Cyprus is niet langer een financieel paradijs

Het lucratieve model waarvan vrijwel iedereen op Cyprus profiteerde, is verleden tijd. „We moeten aan de slag voor een Nieuw Cyprus.”

nicosia. - Het had een feestdag moeten zijn. Om de Griekse onafhankelijkheid te vieren. Maar Cyprioten werden vanochtend wakker met de wetenschap dat er weinig reden is voor vreugde. Een week uitstel heeft hun weinig opgeleverd. Het lucratieve economische model waarvan hier vrijwel iedereen profiteerde, is voltooid verleden tijd.

Het was in Brussel kiezen tussen „een slecht en een nog veel slechter scenario”, zei Lefteris Christoforou, de tweede man van de conservatieve regeringspartij vanmorgen. De minst slechte van de twee betekent dat spaarders fors moeten inleveren om sluiting van de tweede en herstructurering van de eerste bank van het land mogelijk te maken.

Voor vermogende buitenlanders en ondernemers is Cyprus daarmee een onbetrouwbare partner geworden. Zoals kwade Russen en hun accountants al dagen zeggen: het vertrouwen is weg.

Massale kapitaalvlucht is volgens analisten onvermijdelijk nu grote rekeninghouders bij de twee zwakste banken extra hard worden getroffen. Theodoros Parperis, voorzitter van de Cypriotische beroepsorganisatie van accountants, vreest voor zijn sector. De financiële dienstverlening is ongeveer 40 procent van de economie van Cyprus.

„We doen waar we goed in zijn. Een hele generatie heeft hierin voor zichzelf geïnvesteerd. Zelf wilde ik liever nucleair ingenieur worden dan accountant. Maar dan had ik naar de VS moeten vertrekken. Deze sector is gegroeid en gestimuleerd om te voorkomen dat alle jongeren moesten emigreren. Nu zal dat alsnog gebeuren”, vreest Parperis.

Hoeveel overeind blijft van Cyprus als offshore-economie en dienstverlener hangt onder meer af van de uitwerking van maatregelen in de komende dagen. Naar verwachting gaan de banken morgen na tien dagen voor het eerst weer open. Als dan beperkingen gelden op het geldverkeer, levert dat Cyprus volgens Parperis opnieuw reputatieschade op. „Bedrijven die duizenden salarissen moeten uitbetalen in Afrika zullen daar niet blij mee zijn.”

Voor sommigen zijn er lichtpuntjes. Spaartegoeden onder 100.000 euro zijn gegarandeerd. De rampscenario’s die gisteren circuleerden, zoals een korting van 60 tot 70 procent op rekeningen boven 100.000 bij alle banken, zijn niet uitgekomen.

Tegelijk wordt in één klap de tweede bank van het land, Laiki, weggevaagd. Daar gaan duizenden banen verloren. Of rekeninghouders met meer dan 100.000 euro ooit nog iets terugzien is hoogst onzeker. Bij de grootste bank, Bank of Cyprus, moet boven 100.000 vermoedelijk zo’n30 procent worden ingeleverd.

Consultant Fiona Mullen, partner in een kantoor op Cyprus, heeft een eerste berekening gemaakt van het effect op de werkloosheid van de sluiting van de Laiki Bank. Die gaat volgens haar onmiddellijk omhoog van 14,7 procent in januari naar 17,6 procent van de beroepsbevolking nu. „Dan over drie maanden 20 procent en dan, Griekenland achterna, naar 26 procent.”

Sofronis Clerides, die economie doceert aan de University of Cyprus concludeert op Twitter: „Eerst gingen onze banken over de kop. Toen vernietigden onze politieke leiders het imago van het land met hun verkeerde aanpak van de problemen.”

Clerides verwacht dat pensioenfondsen de grootste klappen krijgen. Veel pensioengeld staat bij de Laiki Bank en de Bank of Cyprus. De duizenden werknemers van Laiki zijn mogelijk zowel hun baan als hun aanvullend pensioen kwijt.

„We moeten aan de slag voor een Nieuw Cyprus”, schrijft George Pamboridis, een jurist. „We moeten ons verouderde model omvormen tot een flexibele economie met in de kern de diensteneconomie en olie en gas. Onze laatste kans!”

Econoom Clerides waarschuwt dat het diverser zal moeten zijn dan dat. „Nu niet alleen op olie en gas gaan gokken.”

Hoewel vrijwel zeker is dat onder de wateren rond Cyprus gasvoorraden zitten, is de waarde daarvan nog zeer onzeker. Clerides stuurt een wens de wereld in: „Mogen we in het Nieuwe Cyprus meer economen als beleidsmakers hebben en minder bankiers, accountants en juristen.”