Vaak oorontsteking komt door evolutionaire fout

Het middenoor is maar gedeeltelijk bekleed met trilhaarcellen (groen). Het kale oppervlak is vatbaar voor ooronstekingen. Foto's Hannah Thompson, David Benbennick

De mens moet leven met het leed van oorontstekingen door een evolutionair weeffoutje. Om een scherp gehoor te krijgen, zijn er zoveel embryonale weefsels bij de groei van het middenoor betrokken geraakt dat de binnenkant van het middenoor nu gedeeltelijk een bekleding heeft gekregen die kwetsbaar is voor infecties.

Dat deel is niet bedekt met trilharen, die er in keel en luchtwegen juist voor zorgen dat rommel, virussen en bacteriën in snot naar de keelholte wordt afgevoerd. Om te worden doorgeslikt, opgehoest of uitgeniest. Waar dat trilhaarweefsel in het middenoor ontbreekt, ontstaan de meeste ontstekingen.

De verklaring voor de vele oorontstekingen die vooral jonge kinderen en hun ouders teisteren rolt uit een nieuw model voor de groei van het middenoor in zoogdierembryo’s (Science, 22 maart).

Het middenoor grenst met het trommelvlies aan het buitenoor en met het ovale venster aan het binnenoor (het slakkenhuis). In het middenoor liggen hamer, aambeeld en stijgbeugel. Dat zijn drie botjes die geluidstrillingen van het trommelvlies fantastisch doorgeven aan het membraan van het ovale venster.

De ideeën over oorgroei ontwikkelen zich traag. De nieuwe theorie lost een kwestie op die tot 1959 en zelfs 1918 teruggaat. Een lang voor waar gehouden ooraanlegtheorie uit 1918 zei dat in het groeiende embryo vanuit de latere keelholte de buizen van Eustachius naar opzij uitgroeien. Als die bijna bij de buitenkant van het embryo zijn, vormen zich holtes die de latere middenoren worden. In die theorie was het hele middenoor ononderbroken bekleed met trilhaarrijk epitheelweefsel dat uit embryonaal endodermweefsel ontstaat. Maar in 1959 maakten ontwikkelingsbiologen duidelijk dat in een holte met een ononderbroken epitheellaag nooit het botjestrio van hamer, aambeeld en stijgbeugel een plaats kan vinden, omdat die in zoogdierembryo’s buiten de buis van Eustachius ontstaan. Ze opperden dat de buis openscheurt. En dat er een middenoor ontstaat dat is bekleed met weefsel dat ontstaat uit ectoderm, meer precies uit neurale kamcellen. Dat zijn cellen zonder trilharen. Die neurale kamcellen vormen ook de basis voor de bekleding van mond en anus. Daar hebben we geen trilhaartjes.

De waarheid ligt in het midden, blijkt nu uit onderzoek met embryo’s van genetisch gemanipuleerde muizen. De buis van Eustachius scheurt echt open, maar de middenoorbekleding bestaat uit cellen van endoderm- én ectoderm-oorsprong. De onderzoekers laten zien dat, zoals op de foto, er stukken zijn waar trilhaarrijke cellen en kale cellen een grillig patroon vormen.

De onderzoekers schrijven aan het slot van hun artikel in Science dat het logisch is dat oorontstekingen vaker woeden in het trilhaarloze deel van het middenoor. Die hebben immers beperkte mogelijkheden om slijm en vuil van hun oppervlak te verwijderen. De kwetsbaarheid voor oorontstekingen is kennelijk niet zo groot dat er evolutionaire selectiedruk is op een geheel trilhaarrijk middenoor. Of die evolutie is nog bezig.