Het zwarte gat van Afrika

Centraal Afrikaanse Republiek //

Sinds de onafhankelijkheid in 1960 wordt de Centraal Afrikaanse Republiek geplaagd door coups Gisteren was het wederom raak Waarschijnlijk vormt deze coup weer de kiem voor de volgende

Rebellen hebben gisteren de macht gegrepen in de Centraal Afrikaanse Republiek. Na dagen van gevechten namen ze de hoofdstad Bangui in. President François Bozizé is halsoverkop naar buurland Congo gevlucht. „De Centraal Afrikaanse Republiek heeft net een nieuwe pagina omgeslagen in zijn geschiedenis”, aldus een verklaring van de rebellencoalitie Seleka.

De machtsgreep draagt bij aan de instabiliteit in het hart van Afrika. Een hele reeks landen kampt met gewapende opstanden, van Soedan in het oosten via Nigeria tot aan Mali in het Westen. De meeste landen hebben een zwakke staat en poreuze grenzen, waardoor rebellen en extremisten vrij spel hebben.

De Centraal Afrikaanse Republiek (CAR) staat bekend als het zwarte gat van Afrika: een instabiel, corrupt en straatarm land, ondanks aanzienlijke rijkdom aan grondstoffen. Zijn historie sinds de onafhankelijkheid in 1960 is een opeenvolging van coups en opstanden; president Bozizé greep zelf met geweld de macht in 2003. Als gevolg daarvan is het land vergeven van de illegale wapens. Sinds de coup van Bozizé braken in het achtergestelde noorden verschillende opstanden uit. Bozizé was niet in staat die de kop in te drukken, aangezien hij het leger zwak hield uit angst voor een coup.

Terwijl de rebellen gisterochtend oprukten naar het presidentiële paleis, werden Bozizé en familie naar de Congolese grensplaats Zongo gevlogen, dat de afgelopen dagen overspoeld is door tienduizenden vluchtelingen.

De situatie in Bangui was gisteren chaotisch en gespannen. Amy Martin van de humanitaire VN-organisatie OCHA zei tegen de BBC dat er zware plunderingen plaatsvinden in de hoofdstad. „Er is zelfs een kinderziekenhuis leeggeroofd. Onze belangrijkste zorgen nu zijn de plunderingen en de mogelijke spanningen tussen verschillende etnische groepen.”

Bangui zit sinds zaterdag zonder elektriciteit en stromend water. Volgens Martin is de situatie in het binnenland nog veel erger. Ruim 170.000 mensen zijn naar schatting ontheemd geraakt door de gevechten en tienduizenden anderen zijn gevlucht naar Tsjaad of Congo.

De drie rebellengroepen uit het achtergestelde noorden, losjes verenigd in ‘Seleka’, vechten al jaren tegen president Bozizé. Ze sloten in 2007 een vredesakkoord, waarin de rebellen geld kregen en in het leger zouden worden opgenomen krijgen in ruil voor hun ontwapening. Maar eind vorig jaar kwamen ze opnieuw in opstand omdat Bozizé dit vredesakkoord niet zou naleven.

De rebellen rukten op tot 75 kilometer van Bangui, maar Bozizé wist in januari met een nieuw akkoord de inname van de hoofdstad af te wenden. De rebellen kregen enkele belangrijke ministersposten in een eenheidsregering en een van hun leiders werd benoemd tot vicepremier. Maar de rebellen beschuldigden Bozizé er van wederom zijn beloftes te breken.

De voormalige kolonisator Frankrijk heeft de VN-Veiligheidsraad in spoedzitting bijeengeroepen. Het is onduidelijk wie Bozizé gaat vervangen en of de eenheidsregering aanblijft. Het risico bestaat op onenigheid tussen de verschillende rebellengroepen binnen Seleka: sommige zijn voormalige rivalen. De rebellencoalitie meldde gisteren dat er een overgangsperiode komt, en daarna verkiezingen.

„Centraal Afrikanen moeten om de tafel gaan zitten om een pad uit te stippelen voor hun gezamenlijke toekomst”, zei Nelson Ndjadder van de CPSK, één van de groepen in Seleka. Dit klinkt mooi, maar gezien de rivaliteit tussen verschillende etnische groepen in de CAR, zal de machtsgreep eerder de kiem vormen voor nieuwe opstanden.