Een carrière lang hoort hij het al: egoïsme

WK-kwalificatie //

Er is vaak wat te doen om Arjen Robben: of hij is geblesseerd, of er is kritiek op zijn individualistische spel Vrijdag maakte hij geen beste beurt in Oranje Morgen kan hij zich tegen Roemenië revancheren

„Goed, dan kom je op dat punt van egoïsme. Of doel je daar niet op?” Met een verveelde grijns maakte Arjen Robben (29) duidelijk dat hij heus wel wist waar het gesprek naar toe ging.

We spraken afgelopen week over één van zijn mislukte acties onlangs in de Champions League-wedstrijd van Bayern München tegen Arsenal (0-2). Halverwege de eerste helft dook hij met de bal aan de voet in een fuik van verdedigers, terwijl zijn teamgenoot Thomas Müller vrij op de linkerflank opkwam. „Ik had hem wel gezien, ik keek nog op zoals je kon zien. Maar ik had het gevoel dat hij nog te ver achter mij was.”

Dus ging Robben voor eigen succes. En gaf hij maar weer eens voeding aan het egoïsmedebat dat in Beieren alleen verstomt als de Nederlandse aanvaller succes heeft met zijn individuele acties.

Want dan is het ineens allemaal fantastisch, zoals in zijn eerste seizoen bij Bayern toen hij met trainer en huidig bondscoach Louis van Gaal in 2010 de finale van de Champions League haalde en de landstitel en beker won. En vorig seizoen, toen hij een sterke campagne in het belangrijkste Europese clubtoernooi verpestte met een gemiste strafschop in de finale.

Zolang hij zich kan herinneren oogst Robben al kritiek op zijn speelstijl. Vroeger ging hij makkelijk naar de grond met een overdrevenheid die vooral Engeland niet werd gewaardeerd. En altijd al was zijn spel op zichzelf gericht. „Egoïsme, dat hoor ik mijn hele carrière al”, zei hij in het gesprek in hotel Huis ter Duin in Noordwijk, de vaste uitvalsbasis van het Nederlandse elftal. „Het zij zo.”

Afgelopen vrijdag na de WK-kwalicatiewedstrijd tegen Estland (3-0) was het bondscoach Van Gaal die zijn vleugelaanvaller het nodige verweet. Robben liep op de verkeerde plekken, kwam zijn afspraken niet na en stond in de eerste helft „niet hoog genoeg” waardoor Estland tot de rust makkelijk stand kon houden.

Het ergste was nog dat Robben vlak voor rust de bal in het doel stifte terwijl hij lang daarvoor was afgefloten voor buitenspel. Het kwam hem op een gele kaart te staan – zeer onprofessioneel.

Al met al geen beste beurt in Oranje, daar waar hij zich juist zo goed had gevoeld afgelopen week. Morgen heeft hij tegen Roemenië de kans zich te revancheren voor hij weer naar München gaat. Dat zou even lekker zijn, want bij zijn club beleeft hij momenteel „niet de gelukkigste periode”.

De titel kan Bayern niet meer ontgaan, er zijn bekerkansen én de club staat in de kwartfinale van de Champions League. Maar: Robben is ontevreden. Hij is al weken hersteld van een bovenbeenblessure en de rugklachten die hij in november opliep tijdens een oefeninterland tegen Duitsland. Toch moet hij vaak op de bank beginnen. En als hij wel speelt, is de kritiek nooit ver weg.

Bayern-voorzitter Uli Hoeness neemt het meestal voor hem op. Maar even zo vaak ergeren fans en erevoorzitter Franz Beckenbauer zich aan zijn eigengereide spel. Robben haalt er zijn schouders over op. „Er zijn zoveel verschillende meningen over. Ik hoor de laatste tijd ook: ‘je moet meer pingelen, je bent te voorzichtig, zoekt te veel de combinatie’. Ik ben er wel klaar mee. Ik wil het geen gezeik noemen, maar soms maak je de verkeerde keuze en dan is het ineens weer een item. Dat je een keer op doel schiet terwijl een ander er beter voor staat. Zo’n wedstrijd tegen Arsenal, ik snapte niet waarom de discussie weer oplaaide. Vertel me dan eens: welke acties dan?”

Die veelbelovende counteraanval dus, met Müller aan de linkerkant? „Ik was al door en concentreerde me op de actie. Ik had het gevoel dat hij te ver terug was. Maar ik neem mezelf niet kwalijk dat ik die bal niet afgeef, wel dat ik de actie verkeerd inzet. Dat vind ik slechter dan dat ik de bal niet afgeef. Ik was te rechtlijnig aan het dribbelen, de verdediger draaide zich te snel om en kon de bal veroveren.”

Met het sleutelpasje van zijn hotelkamer simuleert hij de bewegingen die hij had willen maken. „Ik had meer links of rechts moeten gaan. Dan was het beter.”

Het typeert de individualist: dat hij de actie verprutste vindt hij erger dan dat hij de bal niet afspeelde. Onlangs kreeg Robben de biografie over Pep Guardiola cadeau. De oud-trainer van FC Barcelona begint deze zomer als Bayern-coach en heeft bewezen dat hij vedettes afserveert zodra het teambelang in gevaar komt. Maar de hongerigste individualist, Lionel Messi, verhief hij boven alles en iedereen.

Wat voor speler is Robben? „Ik speel op intuïtie, dat is mijn kracht. Maar een egoïst? Je kan rustig naar het aantal assists kijken, dat is voldoende. Ik speel zoals ik speel. Ik loop al zo lang mee, mensen weten onderhand hoe ik ben en kennen mijn kwaliteiten. Daar heb ik weinig aan toe te voegen.”

Het heeft volgens Robben geen zin te speculeren hoe de Catalaanse succestrainer te werk zal gaan. „Ik heb zijn boek nog niet gelezen, dat ga ik denk ik wel doen. Maar ik ben er nog niet mee bezig. Je weet dat hij komt en daar heb ik wel een bepaald gevoel bij. Nu wil ik daar niet al te veel over zeggen, uit respect voor de trainer [Jupp Heynckes] die er nu zit. Maar ik verheug me erg op zijn komst, lijkt me heel interessant.”

Als Robben het allemaal gaat meemaken, natuurlijk. Of hij na de zomer nog bij Bayern speelt, weet hij zelf ook niet zeker. Dat de Duitse recordkampioen zijn laatste club zal zijn, betwijfelt hij. Zoals hij het WK 2014 niet als eindpunt van zijn interlandcarrière ziet.

Maar de vraag bij Robben is altijd: wat doet het lichaam? Toen hij eind vorig jaar weer geblesseerd raakte, zei hij voor het eerst wel eens te spelen met de gedachte aan stoppen. „Die twijfel heb ik niet nu ik fit ben. Maar als het nog een paar keer gebeurt zou het kunnen zijn dat je eerder neigt naar een einde. Ik put plezier uit voetbal, dat is het belangrijkste. Maar als je constant met je lijf bezig moet... Dat is niet waar je het voor doet.”

Robben heeft zo’n dertig keer een blessure gehad die hem langdurig aan de kant hield. Om gek van te worden. Gemiddeld speelt hij rond de 35 wedstrijden per seizoen, waar sommige spelers in de Europese top zestig duels halen. Hij is nog maar op de helft van zijn carrière, zegt hij daarom wel eens tegen zichzelf. „Ik zie het wel. Ik grap wel eens dat ik eigenlijk alleen maar halve seizoenen heb gespeeld. Ik kan dus nog wel door tot mijn veertigste.”