Een deal voor Cyprus

Het heeft een zinderende week geduurd, maar er is een overeenkomst over Cyprus. Dat alleen al is goed nieuws. Maar het betere nieuws is dat de eurozone zijn poot stijf heeft weten te houden en erin is geslaagd zijn wil goeddeels op te leggen aan een lidstaat die zich tot op het laatst onder de consequenties van zijn eigen gedrag probeerde uit te wurmen.

Dat Europa, onder leiding van Duitsland, het spel hard heeft gespeeld, kwam vooral doordat er weinig angst was voor de mogelijke gevolgen van een val van Cyprus. Het eiland was, om het minder heroïsch te stellen, klein en onbeduidend genoeg om als precedent te dienen. De uiterst gematigde reactie van de financiële markten vorige week zal Berlijn hebben gesterkt in deze harde opstelling.

De overeenkomst van vannacht maakt in wezen een einde aan het model van Cyprus als internationale fiscale vluchtheuvel. De op een na grootste bank, Laiki, wordt hardhandig opgedoekt en spaarders boven 100.000 euro zijn veel, zo niet al hun geld kwijt. De grootste bank, de Bank of Cyprus, mag blijven bestaan na het gezonde deel van Laiki te hebben geabsorbeerd. Maar ook hier zullen spaarders boven de drempel van een ton moeten bijdragen aan de herkapitalisatie van de bank.

De financiële markten reageerden vanmorgen gunstig op de deal. Maar of er alleen maar goed nieuws is, valt nog te bezien. Burgers uit het noorden van de eurozone hebben nu gezien dat het mogelijk is om harde voorwaarden te verbinden aan noodsteun, waarvan het verlenen steeds moeilijker te verkopen viel. Maar burgers uit mogelijke probleemlanden kunnen een precedent zien in het feit dat de depositohouders, ook al is dat boven de ton, niet ongeschonden wegkomen. Het zal noodzakelijk zijn het vertrouwen op dit punt te herstellen.

Als de banken daadwerkelijk opengaan en de beperkingen op kapitaalverkeer worden opgeheven, zal duidelijk worden of de oplossing in de praktijk ook werkt – en of er via nog onbekende routes toch al geld weg lekte.

Daar komt bij dat de tien miljard euro die de eurozone aan Cyprus leent zeker niet veilig zijn. Het is waar dat het eiland een staatsschuld krijgt die de 100 procent van het bruto binnenlands product niet te boven gaat en in theorie houdbaar is. Maar nu het verdienmodel van de Cypriotische economie goeddeels is weggevaagd, wordt het de vraag in hoeverre deze schuld daadwerkelijk draaglijk blijft. Cyprus zal, als het in een later stadium zou terugkomen voor extra steun of een versoepeling van de voorwaarden, kunnen verwijzen naar de medewerking die het, zij het tegenstribbelend, heeft verleend.