Dader is al gestraft als rechter spreekt

Verdachten, bijvoorbeeld de Eindhoven Acht, worden in de media genoemd en belaagd. Weegt dat mee in de straf die rechters opleggen?

Rosan Hollak

„Een Belgenrechter heeft bepaald dat de vijf Eindhovense kopschoppers uitgeleverd gaan worden aan Nederland. Kunnen wij ’Ollanders helemaal Hooivork United op het drietal gaan. Serieus. Dit is het moment om aandelen van de Firma Pek & Veren te kopen.”

Deze reactie stond op 12 februari op website GeenStijl.nl nadat de raadkamer van het Vlaamse Turnhout bekend maakte dat vijf Belgische jongens, verdacht van zware mishandeling van een man in Eindhoven, in Nederland een proces krijgen. De advocaten van de jongens gingen tegen deze uitspraak in beroep. Morgen komen de vijf verdachten voor bij het Hof van beroep in Antwerpen. Daar wordt de zaak opnieuw behandeld. Freddy Mols, advocaat van Brent L., vreest dat de straf van zijn cliënt zwaarder zal uitvallen als hij in Nederland wordt berecht. „De berichtgeving in Nederland over deze zaak is veel agressiever dan in België. Ik denk dat de druk van de publieke opinie het oordeel van de rechter zal beïnvloeden.”

Mols vindt dat zijn client al zwaar is gestraft, met name door de manier waarop Brent L. door PowNews-verslaggever Danny Ghosen op een agressieve manier in Turnhout werd ondervraagd en door de bedreigingen van individuen op sociale mediasites. „In deze zaak is er uiteindelijk maar één slachtoffer. Dat is de man die de klappen heeft gekregen. Maar voor mijn cliënt zijn de gevolgen groot. Vroeger stond er een schandpaal op de markt waar criminelen aan werden geketend. Met de komst van de sociale media is die schandpaal weer terug. Dit keer staat hij niet op een plein maar op het wereldtoneel. Het effect is tien keer zo erg.”

De aanpak van verslaggever Ghosen in Turnhout had wel als gevolg dat Brett S., een andere verdachte in dezelfde zaak, direct in gesprek ging met PowNews. In een interview met Ghosen, dat op 15 februari werd uitgezonden, vertelt een huilende Brett S. dat hij spijt heeft en is geschrokken van alle media-aandacht. Daarmee doelt hij ondermeer op een groepsfoto van de jongens op GeenStijl en op een filmpje van de mishandeling dat werd getoond op een lokale tv-zender en daarna werd verspreid via Facebook en Twitter.

In het interview zegt Brett S. dat „de media me toch ook wel een beetje heeft gestraft”. Jean Marie Paklons, de advocaat van Brett S., kan dit bevestigen. „Mijn cliënt heeft psychische begeleiding. Hij is jong en heeft zich niet gerealiseerd hoe kwetsbaar de sociale media hem maken. Via Twitter en Facebook kreeg hij van alles naar zijn hoofd geslingerd. Ik heb hem geadviseerd: stop om het allemaal te volgen.”

Kan grote media-aandacht voor een zaak reden zijn voor strafvermindering? Volgens Mia Roessingh-Bakels, raadsheer in de strafsector van het hof Arnhem-Leeuwarden en tot voor kort voorzitter van het landelijk overleg van persrechters, staat dit niet vast. „Een rechter volgt het nieuws en is niet blind voor wat zich daarbij allemaal voordoet. Maar dat is geen aanleiding om automatisch aan strafvermindering te denken. De vrijheid van de rechter ten aanzien van de afdoening van de zaak staat voorop. Hij legt de feiten op een weegschaal en kijkt naar persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Die zijn in elke zaak weer anders en kunnen dus ook verschillend uitpakken.”

Advocaat Gerben Kor, media-adviseur voor juristen en auteur van het boek Medialisering van het recht (2008), vermoedt dat strafvermindering wordt toegekend bij de helft van de rechtszaken waarin negatieve media-aandacht een grote rol heeft gespeeld. „Maar er is geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Rechters bekijken het per geval. Negatieve media-aandacht wordt gezien als een vorm van straf. Maar soms oordeelt een rechter dat veel media-aandacht de geschoktheid van de samenleving weergeeft. Dan valt zo’n straf juist hoger uit dan geëist.”

De invloed van sociale media op een verdachte is anders dan de invloed van de ‘oude’ media, meent Kor. „Voorheen ging de rechter ervan uit dat de pers wel verantwoordelijk zou handelen en een verdachte bijvoorbeeld niet met de achternaam in de krant zouden zetten.”

Bij sociale media gaat dat niet op. Daar heerst een andere ethiek. Iedereen kan alles over een ander twitteren. Die negatieve media-aandacht op internet noemt Kor een ‘levenslange straf’. „Werkgevers googelen tegenwoordig altijd een sollicitant. Als hij in het verleden iets heeft uitgehaald, komt zo’n kwestie altijd boven drijven. Terecht dat de rechter het in zijn oordeel laat meewegen.”

Jens van den Brink, advocaat bij Kennedy Van der Laan en gespecialiseerd in mediazaken, vraagt zich af of niet te snel ‘Middeleeuwse schandpaal’ wordt geroepen. „Waarom gaat iemand ervan uit dat zijn privacy wordt beschermd als hij op straat iemand half dood schopt? Het Europese Hof heeft recent benadrukt dat je niet op grond van het recht op privacy kunt opkomen tegen reputatieschade die het te voorziene gevolg is van eigen handelen. Hadden deze jongens niet kunnen voorzien dat er steeds vaker buiten camera’s hangen en filmpjes op internet verschijnen? „Natuurlijk is het belangrijk dat verdachten niet vogelvrij worden verklaard, maar ik denk dat die discussie binnen het recht wel aan het verschuiven is. Simpelweg omdat de samenleving en de techniek verandert. Het recht verandert dan mee.”

Toch zijn er een aantal criteria waar de rechtbank naar kijkt in het geval van grote media-aandacht voor een verdachte, zegt hoogleraar Mediarecht Wouter Hins. „Hoe bekend is de persoon waarover wordt bericht, gaat het om een gewone burger of een politicus? Heeft zo iemand zelf aanleiding gegeven tot publicatie en op wat voor een manier is iemand in beeld gebracht?” Bij de berichtgeving moeten de media zich altijd afvragen waarom iets in de openbaarheid wordt gebracht, aldus Hins. „Het maatschappelijk belang staat altijd voorop.”

Ook is het volgens Hins van belang dat een rechter nagaat wie de bron van een bericht is. „Als het gaat om één persoon die iets twittert, hoeft het recht op privacy niet zo zwaar te tellen. Als het gaat om een medium met een groot bereik, gelden weer andere normen. Je kunt wel zeggen: GeenStijl is een nieuwssite die je niet serieus hoeft te nemen, maar als duizenden mensen dat lezen, lijdt iemand die op zo’n site wordt zwart gemaakt daar wel degelijk onder.” Volgens Advocaat Kor maakt het niet veel uit wat de bron is. „Een rechter kijkt er niet naar welk medium iets publiceert, maar wel wat het doet met een verdachte.”

Als zijn cliënt in Nederland wordt veroordeeld, heeft advocaat Paklons wel de hoop dat er, juist wegens de negatieve media-aandacht, kans bestaat op strafvermindering. „Ik denk dat de rechter er wel rekening mee houdt. Maar de ironie wil dat zo’n oordeel vaak averechts werkt. Door de media is hij nu eenmaal al als schuldig neergezet. De kans is groot dat hij door zo’n uitspraak opnieuw hard wordt aangepakt in de sociale media.”