Eigen volk

Tragisch dat alles zich afspeelt boven het hoofd van een kind – dat zegt eigenlijk al genoeg. Bij een zaak als die van Yunus wordt een onmondige jongen speelbal in een culturele en politieke stammenstrijd, tot aan regeringsleiders aan toe. Hij is Turk, hij is Nederlander – hijzelf heeft niets te kiezen, Yunus is nog louter symbool van geprojecteerde principes en belangen. Waarbij het al snel niet meer duidelijk is of het gaat om behoud van eigen waarden of behoud van eigenwaarde.

Nationalisme over de eigen landsgrenzen heen

Het probleem is dat die twee innig met elkaar verstrengeld zijn. „Waar gaat het naartoe met Nederland”, riep een demonstrant deze week bij een Rotterdamse moskee. Het drama in een notendop: het is de Nederlandse samenleving die gezien wordt als bedreiging van de Turkse identiteit, zelfs door iemand die hier geboren is. De complexiteit van die positie wordt weggespoeld met emotie.

Die emotie wordt door de Turkse premier Erdogan geëxploiteerd. Turken die niet in Turkije wonen, luidt zijn welbekende standpunt, moeten integreren maar niet assimileren. Dat klinkt als een redelijke formule – als het over Surinamers in Nederland zou gaan, zou iedereen instemmend knikken. Niemand verwacht dat je je culturele identiteit wegpoetst, omdat jij en je kinderen in een ander land zijn gaan wonen; integendeel, je poetst ’m juist een beetje op. Ook nostalgie naar het land van herkomst hoort erbij. Maar Erdogan heeft het niet over een culturele identiteit, hij heeft het over een politieke en religieuze identiteit.

Politiek gezien gaat het om nationalisme over de eigen landsgrenzen heen, tot in de volgende generaties – de groep demonstranten in Rotterdam eiste het recht op om Turk in Nederland te blijven. Dat de jongen Yunus buiten die comfort zone wordt opgevoed, is voor zulke mensen een gruwel. Zijn geval maakt een eind aan de geruststellende fictie dat het mogelijk is een gemeenschap intact te houden onder welke omstandigheden dan ook.

Dat de pleegouders van Yunus behalve Nederlander ook lesbisch zijn, bedreigt zowel de culturele als de religieuze identiteit. Volgens Erdogan is homoseksueel ouderschap niet verenigbaar met een islamitische leefwijze. Uit de nieuwe documentaire De Turkse boot, gemaakt door Chris Belloni, blijkt hoe diep het zit. Homoseksuele Turkse Nederlanders besloten vorig jaar een eigen boot mee te laten varen in de botentocht tijdens de Gay Pride. Dat vereiste moed, vanwege de openbaarheid.

Wat opvalt aan de film is dat er bar weinig beweging lijkt te zitten in de emancipatie van Nederlandse Turkse en Marokkaanse homo’s – altijd weer dezelfde verhalen over eer en uitstoting, als je voor jezelf kiest, bezoedel je de gemeenschap, enzovoort. Ouders die weigeren erover te spreken, ook al is hun kind jarenlang uit de kast.

Je snakt naar een ander verhaal. Wanneer komt het keerpunt?

„Kom zeg, dit is Nederland, je bent hier vrij te zijn wie je wilt zijn”, zei een zwaar vermomde, Nederlands-Marokkaanse jongen week in Uit de kast, het programma van Arie Boomsma. Derde generatie, schatte ik. Zijn ongeduld was begrijpelijk. De meeste getuigenissen in deze aflevering kwamen op hetzelfde neer – de onmogelijkheid om als moslimhomo deel van de „gemeenschap” te blijven uitmaken. De felste kritiek tegen de Turkse gayboot richtte zich tegen het feit dat de boot behangen was met de Turkse vlag.

Doe wat je niet laten kan, maar laat de natie/gemeenschap erbuiten.

De zaak-Yunus legt op pijnlijke wijze de dubbele ontkenning in de angst voor assimilatie bloot. De identiteit die Erdogan voorstaat is gefundeerd op een stugge ontkenning van de werkelijkheid: de Turkse identiteit is niet in steen gehouwen en homo’s maken deel uit van de Turkse gemeenschap, zoals van iedere gemeenschap. Uit die ontkenning komen de nare, verbeten trekjes van het Turkse nationalisme over de eigen grenzen vandaan – de idiote dienstplicht, de intimidatie van Turks-Nederlandse politici, de hautaine inmenging in Nederlandse aangelegenheden.

Hypocrisie is geen Turkse specialiteit. Zouden de mensen die schande spreken van de zaak-Yunus er vrede mee hebben wanneer hun kind werd opgevoed door moslims? Of door een lesbisch ouderstel? Ook hier is de liefde voor het eigen volk de afgelopen tijd eerder toe- dan afgenomen. Verlicht zijn is gemakkelijk wanneer het je eigen leven niet raakt. Daarbij: wie door buitenstaanders de les gelezen wordt, voelt zich alleen nog maar meer de gebeten hond.

Dus komt de beste kritiek van binnenuit. Die klinkt inmiddels. Fel – zowel tegen intimidatie door Turkse nationalisten als de door-en-door versleten hypocrisie rondom homoseksualiteit. Van mij mag het nog harder.