Wapenstilstand van Öcalan helpt gewone Koerden niet

Degenen die het aanbod van Öcalan tot een wapenstilstand tussen de Koerden en Turken toejuichten, zullen zwaar teleurgesteld raken, voorspelt Dilan Yesilgoz

Koerden in Diyarbakir juichen oproep van Öcalan toe. Foto AFP

Het is goed dat de leider van de Koerdische Arbeidspartij (PKK), Öcalan, via een woordvoerder voor een vol plein in Diyarbakir een oproep deed voor een staakt het vuren en het is goed dat dit signaal ook internationaal gesteund wordt. Maar het is naïef om te denken dat het echte Koerdische probleem uitgevochten wordt in de bergen in het Oosten van Turkije door de aanhangers van Öcalan. De oproep van de PKK-leider is niet de belangrijkste stap tot een oplossing. De menigte heeft te vroeg gejuicht.

De echte strijd om gelijke rechten en perspectief vindt plaats in de steden door heel Turkije. Deze wordt niet gevoerd met wapens, maar met woorden; het zijn de politici, intellectuelen en schrijvers die voor de rechten van de minderheden strijden en momenteel gevangen zitten.

Zij zullen niet vrijkomen door de oproep van Öcalan die meer met zijn eigen persoonlijke agenda bezig is dan met een vredevolle oplossing voor het Koerdische probleem. Hij staat bekend als iemand met een narcistische persoonlijkheid. Hij wil graag geroemd worden en hij heeft in voorbereidende gesprekken met de Turkse geheime dienst ook duidelijk gemaakt dat het niet de bedoeling was dat Erdogan met de eer van de vredesbesprekingen zou gaan strijken.

Öcalan, die op de dag van zijn arrestatie, bang voor zijn straf, verklaarde dat zijn moeder, dus ook hij, eigenlijk een Turk was, heeft zichzelf altijd als een groot leider willen positioneren. „Men zou mijn levenstijl, woorden en gedachten goed moeten analyseren. Ik ben een ware leraar”, is een bekende uitspraak van hem. Zijn aanhang, bestaande uit vooral jonge Koerden, vecht in de bergen omdat er in de steden voor hen geen werk en geen vooruitzichten zijn. Zij hebben niets te verliezen.

Volgens de Turkse staat bestond jarenlang het Koerdische volk niet, ‘we zijn immers allen Turken’, dus konden ze ook niet een eigen taal, religie of eigen tradities hebben. Koerdisch spreken was tot begin van de 21ste eeuw verboden in Turkije. Twintig jaar geleden kon ik in Turkije zelfs niet hardop zeggen dat mijn naam Dilan een Koerdische naam is.

Het ‘Koerden-taboe’ werd door de regering van Erdogan doorbroken, mede met het oog op Turkse EU-toetreding. Enkele belangrijke hervormingen werden doorgevoerd ten aanzien van de Koerden. Zo is inmiddels het Koerdisch toegestaan en is Dilan een veel voorkomende Turkse naam.

Echter, er is weer een flinke stagnatie zichtbaar in de ontwikkeling van de rechten van de Koerden. Hun religie, Alevitisme, wordt nog steeds niet officieel erkend, en door de hoge kiesdrempel slagen Koerden er niet in om met een partij in het Turkse parlement te komen.

Daarnaast biedt de zeer ruim geïnterpreteerde antiterreurwetgeving de overheid veel mogelijkheden om politici, journalisten, intellectuelen en kunstenaars op te pakken. Exacte cijfers zijn niet bekend, maar mensenrechtenorganisaties gaan momenteel uit van duizenden politieke gevangenen in Turkse gevangenissen, zowel Koerden als Turken die zonder wapens strijden voor gelijke rechten voor minderheden.

Veel van de politieke gevangenen zijn democratisch gekozen politici, zoals raadsleden, burgemeesters of parlementariërs voor de pro-Koerdische partij BDP. Anderen zijn professionals, opgepakt tijdens hun werkzaamheden omdat ze de status-quo ter discussie stelden.

Nog steeds kan in Turkije niet openlijk gepraat worden over fundamentele rechten van de Koerden, zonder meteen uitgemaakt en eventueel vervolgd te worden als zijnde een ‘separatist’, een van de ergste scheldwoorden in Turkije.

De reactie van Erdogan op Öcalans oproep voor vrede spreekt in dit verband eveneens boekdelen. Erdogan heeft aangegeven het een positief signaal te vinden, maar merkte daarbij meteen op dat het hem grote zorgen baart dat bij het Koerdische lentefeest in Diyarbakir, waar de tekst van Öcalan werd voorgelezen, geen Turkse vlaggen te zien waren. „Dat is de provocatieve benadering van mensen die niet gediend zijn van dit proces. Ik ben een premier die eerder in Diyarbakir heeft gezegd dat wij één natie zijn, één vlag, één staat”. Volgens Erdogan zouden de aanwezige Koerdische vlaggen en kleuren ‘botsen’ met de vredesoproep van Öcalan.

De oorlog in de bergen is vooral een machtsspel tussen Turkije en de aanhangers van Öcalan. Of de Koerden die in vrijheid willen leven in Istanbul, Diyarbakir en Dersim zich vertegenwoordigd voelen door deze gewelddadige strijd, valt ten zeerste te betwijfelen. De juichende massa in Diyarbakir zal van een koude kermis thuiskomen als blijkt dat in hun dagelijkse leven voorlopig weinig zal veranderen.

Zolang in Turkije geen gelijke rechten zijn voor minderheden, geen sprake is van democratie of vrijheid van meningsuiting, kan er ook geen sprake zijn van een oplossing van het Koerdische probleem.

Dilan Yesilgoz is sociaal-cultureel wetenschapper.