt op het Hemelse Rijk last Dijkstra stiltes in die de tekst doeltreffender maken. Een hoogtepunt is de pauze voor het fluisterstille koraal Wenn ich einmal soll scheiden. In de koordelen schuilt Dijkstra’s grootste kracht; ook het slotkoor is opvallend gedetailleerd afgewerkt.

Dijkstra kiest voor een kleine bezetting; 30 musici over twee orkestjes, twee koren van twaalf zangers, solisten meegerekend. De Bachvereniging engageerde daartoe echte solisten, die in het koor meezingen. Memorabel zijn countertenor Maarten Engeltjes met zijn klaroenhelder geluid en de stralende, stijlbewust fraserende sopraan Monika Mauch.

Bij de Johannes Passion door Cappella Amsterdam onder Daniel Reuss (versie 1725) waren het óók de koordelen die indruk maakten; sommige koralen (In meines Herzens Grunde) bezaten een bezwerende schoonheid. Maar van de uit het koor gerekruteerde solisten was Maria Köpcke met haar pralend topregister de enige die echt overtuigde. Reuss realiseerde controle en contrast maar de klank van Il Gardellino bleef slank; soms miste je een bassig fundament.

Heel anders was dat onder violist/dirigent Johannes Leertouwer, initiator van de uit zeer goede internationale freelancers samengestelde Nieuwe Philharmonie Utrecht: een orkest dat zonder subsidie werkt.

Leertouwers passie was klein en intiem, dicht op je huid. Zonder grote topsolisten maar met uitmuntende (heel jonge of juist wat oudere) zangers die allen vooral opvallend bewogen zongen. Tom Sol (Christus): warm en bozig. Guy Cutting; een frisse, lenige tenor. Leertouwer belichtte alle details maar nergens stoorden scherpe eigenzinnigheden. Zijn verhaal sleepte werkelijk mee.