500.000 doden

Afwezig op de conferentie over een internationaal verdrag over conventionele wapens in New York zijn de Leonid Minins, de Viktor Boets en de Monzer Al-Kassers van deze wereld, de illegale wapenhandelaren die er voor zorgen dat AK47’s, FN-pistolen, granaatwerpers en luchtdoelraketten terecht komen bij rebellenbewegingen, terreurorganisaties, lokale krijgsheren, piraten of misdaadbendes. Jaarlijks worden ruim een half miljoen mensen gedood bij gewapend geweld, zei VN-topman Ban Ki-moon vorige week.

Anders dan bijvoorbeeld de handel in bananen, zoals bijvoorbeeld Amnesty Duitsland benadrukt op muurposters, is de handel in wapens internationaal niet of nauwelijks gereguleerd. Schattingen over de totale omvang van de conventionele wapenhandel lopen sterk uiteen: van 55 tot 75 miljard euro per jaar.

Illegale doorvoer en omleiding betreft vooral kleine wapens en lichte wapensystemen.

In geld gemeten gaat het maar om een klein deel van de totale handel. Enkele procenten zeggen sommige bronnen, maar dat is een misleidende maatstaf.

In Afghanistan, Irak, Soedan, Somalië, Congo, Colombia en al die andere conflictgebieden zijn de afgelopen jaren veel meer mensen gedood door goedkope (hergebruikte) kalasjnikovs, door granaten, mijnen en raketten dan door dure gevechtsvliegtuigen en vliegdekschepen.

Een ‘sterk’ wapenverdrag moet exporterende en importerende landen ertoe dwingen te voorkomen dat wapens op de zwarte markt worden omgeleid. Een tweede exportcriterium is dat de regering van het ontvangende land de wapens niet gebruikt om de rechten van zijn burgers te schenden.

Maar over de formulering rond dit gevoelige onderwerp bestaat nog veel onenigheid. In de ontwerptekst die op tafel ligt, staat dat wapens niet verkocht mogen worden met het doel genocide of oorlogsmisdaden te plegen. NGO’s en veel landen vinden die verwijzing veel te beperkt.

Het begrip mensenrechten moet breder geformuleerd worden. Ze willen dat scherp wordt vastgelegd dat geen export plaats vindt als er gerede kans bestaat op mensenrechtenschendingen.

Ook over de reikwijdte van het verdrag bestaat onenigheid. Voorstanders van een sterk verdrag willen dat alle wapentransacties er onder vallen. Rusland, China en onder andere de grote importeurs India en Brazilië willen (vaak grote en meerjarige) defensiecontracten of schenkingen tussen regeringen uitsluiten.

Een aantal landen, waaronder de VS, wil munitie buiten het verdrag houden. De Europese landen, Mexico en een aantal Afrikaanse landen willen munitie er juist bij, net als handgranaten. Zonder munitie zwijgen de wapens, is hun redenering.

De wapenhandel is een onoverzichtelijke kluwen van deals, zeggen ngo’s. Ze vinden daarom dat de overdracht van technologie en levering van onderdelen ook onder een nieuwe regelgeving moet vallen.