De Spaanse woede krijgt een gezicht

De Jeanne d’Arc van de Spaanse huizencrisis, is activiste Ada Colau al genoemd. Ze staat al jaren bij mensen op de stoep om huisuitzettingen te voorkomen. Maar haar roem stijgt pas echt sinds zij in het parlement een bankier ‘crimineel’ noemde. „We gaan naar een nieuw politiek model.” Merijn de Waal, Madrid

De werkzaamheden van de parlementscommissie Economie trekken doorgaans weinig aandacht in Spanje. Dat veranderde toen in een hoorzitting vorige maand Ada Colau haar visie op de woningmarkt mocht geven. De Catalaanse activiste hield een bevlogen pleidooi voor versoepeling van Spanjes draconische hypotheekwet. Ze noemde een gezant van de bankensector een „crimineel” en maakte ruzie met de commissie-voorzitter toen ze weigerde die kwalificatie terug te nemen.

Dat geruchtmakende optreden betekende Colaus landelijke doorbraak. In het door recessie en corruptieschandalen geplaagde Spanje hebben veel burgers het laatste beetje vertrouwen in hun politici, rechters, vakbonden en andere instituties verloren. Colau en haar ‘Platform voor Hypotheekgedupeerden’ worden omarmd als laatste strohalm in een almaar voortdenderende crisis. Colau noemt zichzelf slechts „spreekbuis” van deze actiegroep, geen „leider”. Toch is zij de afgelopen weken uitgegroeid tot het gezicht van de volkswoede.

De impact van haar optreden verwondert Ada Colau (1974) nog steeds, zegt ze, snel pratend, bij een vroege kop koffie op het Madrileense treinstation Atocha. „Het verhaal dat ik de parlementariërs vertelde is toch niet nieuw?” Namelijk: de rekening van de crisis wordt volledig afgewenteld op de burger. Die verliest zijn huis en baan, terwijl bankiers, politici, projectontwikkelaars en bouwaannemers – die de meeste verantwoordelijkheid droegen voor het opblazen van Spanjes enorme vastgoedzeepbel – vrijuit gaan. „Een onrecht waar een einde aan moet komen.”

Colau was tien jaar geleden al actief in ‘V de Vivienda’, een jongerenbeweging die voor starters meer kansen eiste op een betaalbare woning. „Wij wezen al op het gevaar van de vastgoedzeepbel toen politiek, banken en bedrijfsleven iedereen nog aanmoedigden te kopen, omdat een woning de beste investering zou zijn.” Een aantal van deze activisten richtte in 2010 het Platform voor Hypotheekgedupeerden (PAH) op. Aanvankelijk alleen in en rond Barcelona, maar inmiddels zijn er landelijk honderden. Vele ontstonden na de massale jongerenprotesten in mei 2011. De zogenoemde ‘indignados’ (verontwaardigden) bezetten toen enkele weken centrale pleinen in steden als Madrid en Barcelona. In navolging van de betogers op het Egyptische Tahrir-plein en als voorbode op de mondiale Occupy-beweging.

In het tentenkamp op het Puerta del Sol-plein in Madrid waaierde de onvrede die meidagen alle kanten op. Het ging over de hoge jeugdwerkloosheid en de versteende politieke systeem. Er klonk kritiek die een decennium eerder al verwoord was door ‘andersglobalisten’. Klassiekers uit het activistenrepertoire werden afgestoft: meer rechten voor vrouwen, dieren, illegalen, Palestijnen, Saharanen, etc.

Met de huisuitzettingen kregen de pleinbezetters een concreet probleem in handen, zegt Colau nu, als altijd met een PAH-button op haar trui. „Daartegen is praktisch verzet mogelijk. De platforms stellen mensen in staat samen naar oplossingen te zoeken. En om zich solidair te tonen op lokaal of wijkniveau in een crisis die mondiaal is.” De PAH’s bieden huiseigenaren advies en hulp bij het onderhandelen met de bank. En als die hulp niet baat of te laat komt, komen ze in actie. Op het tijdstip dat de rechter heeft aangekondigd een woning te komen confisqueren, verzamelen tientallen betogers zich bij de voordeur. Hun menselijk schild verhindert de rechtbankgriffier en bankvertegenwoordiger de huisuitzetting te voltrekken. De huiseigenaar wint hierdoor enkele maanden respijt.

Terwijl de pleinprotesten doodbloedden, groeiden de PAH’s uit tot de meest zichtbare erfenis van de meibeweging. Het fysiek verhinderen van de huisuitzettingen bleek een mediagenieke protestvorm. Voor journalisten op zoek naar ‘human interest’-verhalen bevatten de ‘Stop Desahucios’-protesten alle ingrediënten voor een mooie crisisreportage: het verhaal van de gedupeerde huiseigenaar, vaak een opeenstapeling van persoonlijk ongeluk. De steun van solidaire buurtgenoten. Wat duw-en-trek werk en geschreeuw. Gevolgd door de aftocht van de ‘slechteriken’ in het verhaal.

Hoewel Colau het probleem op de agenda wist te krijgen, ondernam de politiek lang geen actie. De centrum-linkse socialisten, die tot eind 2011 regeerden, niet. En ook de centrumrechtse Volkspartij van premier Mariano Rajoy niet. Daarvoor moesten eerst doden vallen. In november pleegde in enkele weken een reeks door huisuitzetting bedreigde burgers zelfmoord. Na de dood van een vrouw in Baskenland, die uit haar raam op de vierde verdieping sprong toen werd aangebeld om de sleutels te komen opeisen, ontstond brede maatschappelijke verontwaardiging. Rechters en de politie weigerden nog langer mee te werken aan de confiscaties.

De regering reageerde met een moratorium op uitzetting van de meest arme en kwetsbare groepen. Volgens Colau was dit een veel te beperkte maatregel, vooral bedoeld om tijd te winnen voor de banken. De twee grote partijen, vertelde ze ook in het parlement, zijn afhankelijk van leningen van de bankensector. Daarnaast stromen veel politici na hun carrière in het openbaar bestuur graag door naar de financiële sector – en terug. „Dat ze de burger niet beter beschermen is geen kwestie van onkunde of ideologie, maar van onwil. De banken hebben de politiek in hun zak.”

De socialisten hebben, nu ze geen regeringsverantwoordelijkheid meer dragen, hun koers gewijzigd. Vorige maand steunden zij een wetgevend burgerinitiatief, ingediend door Colau en co, en ondertekend door 1,4 miljoen mensen, om de hypotheekwet te versoepelen. De rechtse PP dreigde behandeling van het wetsvoorstel aanvankelijk te blokkeren met haar absolute meerderheid. Het leidde tot een veelbewogen debat. Buiten het parlementsgebouw werd gedemonstreerd. Op sociale media werd op de partij ingehakt – zeker toen een burgerinitiatief om stierenvechten te beschermen als cultureel erfgoed (600.000 handtekeningen) wel in behandeling werd genomen. Er was ook een nieuwe zelfmoord: een bejaard echtpaar op Mallorca nam die ochtend een overdosis medicijnen, nadat zij het bevel tot uitzetting hadden ontvangen.

Uiteindelijk zwichtte de regeringspartij. Een PP-parlementariër stelde dat zijn partij en het platform „samen optrekken voor de belangen van de burger en dat we zullen blijven samenwerken”. Colau en medeactivisten reageerden van de publieke tribune met kreten als „dieven” en „schaamtelozen”.

Haar bekendheid roept de vraag op of Colau niet de politiek moet ingaan. De eurocrisis deed al protestpartijen opstaan in andere landen. Vorige maand beleefde de Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo een doorbraak in verkiezingen in Italië. In Spanje zijn de indignados verdeeld over politieke deelname. Bij de vorige verkiezingen kwam een van hen namens Verenigd Links (oud-communisten) in het parlement. Deze populaire, jonge econoom Alberto Garzón wordt vergeleken met de voorman van de ultralinkse Syriza in Griekenland. Colau werd voorafgaand aan de Catalaanse verkiezingen, eind november, gepolst door twee linkse splinterpartijen in de regio. Maar zij wil geen politieke carrière. „Ik denk dat ik meer kan bereiken binnen het Platform en dat dit sterker is als het niet deelneemt aan het electorale proces. We hebben ook maar één thema: een gezondere woningmarkt. Daar kun je geen programma op bouwen.”

Het neemt niet weg dat zij denkt dat de dagen van het tweepartijenstelsel geteld zijn. „Steeds meer mensen zien de politiek als het probleem en niet als oplossing. Het kan langer duren of kort. Maar de rol van de partijen in het ontstaan van de crisis en de vastgoedzeepbel maakt een nieuw model nodig.”