Alleen voor de good guys

Deze week willen 190 landen in New York een verdrag sluiten over de wapenhandel, om te voorkomen dat wapens in handen van terroristen komen. Waarom zou dat lukken?

In 2009, het jaar waarin de bloedige burgeroorlog in Sri Lanka eindigde met de verpletterende nederlaag van de Tamil Tijgers, was de Australische beroepsdiplomaat Peter Woolcott belast met het indammen van de stroom bootvluchtelingen naar Australië. Nu heeft Woolcott een nog delicatere opdracht: hij moet helpen voorkomen dat waar ook ter wereld burgers op de vlucht raken door gewapend geweld.

Woolcott leidt de onderhandelingen die vorige week op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York zijn begonnen over een verdrag om de handel in conventionele wapens onder controle te brengen – alles van vliegdekschepen en gevechtsvliegtuigen tot granaatwerpers en kleine handwapens.

Opzet is dat de ongeveer 190 deelnemende landen het tegen het eind van deze week eens zijn over bindende exportregels om te voorkomen dat wapens in verkeerde (terroristische) handen terecht komen, dat ze door foute regimes worden gebruikt voor mensenrechtenschendingen of anderszins worden ingezet tegen burgers. Daarvoor moeten de landen hun handel registreren en controle invoeren.

Zo’n alomvattend verdrag lijkt ver weg. Kijk maar naar Mali dat recentelijk werd overspoeld door wapens uit de arsenalen van de vroegere Libische leider Gaddafi. Of naar Syrië. Sinds het begin van de oorlog, twee jaar geleden, zijn daar meer dan 70.000 doden gevallen en miljoenen mensen van huis en haard verdreven. Rusland, dat het bewind van Assad wapens blijft leveren, praat in New York ook mee. Net als de VS, Duitsland en Frankrijk die het onderling juist oneens zijn over wapenleveranties aan de opstandelingen.

Vorige zomer mislukte een soortgelijke conferentie over een Arms Trade Treaty. Waarom zouden de internationale gemeenschap nu plotseling wel één lijn trekken over wapenhandel, het gevoeligste onderwerp in de internationale diplomatie?

Ook ambassadeur Paul van den IJssel, de Nederlandse onderhandelaar, gelooft niet in sprookjes. Toch is hij optimistisch dat een ‘historische’ stap gezet kan worden. In november, na het mislukken van de eerste wapenconferentie, sprak de Algemene Vergadering van de VN brede steun uit voor hervatting van de onderhandelingen. Van de zes grootste wapenexporteurs in de wereld (VS, Rusland, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en China) stemde alleen Rusland blanco. In de aanloop naar de huidige conferentie drong een groot aantal landen in gezamenlijke verklaringen opnieuw aan op een verdrag.

„Ik verwacht dat er een verdrag zal komen”, zegt Van den IJssel. „Het zal geen perfect verdrag zijn, maar hopelijk wel een akkoord waarmee een behoorlijke basis wordt gelegd”.

Iedereen kijkt naar de VS, goed voor eenderde van de wereldwapenhandel. Tot op het laatst van de onderhandelingen in juli vorig jaar dacht ambassadeur Van den IJssel ook dat er een akkoord binnen handbereik was. Maar op de laatste dag haakten de VS af door te zeggen dat er meer tijd nodig was om de ontwerptekst te bestuderen. Rusland, China en landen als Iran, Noord-Korea, Cuba, Egypte en Venezuela sloten zich daar toen snel bij aan – alle niet zo gediend van buitenlandse pottekijkers.

Amnesty International, een van de honderden organisaties die al jaren actie voeren om wapenhandel op de diplomatieke agenda te zetten, sprak van „verbluffende Amerikaanse lafheid”. Die was ingegeven door de wens van president Barack Obama om zijn herverkiezing niet in gevaar te brengen. De machtige Amerikaanse wapenlobby voert al lange tijd een felle campagne tegen international afspraken omdat die het recht op wapenbezit in de VS zelf zouden raken. Een vals argument, zeggen critici, maar psychologisch niet verwaarloosbaar. Vorige week onderstreepte minister John Kerry van Buitenlandse Zaken dat de VS ditmaal wel zullen aansturen op een sterk VN-verdrag. Maar een dat „uitsluitend internationale transacties” betreft, zei hij er bij.

Ook Wim Zwijnenburg van de vredesorganisatie IKV Pax Christi was vorig jaar teleurgesteld dat er geen akkoord werd bereikt. Maar die mislukking pakt nu misschien toch niet zo verkeerd uit, zegt hij. „Tot op het laatst waren we enthousiast over de kans op een akkoord. Achteraf kunnen je vaststellen dat er nog grote gaten zaten in de ontwerptekst. Die worden misschien nu gedicht”.

Nicole Sprokel van Amnesty International denkt ook dat er een verdrag komt. Amnesty kijkt vooral naar de passages over mensenrechten. „Wij zijn niet tegen wapenhandel. Staten hebben wapens nodig om hun burgers te beschermen. We willen dat het verdrag exportlanden verplicht te voorkomen dat wapens worden misbruikt of omgeleid”, zegt Sprokel. „Dat kan alleen als het verdrag effectief is. We zullen ons niet neerleggen bij een zwakke tekst. Er staan nu al nieuwe garanties voor mensenrechten in het ontwerp, maar over een paar zaken moet nog stevig worden gediscussieerd”.

Op de VN-conferentie wordt bij consensus besloten. Maar de Algemene Vergadering heeft ook een uitweg geboden. Indien deze week een of meer landen een akkoord blokkeren, zal zij stemmen over de ontwerptekst. De vraag is dan welke (grote) landen het verdrag gaan tekenen en vervolgens ook willen gaan ratificeren. En belangrijker nog: welke dat niet doen om hun handen vrij te houden.