Boze Duitse mannen beginnen strijd tegen euro

Een beweging van hoger opgeleiden is bezig in Duitsland het sentiment tegen de euro en Europa te versterken. Haar logo is een flinke pijl naar rechts.

Bernd Lucke. Foto Reuters

De nieuwe Eurosceptische partij-in-oprichting, Alternative für Deutschland (AfD), kan een serieuze bedreiging worden voor herverkiezing van de Duitse bondskanselier Angela Merkel (CDU) dit najaar.

De mannen (er zijn weinig vrouwen) achter dit initiatief zijn vaak hooggeleerd, boven de vijftig, meestal emeritus of voormalig leidinggevend en ze zijn vooral boos.

Boos op de koers van Merkel inzake Europa en de euro: zij willen niet dat Duitsland opdraait voor de schulden die in Zuid-Europese landen zijn gemaakt. En dat sentiment leeft breder: ongeveer een kwart van de ondervraagden bij een recente peiling in opdracht van het tijdschrift Focus is positief over de neo-conservatieve beweging.

Na Pasen komt deze groep van overwegend redelijk welgestelde Duitse ondernemers en economen uit de hogere middenklasse bij elkaar om een nieuwe politieke partij op te richten die moet meedoen met de Bondsdagverkiezingen in september. Een one-issue partij die de euro wil afschaffen en het Europa van de nationale staten wil herstellen.

Wie twijfelt over de richting van de partij – omdat de radicaal linkse partij die Linke ook tegen de euro ageert – bestaat het logo van AfD uit een flinke pijl die naar rechts wijst.

Tot nu toe is de Hamburgse hoogleraar economie prof.dr. Bernd Lucke (50) het gezicht van de partij. Hij trad in 2011 na ruim dertig jaar uit de CDU en verzamelde 300 andere hoogleraren economie achter zich die zich uitspraken tegen het Europees noodfonds ESM.

Lucke staat niet bekend als stemmenkanon: eerder dit jaar bij de deelstaatverkiezingen in Nedersaksen werd de partij Freie Wähler, vergelijkbaar met de Leefbaar-beweging in Nederland, weggevaagd. Lucke stond derde op de lijst.

„Het ontbreekt AfD aan een charimatische persoon als Haider in Oostenrijk of Wilders in Nederland. Althans, iemand van onder de zeventig”, zei de Berlijnse onderzoeker Carsten Koschmieder vorige week tegen de Frankfurter Rundschau.

Over de peiling die de steun van een kwart van het electoraat weerspiegelde, zei Koschmieder dat burgers zich een half jaar voor verkiezingen altijd heel veel kunnen voorstellen. Maar dat is nog iets anders dan het uitbrengen van een stem.

Hij wijst erop dat de partij organisatorisch (en financieel) nog lang niet op poten staat. En ook dat het nog niet eerder is voorgekomen dat een partij in de Bondsdag komt zonder eerst in het parlement van een der deelstaten gekozen te zijn.

Daartegenover staat dat Alternative für Deutschland het anti-euro sentiment, dat ook in Duitsland breed smeult, salonfähig maakt. In een sociologische analyse duidt het linkse tijdschrift Der Freitag op zijn website de nieuw partij als de „politieke arm van de Duitse familiebedrijven”.

Deze bedrijven, verenigd in de organisatie Die Familienunternehmer-ASU, vertegenwoordigen een aanzienlijke economische macht tegenover de Bund der Deutschen Industrie, waarin honderdduizend ondernemingen zijn georganiseerd die zich achter de euro-politiek van Merkel scharen. Duitsland heeft de standenmaatschappij nooit afgeschaft, redeneert Der Freitag, en het is in het verleden al eens eerder voorgekomen dat de middenklasse zich in een economische crisis uit angst om maatschappelijk af te glijden inliet met rechts-extreme partijen.

Dat levert geen politieke massabeweging op. Maar in een nek-aan-nek-race kunnen een paar procent steun voor de nieuwe conservatieven Merkel de verkiezingen kosten. En dan, zo schrijft columnist Jakob Augstein van Spiegel Online, „zou Merkel ironisch genoeg toch gestruikeld zijn over de euro.”