Het snelle verval van de Moslimbroeders

De in Tunesië en Egypte regerende fundamentalisten doen het niet best. De economie is een ramp en het protest groeit met de dag, bleek ook dit weekeinde. Is de politieke islam al op zijn retour?Gert van Langendonck, Kairo

Op Twitter circuleert een foto die goed illustreert hoe diep het aanzien van de Moslimbroederschap in Egypte wel is gezakt. De foto toont president Mohammed Morsi en zijn lijfwachten die op 30 november 2012 op hun sokken een moskee uitrennen. Ze zijn weggejaagd door gelovigen die het niet pikten dat hun imam tijdens het vrijdaggebed reclame maakte voor Morsi’s beleid. Hun schoenen moesten ze in alle haast achterlaten. In Tunesië werd Rachid Ghannouchi, de leider van Ennahda, begin deze maand weggejaagd van de begrafenis van Ahmed Rahmouni, een nationalistische militant die in 1963 werd geëxecuteerd en wiens stoffelijk overschot onlangs werd teruggevonden. Eerder moest Ghannouchi ook al wegvluchten uit Sidi Bouzid, de bakermat van de Tunesische revolutie.

Twee jaar geleden was zoiets ondenkbaar geweest. Goed, de Moslimbroeders in Egypte hadden wat lang gedraald voor ze zich achter de revolutie schaarden, en Ennahda speelde maar een kleine rol in de Tunesische revolutie. Maar in beide landen was er erkenning van het feit dat de fundamentalisten als geen ander hadden geleden onder de dictatuur.

Toen zij eind 2011 de eerste vrije verkiezingen in Tunesië en Egypte wonnen (met respectievelijk 41,5 en 47,2 procent van de stemmen) was dat niet echt een verrassing. Zij waren de enigen die op een bestaande organisatie konden terugvallen, en de seculiere oppositie was in beide landen hopeloos verdeeld. Maar er was ook de verwachting – of de vrees – dat de fundamentalisten het eenmaal aan de macht erg goed zouden doen, gezien hun ervaring met sociale dienstverlening en hun verankering in de bevolking.

Het liep anders. Beide landen kampen met aanhoudende politieke onrust en een rampzalige economische situatie. En het protest tegen de fundamentalisten groeit met de dag. Dit weekeinde vielen tientallen gewonden bij gevechten tussen aanhangers van de Moslimbroeders en opposanten in verschillende Egyptische steden. De slogan van de Moslimbroederschap in Egypte – ‘Islam is de oplossing’ – klinkt met de dag holler.

„De Moslimbroederschap in Egypte draagt, veel meer dan Ennahda in Tunesië, een zware verantwoordelijkheid voor de situatie waarin het land zich bevindt”, zegt Issandr al-Amrani, een politiek analist in Kairo die beide landen goed kent. „Natuurlijk heeft zij die situatie geërfd. Maar de Moslimbroederschap is er wel in geslaagd de zaken erger te maken.”

Amrani verwijst naar de gebeurtenissen van december, toen Morsi een reeks prijsverhogingen aankondigde in het kader van de onderhandelingen over een lening van het Internationaal Monetair Fonds. Enkele uren laten werd de maatregel ingetrokken omdat de Moslimbroederschap bang was voor stemmenverlies in het referendum over de grondwet. De schade was totaal: de mensen waren bang gemaakt, Morsi stond in zijn hemd, en de IMF-lening werd opgeschort.

Het was het soort flater waaraan de Egyptenaren gewend zijn geraakt onder Morsi. Vorige week werd een proef aangekondigd voor rantsoenering van gesubsidieerd brood. Dat is een gevoelige kwestie: toen Sadat het probeerde in 1977 – ook op aandringen van het IMF – braken in het hele land rellen uit. In dat verband is verbazingwekkend dat Morsi’s keuze voor de proef viel op Port Said, de stad die al maandenlang in opstand is tegen zijn bewind. De Brits-Egyptische blogster Sarah Carr: „Ze spelen de oppositie in de kaart door idiote beslissingen te nemen, onrust te stoken en hun eigen overlijden te garanderen.” „De Moslimbroederschap maakt de ene fout na de andere en de mensen zien dat”, zegt ook Alfred Rauf, een oprichter van de oppositiepartij Dostour van Mohamed ElBaradei. „Dat helpt ons.”

Niet iedereen is zo streng voor de Moslimbroeders. „De verwachting dat zij zomaar decennia van economisch wanbeheer ongedaan konden maken in een jaar tijd was altijd onredelijk”, zegt Elijah Zarwan, een analist in Kairo verbonden aan de European Council on Foreign Relations. „Zeker als dat jaar gekenmerkt is geweest door constante politieke onrust en een wereldwijde economische crisis. En toch is dat precies wat de Egyptenaren hadden verwacht.” Maar ook Zarwan vindt het onbegrijpelijk dat de Moslimbroederschap niet in staat blijkt om zelfs maar een aantal symbolische maatregelen te nemen die de eigen populariteit hadden kunnen verhogen.

Eén verklaring die soms wordt gegeven is dat veel Moslimbroeders dokter of ingenieur zijn: beroepen waar consensus of populariteit van weinig belang zijn. Shahira Mehrez, een 71-jarige kunsthistorica die actief was in de revolutie, denkt dat veel mensen zich ook hebben verkeken op de sociale actie van de Moslimbroederschap in het verleden. „Liefdadigheid is makkelijk; sociale rechtvaardigheid is veel moeilijker.”

Een andere verklaring is dat de Moslimbroederschap gewoon te weinig talent in huis heeft, deels het gevolg van de machtsovername in 2008 door de harde ‘organisatorische’ vleugel ten nadele van de meer gematigde ‘politieke’ vleugel.

Maar volgens Hani Shukrallah, hoofdredacteur van Al-Ahram Online en virulent tegenstander van de Moslimbroederschap, is dé reden dat de groep gewoon te druk is met het versterken van de eigen machtspositie: een fenomeen dat ‘ikhwana’ of verbroederisering wordt genoemd. „Niets anders – niet de incompetentie, het tekort aan kaderpersoneel, of het gebrek aan visie – verklaart het compulsieve, irrationele politieke gedrag waarmee de 84-jarige beweging zichzelf en de natie in de vernieling aan het werken is”, schrijft Shukrallah.

In Tunesië liggen de zaken net iets anders. Anders dan in Egypte zijn de radicalere salafisten daar buiten het politieke proces gebleven. Dat had als gevolg dat Ennahda zelfs met 41,5 procent niet groot genoeg was om in zijn eentje een regering te vormen en dus meer water in de wijn moet doen. Maar de moord op de extreem-linkse oppositieleider Chokri Belaïd in februari heeft de zaken op scherp gezet.

Veel Tunesiërs achten Ennahda op zijn minst politiek verantwoordelijk voor de moord. Dat op Belaïds begrafenis 1,5 miljoen mensen afkwamen, terwijl een tegenbetoging ter verdediging van het islamitisch project hooguit 25.000 mensen op de been bracht, wordt door de oppositie hoopvol gezien als het begin van het einde van het Ennahda-tijdperk.

„Als een verband wordt aangetoond tussen Ennahda en de moord op Chokri, dan is het gedaan met Ennahda”, zegt hoogleraar politieke wetenschappen en seculier activist Hamadi Redissi in Tunis. Maar zelfs zonder dat acht hij het mogelijk dat Ennahda tot 20 procent terugvalt. In recente peilingen vecht Ennahda nu om de eerste plaats met Nida Tounis, de partij van de 86-jarige oud-premier Beji Caid Essebsi.

Redissi staat op een dodenlijst van de Tunesische salafisten. In Egypte staat Mostafa al-Guindi op een dergelijke lijst. Guindi is de man die in december de centrist Mohamed ElBaradei en de linkse Hamdeen Sabahi zover kreeg dat ze samen het Nationaal Reddingsfront vormden.

Evenals Redissi gelooft hij dat de Moslimbroederschap bij de volgende verkiezingen van de kaart wordt geveegd. „De oppositie is eindelijk eensgezind, en dat hebben we geheel aan Morsi te danken”, zegt hij. „Bij de volgende verkiezingen gaan wij 65 procent behalen.”

Maar anders dan in Tunesië zijn er weinig elementen om Guindi’s optimisme te staven. „Het is een feit dat de Moslimbroederschap veel van haar glans heeft verloren”, zegt Amrani. „Maar dat wil nog niet zeggen dat de mensen niet meer voor hen gaan stemmen. Want de oppositie heeft de oplossing ook niet.”

En inderdaad: toen in februari verkiezingen werden uitgeschreven voor een nieuw parlement koos de oppositie voor een boycot. Toen een lagere rechtbank die verkiezingen vervolgens annuleerde, haalde diezelfde oppositie opgelucht adem.

„Er is voor het ogenblik geen enkel alternatief in zicht, zeker niet als de oppositie de verkiezingen gaat boycotten”, zegt ook Zarwan. „Alles wat de Moslimbroederschap moet doen om te winnen is meedoen.”

Dat neemt niet weg dat sommigen nu al de vraag stellen of de fundamentalisten wel de macht zullen afstaan mochten zij straks een verkiezing verliezen. „Of de fundamentalisten echt democraten zijn moet nog blijken”, zegt Redissi. „Het is makkelijk democratisch te zijn zolang je de verkiezingen wint.”