Jurassic Park hoeft geen fictie te blijven. Haal de mammoeten en dino’s terug

Tyrannosaurus rex in Jurassic Park (1993), een film van Steven Spielberg

Op 1 september 1914 liet Martha het leven. De laatste trekduif. The Long Now Foundation, een organisatie in San Francisco, legt zich daar niet bij neer. Een team van biologen probeert met DNA de soort tot leven te wekken. Als dat lukt zijn we een stukje dichter bij Jurassic Park.

In dat verhaal loopt het herscheppen van dinosauriërs in een amusementspark volkomen uit de hand. De Tyrannosaurus Rex, bijvoorbeeld, wil helemaal niet gevoed worden, maar jagen! Bij voorkeur op nieuwsgierige mensen. De onuitgesproken boodschap: knoei niet met de bron aller levens.

In het geval van het trekduif-project hoeven we ons daar geen zorgen over te maken. The Long Now Foundation heeft namelijk een lijst met ethische vragen opgesteld. “Zijn sommige soorten wenselijker om terug te brengen dan anderen? Hoe ver mag het DNA van een herschapen soort afwijken van het origineel? Is het juist om een herschapen soort te verbeteren - denk aan het resistent maken van een vogel voor malaria? Is het oké om uit commerciële overwegingen uitgestorven soorten tot leven te brengen? Net als fokken kan dit een amateurbezigheid worden - is er een vorm van ethisch zelfbestuur mogelijk?” Staan we hier even bij stil, dan komt het heus goed.

David Ehrenfeldm, hoogleraar biologie in New Jersey en auteur van het boek The Arrogance of Humanism (1978), protesteert echter. Hij wijst erop dat een herschapen exemplaar van de uitgestorven trekduif eerst geboren moet worden. Ben Novak, wetenschappelijk leider van het Revive & Restore-project, ziet in de nu levende bandstaartduif een goede moeder. Maar Ehrenfeldm doceert dat DNA geen instructieboek, maar een woordenboek is. “Alle woorden van Shakespeares Hamlet zitten in mijn woordenboek, maar als ik er doorheen blader zie ik het toneelstuk niet.” De opkomende wetenschap van de epigenetica leert ons volgens Ehrenfeldm dat een DNA-streng op honderden, misschien wel duizenden manieren gelezen kan worden. Ofwel: wie leert de trekduif dat hij moet koeren als een trekduif?

Mislukte kopieën, dat is nog niet eens de grootste zorg van David Ehrenfeldm. Het idee op zich – daarin schuilt volgens de bioloog het gevaar. Een idee dat haaks staat op de overtuiging van dierenbeschermingsorganisaties dat uitsterven een onomkeerbaar proces is. Als publiek en politiek gaan geloven dat uitsterven slechts iets tijdelijks is, zo argumenteert Ehrenfeldm, dan gaat de mensheid mogelijk nog onverschilliger met het dierenrijk om.