Boterzacht

Het publiek in Sotsji zou het apezuur krijgen van het Wilhelmus. De Nederlandse hymne ging klinken voor al die fantastische Hollandse jongens en meisjes die zich zeker waanden van de hoogste plek op het schavot.

Het liep een tikje anders.

Bij de vrouwen werd Ireen Wüst tijdens de WK afstanden verrast op de 1.000 meter. Een Russische ging er met het goud vandoor. Haar naam: Olga Fatkulina.

Het was in één klap stil op tv. Wie wist er iets van Olga Fatkulina? Niemand dus. Ik ook niet.

Fatkulina had vanaf de start een enorm tempo. Ze was niet gehaast en iedere klap leek raak. De gretigheid om te winnen, spatte ervan af. Na de rit ging de bril af, meteen daarna het kapje van het schaatspak. Dit was ‘La Fatkulina’: breed gezicht, sprankelende ogen en asblond haar waar Russische vrouwen het patent op hebben.

Even later stond Fatkulina te huilen op het podium terwijl het Russisch volkslied klonk. Ik begreep het maar al te goed. Ik kan heel mijn leven al geen weerstand bieden tegen de kracht van die hymne. Eerst dat ene akkoord, als mokerslag, en meteen daarop het marcherende couplet.

Verwijzingen naar Stalin en Lenin zijn uit de tekst verdwenen. Toch zie ik nog altijd opgepoetste knopen op militaire kostuums van norse mannen, zwaaiend naar voorbij rollend oorlogsmaterieel. Ik kan het ook niet helpen. Maar de lach van Fatkulina maakte de masculiene muziek boterzacht.

Haar coach Kosta Poltavets tolkte bij de NOS zodat ik de teksten van Fatkulina kon begrijpen. Een zangerig geluid kwam uit haar mond. Poltavets vertaalde: „Olga had zichzelf beloofd voor eigen publiek te showen. Ze hield zich in op het podium, ze wilde niet te emotioneel zijn.”

Hoeveel tranen zou Fatkulina laten als ze zich helemaal liet gaan?

Op internet waren maar een paar zinnen over de schaatsster te vinden. Fatkulina was 23 jaar en kwam uit Tsjeljabinsk.

Ik zocht naar foto’s van haar geboorteplaats. Tsjeljabinsk bleek een grote Russische stad. Afgelopen februari viel een meteoriet in een meer in de regio van Tsjeljabinsk. De reuzensteen liet een krater achter in het natuurijs.

Mijn fantasie mocht het Russische bestaan van Fatkulina verder invullen.

Ik zag de schaatsster in haar rood-witte trainingspak aan de rand van het meer op haar hurken gaan. Vingers met roze nagels draaiden in het ijskoude water. Een hongerige vis meldde zich aan de oppervlakte en smakte met zijn bek boven water.

Fatkulina lachte en gleed met haar hand heen en weer over het ijs. Dit gladde oppervlak was haar lust en haar leven. Volgend jaar gingen haar schaatsen weer glijden over het kunstijs van Sotsji. Vechten voor haar vaderland.

De vis kwispelde met zijn staart en dook de diepte in, op weg naar de meteoriet op de bodem van het meer. Fatkulina zag haar gezicht weerspiegeld in het water; die geëpileerde wenkbrauwen, die onrustige huid.

Na het goud van dit weekend wilde ze volgend jaar een olympische gouden plak om haar hals. Dan zou ze nog veel harder huilen om het Russische volkslied. Dat beloofde ze aan haar spiegelbeeld.

Tranen voor haar stad, voor Tsjeljabinsk.