Britse tegenpartij 'meer dan een plaag'

Stiekeme racisten en gek, noemde premier Cameron de eurosceptici van UKIP. Maar deze partij kan hem breken. Zij bepaalt al de Britse politieke agenda.

Het duurt toch nog 39 minuten voor het woord ‘Europa’ valt. Eerst viert de eurosceptische UK Independence Party, zaterdag bijeen in Exeter, uitgebreid haar recente bijna-overwinningen, in tussentijdse verkiezingen in de districten Middlesbrough, in Corby, in Barnes, en Eastleigh. In het laatste kiesdistrict kreeg UKIP vorige maand 28 procent van de stemmen – in 2010 was dat nog 3 procent.

„We zijn niet langer een plaag. We zijn een partij om rekening mee te houden”, zegt Diane James, een pittige veertiger, strijdvaardig. Zij werd in Eastleigh tweede. Een Lagerhuiszetel is niet langer onbereikbaar voor UKIP: in de peilingen vecht de partij landelijk met de Liberaal-Democraten om de derde plek, en zweeft rond de 13 procent.

Het zijn signalen die ook in Westminster, het politieke hart van het Verenigd Koninkrijk, niet onopgemerkt blijven. De Conservatieven klinken sinds UKIP aan haar opmars begon steeds eurosceptischer. Labour en de LibDems hebben het opeens over immigratiebeperkingen – na Europa het tweede stokpaardje van UKIP. Vandaag kondigde premier David Cameron dat migranten die niet laten zien dat ze werk zoeken, hun uitkering verliezen.

Misschien nog veelzeggender: The Sun, de meest gelezen krant van het land, flirt openlijk met UKIP. En mediamagnaat Rupert Murdoch, van wie wordt gezegd dat hij politici kan maken en breken, dineerde onlangs voor het eerst met UKIP’s partijleider, Nigel Farage.

Maar is UKIP daadwerkelijk een politieke macht geworden? In Exeter vinden ze van wel: „Conservatieven voelen zich verraden door alle beloften die premier Cameron heeft verbroken. Labour-stemmers voelen zich verraden door hun eigen partij, en haten de Conservatieven. En LibDem-kiezers kunnen geen enkele beleidsmaatregel noemen die hun partij in de regering voor elkaar heeft gekregen”, zegt Richard Elvin, Lagerhuiskandidaat voor Middlesbrough. „Dat werkt in ons voordeel.”

De zaal zit vol met zestigplussers. De mannen grijs en kalend, in blazer en met clubstropdassen. De vrouwen met verstandige schoenen, tweedrokken, en pashminasjaals. Ze komen overwegend uit het zuiden en oosten van Engeland, uit middelgrote plattelandssteden. Ze lijken niet op de „dwazen, gekken en stiekeme racisten”, zoals premier Cameron de UKIP-aanhang ooit noemde.

Het zijn keurige blanke middenklasse-kiezers: universitaire docenten, oud-militairen met het speldje van hun eenheid op de revers, dominees. Met lichte gêne luisteren ze naar het opzwepende betoog van de in een fel rood fluwelen overhemd gestoken Winston McKenzie, die de zwarte stem moet binnenhalen.

Een van de uitzonderingen is de dertigjarige Oliver Challis, een tuinier uit Lisgarde, Cornwall, met de aarde nog onder zijn nagels en op zijn broek. Hij heeft zich net kandidaat gesteld voor de gemeenteverkiezingen in mei. UKIP wil dan in 2.000 gemeenten meedoen. „Dit is de enige partij die vertelt hoe het echt zit”, zegt Challis. Zijn vrienden in de pub delen die mening, al moet hij ze nog wel overtuigen te gaan stemmen.

Europa is geen alom aanwezig thema, in Exeter. En dat is opvallend is dat voor een partij die haar ontstaan te danken heeft aan de weerstand tegen het Verdrag van Maastricht en die twaalf eurosceptische europarlementariërs heeft, Goed, er zijn steken richting Brussel: er worden theedoeken verkocht met Farage’s uitspraak over EU-president Van Rompuy die een natte doek zou zijn, en europarlementariër William Dartmouth vergelijkt het EU-lidmaatschap met „vastgeketend zijn aan een lijk”.

Maar in de wandelgangen noemen partijleden andere onderwerpen: immigratie (tegen), te volle scholen en de afbraak van de gezondheidszorg (tegen), het homohuwelijk (heel erg tegen), windmolens (tegen), nauwere banden met het Britse Gemenebest (voor).

„Als je het de kiezer vraagt, is hij minder bezorgd over regulering en wetten dan politici”, vertelt partijleider Farage. „Maar hij maakt zich wel zorgen wel over de gevolgen, en immigratie is daar één van.”

Hij zegt: „Dit land zou beter af zijn, als we zélf beleid kunnen bepalen.” Nu heeft Brussel te veel zeggenschap, vindt hij. Hij is niet anti-Europees (zijn echtgenote is Duits), maar de continentale „vrienden” zijn er om mee te handelen, niet om „over ons te regeren”. En hij is niet tegen migratie, maar wel „tegen een open deurbeleid terwijl er een miljoen Britse jongeren werkloos is”.

Tevreden zegt Farage: „De Conservatieven tobben het meest met onze opkomst. Maar dat is psychologisch, niet op sommen gebaseerd. We stelen stemmen van alle partijen.”