Vergeten bollen

De Duc van Tol, het Wapen van Leiden, de Rip Van Winkle: de Hortus Bulborum in Limmen stoft historische bollen af.

Wel eens een tulp gezien uit 1595? U weet wel, het jaar waarin Shakespeares Romeo en Julia voor het eerst in Londen wordt opgevoerd, de Franse koning Henry IV Spanje de oorlog verklaart en de eerste Nederlandse expeditie zich op de Duyfken inscheept naar de Oost? Toen, 418 jaar geleden, bloeide er in de Lage Landen de tulp ‘Duc van Tol’. Een roodgele schoonheid die we nog steeds kunnen bewonderen als ‘Duc van Tol Red & Yellow’, in het bollenmuseum Hortus Bulborum in Limmen, bij Castricum. Naast deze oudst bekende tulp van Nederland pronken er duizenden andere bloembollen waaronder zeer exclusieve, historische soorten, die u nooit zult vinden in de bloemenstal om de hoek. Joop Zonneveld (71), conservator van de Hortus Bulborum, legt uit waarom: „Bollen zijn altijd onderhevig geweest aan modegrillen, dus raakten soorten uit de gratie. En telers kweken het liefst soorten die ongevoelig zijn voor ziekten en goed presteren in de tuin of op de vaas. Dat heeft z’n consequenties.”

Denk nu niet dat de Hortus uitsluitend uit ziekelijke afdankertjes of commerciële minkukels bestaat. De fine fleur in bollenland is uitgepoot op 15.000 vierkante meter achter de Limmense kerk. Het zijn 4.000 soorten en species (zie kader) van uitzonderlijk mooie narcissen, tulpen, krokussen en hyacinten, plus zo’n twintig Fritillaria’s, keizerskronen. Daarvan is de oudste de Fritillaria imperialis ‘Prolifera’, anno 1577.

Stokoud maar niet afgedankt, want bejaarde bollen blijken beresterk te zijn, juist omdat er beduidend minder mee doorgekweekt is. Ze dragen prachtige namen (‘Wapen van Leiden’, ‘Dubbele Kampernelle’, ‘Rip Van Winkle’) en zorgen in Limmen wekenlang voor spetterend kleurige lappendekens. Nooit bloeit alles er tegelijkertijd, maar u kunt er talloze narcissen verwachten, late krokussen, vroege tulpen en zeldzame, diep donkerblauwe hyacinten. Een lentewonder, vindt Joop Zonneveld: „Elk jaar verbaas ik me er weer over dat die oude bollen het nog steeds doen. Ik bedoel, een tulp uit 1595, denk je dat eens echt in!”

De museale bloembollencollectie is bijeengebracht door liefhebberende verzamelaars en telers-in-ruste die moeilijk afscheid konden nemen van eens populaire bloembolsoorten. Jaarlijks worden ze in de late lente opgegraven, verzorgd, bewaard en tegen de herfst weer uitgepoot. Deze bijzondere tuin, ‘tot behoud van cultuurhistorische rassen’, bestaat al sinds 1928, krijgt geen subsidies maar redt zich prima dankzij sponsoren, talloze vrijwilligers (doorgaans ex-bollenkwekers), een vriendenkring én inkomsten uit bescheiden doorteelt van bollen die in pakketten aan particulieren worden verkocht (inclusief Duc van Tol!), of in partijtjes verhandeld aan gespecialiseerde tuincentra en historische tuinen. De Hortus is daarnaast een officiële genenbank van bloembollen. En wie een bijna vergeten bol wil adopteren en voor het nageslacht bewaren is van harte welkom.

Sarah Raven

Op 5 april, in een besloten bijeenkomst, opent de Engelse Sarah Raven de Hortus Bulborum voor het aankomend seizoen. Raven is ook in Nederland bekend als autoriteit op tuin- en kookgebied en schrijver van vuistdikke boeken. Ze verschijnt in Engeland op tv en schrijft een column in The Daily Telegraph. Haar huis met tuin in landelijk East-Sussex zoemt van de activiteiten. Raven belandde in de Hortus Bulborum omdat ze al jaren zocht naar verfijnde krokussen. Joop Zonneveld: „Dat betrof bolletjes uit de Crocus chrysanthus-groep. Daaraan kon ik haar helpen. Ze was zo aardig ook direct drie vergeten soorten tulpen te adopteren.”

Bloembollenfan Sarah Raven gloeit van enthousiasme als ze vertelt over de tuin waar ze al vijf keer was: „Ik houd van die plek naast de kerk, van al die vrijwilligers en hun achting voor traditie. De collectie is echt ongelooflijk, als je dol bent op bollen, moet je erheen. Je ziet de bloemen in hun historische context en wie weet komen ze ooit terug op de markt. Zo’n dandyachtige, gevlamde Parkiettulp ‘Markgraaf van Baden’ uit 1750 is toch een plaatje?”

Raven heeft hem geadopteerd, net als de bronskleurige ‘Copernicus’, een tulp uit de Breeder-groep, die je bijna nergens meer kunt krijgen. Breeder-tulpen waren populair rond 1920, maar raakten vanwege hun late bloei, in mei, in de vergetelheid. Raven: „Kwekers brengen steeds vroeger bloeiende bollen op de markt, maar waarom, vraag ik me af. Met koude, grillige lentes komen laat bloeiende bollen toch als geroepen? De derde bol die ik adopteerde is ook zo’n Breeder-tulp, ‘General Ney’ uit 1837, met schitterende vleugen koperbruin en kastanjerood en verfijnde, bijna rokerige nuances. Deze tulp geurt zelfs aangenaam, wat wil je nog meer?”