De Matthäus volgens... Jan Willem de Vriend

Als barokspecialist dirigeerde De Vriend al eens de Johannes bij het Concertgebouworkest. Deze week leidt hij de Matthäus Passion bij het Residentie Orkest.

„Er gebeurt iets bijzonders met je, wanneer je de Matthäus Passion mag dirigeren. Het is één van de zeldzame composities die een onwaarschijnlijke veelzijdigheid in zich dragen, te vergelijken met Don Giovanni van Mozart of de Vijfde symfonie van Beethoven. Voor je het weet praat je bij een repetitie vijf minuten over één aria, in een poging te doorgronden wat Bach daarmee wilde zeggen. Het maakt nederig, ik voel me een muisje in de grootste kathedraal ter wereld, die zijn best doet om niet te verdwalen.

„Dirigeer je het werk in grote of kleine bezetting? Die vraag keert telkens terug, maar wat mij betreft is dat vooral een praktische kwestie. Het gaat dan om de buitenkant. Stel, je komt met een minimaal bezet clubje in de Grote Zaal van het Concertgebouw: de muziek zal dan vervliegen. Zou het Concertgebouworkest echter in de Grote Kerk van Naarden spelen, dan barst die uitvoering wegens de ruime akoestiek weer uit zijn voegen.

„Daarnaast heeft de Matthäus Passion natuurlijk een binnenkant: wat wil je met dit stuk vertellen? Dan kom je op kwesties als het lijden van Christus, verlossende woorden, de wijze waarop je als mens met de dood omgaat. Met de koordirigent had ik een discussie. Hij wilde het moment waarop het koor Jezus bespot zeer snel en hard aanzetten. Dat is mij te schreeuwerig, dus dirigeer ik het zoals ik dat wil. Ik richt me uiteindelijk puur op de inzichten die de partituur biedt en laat me niet afleiden door andere uitvoeringen.

„Met het Residentie Orkest speel ik het dit jaar in een bezetting van tweemaal twintig spelers plus middelgroot koor. Precies groot genoeg om de haren te laten wapperen bij de donderstorm. En intiem genoeg om bij een koraal als O Haupt voll Blut und Wunden de tranen te laten stromen.”

29-30/3 Dr. Anton Philipszaal Den Haag. www.residentieorkest.nl