Het enige dat werkt: de hele groep aanpakken

Knuffelen met paarden, masseren – wat helpt eigenlijk tegen pesten? Nederland kent tientallen methoden. Of ze werken, is vaak niet bewezen.

Polsbandjes met teksten als ‘Pesten, ik doe er niet aan mee’ en ‘ Lief zijn voor elkaar’. Ruim 100.000 stuks hebben Wenda Verkerk en haar man er in twee jaar van verkocht. Ze runnen Weerbaar.info, een site waarop zij zelfgemaakt lesmateriaal tegen pesten op scholen verkopen. Zoals: handleidingen, werkboekjes, diploma’s, kleurplaten, posters, liedjes, buttons, stootkussentjes en respectballonnen.

De lesmaterialen moeten kinderen weerbaarder maken, pesten op scholen voorkomen en tegengaan. De polsbandjes en posters zijn er om het signaal af te geven dat „pesten niet acceptabel is”, zegt Verkerk. Zij komt uit de jeugdzorg, haar man is illustrator. Eerst gaven ze karatelessen en weerbaarheidscursussen. Maar onlangs hebben ze het assortiment uitgebreid. „Er is gewoon meer nodig om pesten tegen te gaan.”

Er zijn tientallen methodes, duizenden cursussen en trainingen en tal van ludieke acties in Nederland opgezet om pesten op scholen tegen te gaan. Soms zijn het particuliere initiatieven, soms zijn het professionele instituten die dit aanbieden. Pesten is een hot issue, zeker nu in het afgelopen half jaar drie jongeren zelfmoord hebben gepleegd omdat ze zouden zijn getreiterd.

De anti-pestplannen kunnen worden onderverdeeld in vier categorieën; alternatieve programma’s, weerbaarheidstrainingen, cursussen over respect en samenhorigheid en zogenoemde schoolbrede methodes.

De alternatieve methodes lopen uiteen van knuffelen met paarden tot aan masseren en mediteren. Masseren is goed omdat het lichaam door de aanrakingen oxytocine en serotonine aanmaakt. De hormonen bevorderen het gevoel van rust en verbondenheid. Daarnaast is meditatie populair. Kinderen kunnen er indrukken mee loslaten en innerlijke rust vinden. Dat moet zorgen voor gelukkige leerlingen met zelfvertrouwen.

Of de alternatieve cursussen effect hebben, is wetenschappelijk niet aangetoond. De auteurs van de in 2012 verschenen overzichtsstudie Pesten op school bespreken allerlei anti-pestmethodes en bekijken de wetenschappelijke onderbouwing daarvan. Over mediteren schrijven zij dat de methode wel goed doordacht is, maar dat onderzoek laat zien dat het weinig effect heeft.

Dan de weerbaarheidstrainingen. Die worden in groten getale aangeboden – 58.900 hits op Google. Het kerndoel is dat het slachtoffer beter van zich leert afbijten. Dat gebeurt vaak door middel van kringgesprekken, ‘creatieve’ opdrachten en ontspanningsoefeningen. Maar er komen ook bokshandschoen en judomatten aan te pas. Het idee is: meer zelfvertrouwen, minder onzekerheid en minder vatbaar voor pesters.

De weerbaarheidstrainingen kunnen een uitkomst zijn voor individuele kinderen die extra begeleiding nodig hebben, zegt René Veenstra, hoogleraar sociologie in Groningen. Hij doet onderzoek naar pesten. „Kinderen die bijvoorbeeld faalangstig zijn of weinig zelfbeheersing hebben kunnen er best beter door in hun vel gaan zitten.” Maar, zegt hij, tegen pesten moet je zo’n cursus niet inzetten. Pesten is een groepsproces, je wilt de dynamiek binnen een groep aanpakken. Als het ene slachtoffer inmiddels weerbaarder is, zoeken de pesters een ander slachtoffer. Daarbij leert ook de pester hoe hij een effectieve schop uitdeelt. En als het slachtoffer dan stevig van zich afbijt, kan dat het pesten soms juist verergeren.

Dan de derde categorie: de anti-pestprogramma’s die naast weerbaarheid gaan over respect en saamhorigheid. Ze richten zich op het bevorderen van sociaal gedrag van leerlingen. Met als doel de sociale veiligheid op school te vergroten, zodat kinderen minder pesten. Voorbeelden daarvan zijn de Kanjertrainingen en De Vreedzame School.

De Kanjertraining lijkt op korte termijn een effectieve training te zijn, met een solide wetenschappelijke basis, zo staat in het boek Pesten op school dat geschreven is door een aantal pestexperts. De eerste onderzoeken laten zien dat kinderen zich minder agressief gedragen en beter met vervelend gedrag om kunnen gaan. Hoogleraar Veenstra: „Deze programma’s richten zich op authentiek gedrag en democratisch burgerschap. Maar of ze het pesten doen verminderen is maar de vraag.”

Daar moeten zogenoemde schoolbrede aanpakken voor zorgen. Zoals de Noorse Prima methode of het Finse KiVa. Deze programma’s zijn in het buitenland wetenschappelijk onderzocht en richten zich op verschillende niveaus, legt Veenstra uit. Hij test sinds vorig jaar de KiVa-methode op meerdere Nederlandse basisscholen. Na de zomer komen de eerste resultaten.

Met KiVa wordt niet alleen de pester aangepakt, maar de hele klas wordt erbij betrokken. Want pesten is een groepsproces, zegt Veenstra. Met daders, meelopers, aanmoedigers, buitenstaanders, verdedigers en slachtoffers. Leerkrachten spelen een belangrijke rol binnen het project; ze moeten pesten signaleren en tegengaan. Veenstra heeft nog iets toegevoegd aan de methode: de socialenetwerkanalyse. Kinderen beantwoorden op papier vragen als ‘Wie zijn je beste vrienden’ ‘Wie is er populair?’ en ‘Door wie word je gepest?’. Op die manier krijg je inzicht in een groep.”

Het is zaak de pesters niet negatief te bejegenen. Dat werkt niet, zegt Veenstra. Er moet een totale cultuuromslag plaatsvinden, waarbij pesten niet getolereerd wordt. De pester wil bij die cultuur horen. En bij goed gedrag krijgt hij een compliment.”